Wat rook, water, knallen en schuim

DEN HAAG, 4 JUNI. “We houden straks een landelijke oefening rampenbestrijding. Dit is de ramp.” Woordvoerder van de Nederlandse brandweerkorpsen E. Vermeulen knikt naar het Willemshof, het kantoorgebouw van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in Den Haag. De voormalige koninklijke manege blinkt met haar kantelen en uitstekende vierkante toren als een onneembare vesting in de zon. “Er is anderhalve kilometer aan brandweerwagens onderweg,” meldt Vermeulen trots. Hij verwacht uit het hele land tussen de 800 en 1.000 actievoerders. “Wat rook, wat water, een paar knallen en wat schuim.” Zo moet de oefenig er uit gaan zien.

De brandweermannen willen 2,5 procent salarisverhoging, maar vandaag zijn ze hier vooral om te vechten voor het behoud van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). De regeling dat brandweerpersoneel in de uitrukdienst met 55 jaar stopt met werken, is in gevaar. De VNG wil van deze regeling af door brandweermannen na deze leeftijd ander werk te geven. “Wij hebben ons pensioen hard nodig,” zegt een 45-jarige brandweer man uit Helmond, die hoopt over tien jaar aan het strand te kunnen liggen. “We doen zwaar werk,” beaamt zijn Rotterdamse collega. Slapeloze nachten heeft hij soms. “Het vreet aan je als je een kind ziet omkomen in een brand. We zijn niet van staal.”

Hoewel de directeur van de VNG, dr. G.J. Fleers van mening is dat de discussie aan de onderhandelingstafel moet worden gevoerd, reageert hij laconiek op de actie. “Ik ben altijd een groot voorstander geweest van oefeningen door de brandweer. Een brandweer moet oefenen. Waar en wanneer ze dat doen, maakt me niet uit.” Onverstoorbaar keert hij terug naar zijn torenkamer.