V-raad wil troepen meer in Bosnië

NEW YORK/SARAJEVO, 4 JULI. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties keurt waarschijnlijk nog vandaag een resolutie goed over de uitbreiding van de VN-vredesmacht in Bosnië, de legering van VN-troepen in zes "veiligheidszones' en de uitbreiding van het mandaat van die troepen.

De ontwerp-resolutie, opgesteld door Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Spanje, sluit aan bij het "actieplan' dat deze landen en de VS onlangs opstelden. Ze beoogt vijfduizend extra VN-soldaten naar de zes "veiligheidszones' - Sarajevo, Srebrenica, Tuzla, Bihac, Zepa en Gorazde - te sturen en deze troepen een uitgebreid mandaat te geven. Zoals in eerdere resoluties over de VN-vredesmacht krijgen de troepen het recht geweld te gebruiken om zich te verdedigen wanneer ze worden aangevallen, maar dit recht op zelfverdediging wordt in de nieuwe resolutie zeer ruim uitgelegd. Zo mag geweld worden gebruikt - inclusief luchtaanvallen - wanneer sprake is van artilleriebeschietingen op de veiligheidszones, de infiltratie van bewapende militairen en de obstructie van hulpkonvooien.

Er zijn nog geen garanties dat de troepen in de veiligheidszones kunnen worden gelegerd. De Serviërs zijn er tegen en de Bosnische regering - de moslimpartij in het conflict - wil haar instemming laten afhangen van het mandaat van de troepen.

De afgelopen dagen hebben de opstellers van de resolutie zich ingezet om een zo breed mogelijke steun voor de resolutie te krijgen. Het gaat daarbij vooral om die van Pakistan. De islamitische leden van de Veiligheidsraad willen vastgelegd zien dat het concept van de "veiligheidszones' uitdrukkelijk als fase in het vredesproces wordt gezien. Pakistan speelt daarbij een sleutelrol omdat het als voorzitter van de groep van islamitische landen in de VN fungeert.

Het vredesproces kreeg gisteren in Bosnië een tegenslag te verwerken. De leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, beschuldigde EG-bemiddelaar Lord Owen van partijdigheid. “Lord Owen wordt door de Serviërs niet langer vertrouwd”, aldus Karadzic. (Reuter)