Toedracht van aanvaring nog onduidelijk

OOSTENDE, 4 JUNI. De Belgische regering stelt een onderzoek in naar het ongeluk met de tanker British Trent, dat gisteren aan ten minste zeven mensen het leven heeft gekost. Ook de regering van Bermuda, waar het schip staat geregistreerd, laat de toedracht onderzoeken.

De met loodvrije benzine gevulde tanker van 25.000 ton, eigendom van de Britse oliemaatschappij BP, kwam gisterochtend in dichte mist in botsing met het onder Panamese vlag varende vrachtschip Western Winner. De tanker kwam vanuit Antwerpen, het vrachtschip vanuit een Engelse haven. Het ongeluk gebeurde twintig kilometer voor de Belgische kust, ter hoogte van Oostende. Twee opvarenden worden nog vermist. Van de 27 gewonden moeten er zes enige tijd in het ziekenhuis behandeld worden. Door de botsing ontstonden lekken in twee van de zestien tanks van de British Trent en vloog het schip in brand. Lange tijd bestond er gevaar voor explosie. Aan het begin van de middag had de brandweer het vuur onder controle en om 19.00 uur was de brand helemaal gedoofd. Het Nederlandse bergingsbedrijf Smit Tak heeft gisteravond en vannacht delen van het overhitte schip afgekoeld met water. Vandaag heeft Smit Tak de resterende lading overgepompt in een andere tanker. Een bergingsteam van het bedrijf zal het schip inspecteren op verdere schade. Als er geen andere lekken gevonden worden, zal het schip mogelijk naar een Nederlandse haven worden versleept. De eigenaar van het schip, British Petroleum, moet hiervoor toestemming verlenen.

Volgens BP is de schade voor het zeemilieu gering. Een woordvoerder van BP in Antwerpen zei dat de gelekte benzine “verbrand is of verdampt is, zodat er geen milieuramp dreigt.” De milieuorganisatie Greenpeace bevestigt dat er vermoedelijk weinig benzine in het zeewater is terechtgekomen. “De boot vervoerde 1.000 ton benzine per tank. Met lekken in twee tanks is er dus maximaal 2.000 ton in zee gestroomd, maar daarvan zal het grootste deel verbrand zijn. De schade aan het broeikaseffect door verbranding is in dit geval groter dan die aan het zeemilieu”, zegt woordvoeder B. van der Hoek van Greenpeace.

De organisatie is wel “kwaad” over het grote aantal ongelukken met olietransporten. “Dit is het zoveelste ongeluk in een reeks. De olie-industrie vervoert zijn olie op zo'n manier dat het steeds onveiliger wordt. Het is hoog tijd dat er meer aandacht besteed wordt aan de veiligheidsvoorschriften.” Greenpeace onderzoekt nog of het ongeluk voorkomen had kunnen worden. “De tanker was twintig jaar oud en enkelwandig. Met een dubbelwandige tanker was dit ongeluk misschien niet gebeurd.”

Hoewel de British Trent een van de oudste tankers van BP is, noemt de maatschappij het schip “in uitstekende conditie”. Een woordvoerder van BP wees er in een persconferentie op dat BP weinig ongelukken op zijn naam heeft staan. “Het laatste ongeluk van dit type overkwam ons in 1966”, zei Atkinson. Hij noemde de 48-jarige Britse kapitein Stanley Montague, die bij het ongeluk licht gewond raakte, een van de meest ervaren kapiteins van BP. Montague is al meer dan dertig jaar bij het bedrijf in dienst.

Atkinson sprak zijn medeleven uit voor de familie van de omgekomen bemanningsleden. Twee van hen zijn afkomstig uit Ierland, twee uit Groot-Brittannë en twee uit Sierra Leone. Het zevende slachtoffer was zo ernstig verbrand dat hij nog niet gedentificeerd kon worden. De twee vermisten zijn een Brit en een man uit Sierra Leone.

Het laatste grote ongeluk met een olietanker in de Europese wateren gebeurde in januari van dit jaar, toen de Noorse tanker Braer verging bij de Schotse Shetland-eilanden. Er stroomde een enorme hoeveelheid lichte olie in zee. De Braer vervoerde 85.000 ton olie.