Tegen een kip durf je wel

Samen met een vriendin was ik met vakantie op Sicilië. We logeerden bij een oude rijke en machtige man met een enorme kunstcollectie.

Rembrandt, Cézanne, een landschap van Monet, een beeld van Brancusi en nog veel meer. Het was ongelooflijk. Maar de meeste indruk maakte een klein schilderij dat apart in een eenvoudige kamer hing. Het was een onbekend doek van Jeroen Bosch en het had geen titel, maar het was vreselijk. Een en al verschrikking. Overal verminkte lijken van mensen en dieren, een onthoofde beer met een trommel, fonteinen van bloed, brandende steden, vulkaanuitbarstingen, exploderende planeten. Afschuwelijk. Ik werd er misselijk van. En vol trots vertelde de man dat het doek een bijzondere geschiedenis kende. Het was in Spaanse handen geweest, het had in het Vaticaan gehangen, bij de Habsburgers in Wenen; de Fransen hadden het meegesleept op hun veldtocht tegen de Russen, het was in handen gekomen van de tsaar, weer later bij de bolsjewieken en de nazi's en uiteindelijk verzeild geraakt in Zuid-Amerika. Hij lachte. Waarschijnlijk had het doek meer gezien dan erop stond afgebeeld...

Ik werd wakker alsof ik al een zwaar leven achter de rug had. Een zure smaak in de mond en een duister hoofd vol vraagtekens. Bij het ontbijt vroeg mijn zoon zelfs of ik ziek was. Nee, nee, 't gaat wel. Maar de hele ochtend heb ik lopen piekeren over die droom. Ik heb boodschappen gedaan, gestofzuigd, opgeruimd en getuinierd en telkens weer zag ik die verschrikkingen voor me. Geweld. Dat is het woord. Wat vond die schilder toch in hemelsnaam zo mooi aan dat geweld?

Ik bedoel, een roos is een mooi ding. De krachten en de verhoudingen, het is allemaal mooi in balans. Koolstofatomen trillen in fraaie geometrische patronen, heerlijk in harmonie, prachtig. Maar vanochtend in de tuin schoffelde ik per ongeluk een regenworm doormidden. Ja, leuk, hè? Maar om daar nou een foto van te maken, een gedicht over te schrijven...

Het woordenboek; geweld betekent kracht en macht. Daar zit wat in. Dat zijn belangrijke goden. Vraag het maar aan de jongens en meisjes op straat. Hoeveel pk heeft een Maserati 2000, en een Ferrari? Met wie zou je liever naar bed gaan, met Tarzan of met Albert Einstein? Macht en kracht, dat is mooi. Een wilde kolkende rivier, een woeste massa, een grommende aardbeving, dat maakt indruk. En tenslotte; de sterkste heeft in de strijd om het bestaan nog altijd het laatste woord, nietwaar.

Stoer en dom

Vorige week bijvoorbeeld kwam mijn zoon opgetogen thuis uit de natuurkundeles. Of ik ook wist hoeveel energie er in een pak melk zat. En hoeveel energie er bij een exploderende waterstofbom vrijkwam? Weet ik veel. Tien-tot-de-veertiende-kilo-Joule, mam. Tien-tot-de-veertiende! Ik bedoel maar. Wie wil er nu niet groot en sterk, stoer en dom zijn? Hoe groter, hoe sterker, hoe mooier.

Straks komt die jongen weer thuis en meteen staat het hele huis dan vol met hardrock. Keihard. Megadeath, Annhlator, Biohazard. Weet ik hoe die bands allemaal heten. Vreselijk. En daarna gaat de televisie aan. Oorlogsfilms. De tanks rollen zo de huiskamer in. Of van die wrede natuurdocumentaires met een fijn strijkorkestje op de achtergrond. Daar houdt-i ook van. Mens doodt mens. Leeuw eet antilope. En die violen maar kwelen. En elk weekend komen er weer nieuwe films uit de videotheek. Hoe bloederiger, hoe echter, hoe mooier.

Zijn vader, een liefhebber van Bach, zei altijd dat elk mens op zoek is naar bevrijding. Verlossing van de stille grijze dagen en de motregen. Iets om over te praten, om de tijd te verdrijven. Iedereen verlangt wel eens naar een mooie frontale botsing, een vechtpartij, al was het maar een klinkende kletsende klap op de wang... En dat die films en detectives een louterende en heilzame werking op de mens hebben. Als een koude douche. Dat wij toeschouwers offers willen zien, slachtoffers. Jaja, 't zal wel. Uren kan die jongen er naar kijken. Ongezond noem ik dat.

Toen hij vijf was heb ik nog speciaal een Indianenpak voor 'm genaaid en gister vond ik een stiletto op zijn kamer! En wat kan ik eraan doen? Praten helpt niet. Als ik er wat van zeg, krijg ik een grote bek terug. En als ik hem een draai om zijn oren wil verkopen, weert hij me lachend af alsof hij een vlieg wegwuift. Brutale hond. Machteloos sta ik daar. Mijn kind is dat, mijn vlees en bloed, dat heb ik gebaard. Rotjongen. Had-i nog maar een vader! Maar die was precies zo. En dat was nog wel een doctorandus, èn een vegetariër...

Afgelopen vrijdagnacht kwam hij terug van de disco met een blauw oog. En niet zomaar één, nee, alle kleuren van de regenboog. Net goed, dacht ik. Dat komt er nou van. Hij is net als die Servische jongetjes, laatst op tv. Heeft u die gezien? Gewone jongens waren het. Stoer als hanen banjerden ze in het rond met een mitrailleur over hun schouder. Pikkies nog, lang haar in een staartje, bodywarmers, spijkerbroek, gympies. Ze waren zo weggerend uit de schoolklas. En ja, ze streden voor een goede zaak, ja, zo ging het niet langer, er moest wat gebeuren....

Elektrisch broodmes

Maar er was een twinkeling in hun ogen. Een verblindend licht, dat doof is voor vrouwengejammer en allergisch voor keurige heren in nette pakken. Kijk ze lachen om die professoren met hun stomme wetten. Die staan daar even mooi met hun bek vol tanden. Al dat geouwehoer, al die mooie praatjes, al die machteloze woorden! Weg met het verstand! Weg met de kleren van de beschaving! Leven wil ik, het naakte grootse leven. Nieuwsgierig en blind tast ik naar mijn grenzen. Een mooi bankstel? Gatverdamme... Een stilleven met appels en peren. Om van te kotsen... Vrolijk kwinkelerende nachtegalen. Hier, die luchtbuks... Een klein kind dat met het elektrische broodmes zijn parkiet de kop afzaagt. Hoera.

Ze vonden het maar wat mooi, die stengun over hun schouder, die macht over leven en dood. Gaaf, man. Te gek, man. Kijk ze sluipen door donkere dorpen, langs blinde muren, hun hart bonzend, een bobbel in de broek, sluipen als jagers, echte jagers... dat is pas leven.

En wat dacht je van die Amerikaanse soldaten, al die heronespuiters, die toen My Lai hebben platgebrand en uitgemoord; die zijn helemaal high en stoned en dronken geweest van hun eigen tomeloze kracht... en de woeste horden Mongolen van Dzjenghis Khan op hun paarden... of de Spanjaarden in Mexico... en al die verschrikkingen die ik vergeten ben... al dat geweld dat ons nog te wachten staat. Wat dacht je? Daar verliezen mensen hun hoofd, daar wordt gedanst en gezongen, veel plezier, jongens, toe maar, mannen, laat je gaan, leef je uit, ga eens lekker te keer...

Voorwaar, gouden tijden voor de kunstenaars! Wat een inspiratie! Hier die camera. Waar blijven die akkoorden? Schiet op met dat kleurenfilter, dit mogen we niet missen. Komt dat zien, dit drama. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, moleculen dansen woeste rituelen, krachten botsen en machten strijden, spanningen stijgen, hier gaat een storm liggen, daar steekt een orkaan de kop op, zelfs de stenen hebben geen rust meer en Pats! Boem! Dáár komt de aap uit de mouw. Mensen worden onmensen worden beesten worden monsters. Hoera! Lang leve de natuur! Lang leve Charles Darwin! Hieperde piep, hoerááá...!

Rotwereld.

Ach ja, zijn moeder is ook geen haar beter. Nee. Ik heb zelf op vakantie in Frankrijk eens een kip geslacht. Zonder gekheid. Er was geen winkel in het dorp waar we zaten en toen heb ik bij een boer een levende kip gekocht. Zo'n ding met veren en een snavel, ja. Daar stond ik dan, een beetje zenuwachtig, voor het aanrecht. Het trillende beest met één hand onder controle, het scherpe mes in de andere hand. Tsjak, daar rolde de kop in de gootsteen en gutste het bloed als een borrelende bron uit de open nek. Ik voelde de krachten uit die warme stuiptrekkende kip wegebben als bij een man en het leek wel of ik gelanceerd werd. God, wat voelde ik me sterk! - Ik genoot ervan. Eerlijk waar. Ergens klonk een stem: jaja, tegen een kip, durf je wel! Maar ik luisterde niet. Mijn hartje trommelde, mijn bloed ging sneller stromen, het werd licht in mijn hoofd en warm in mijn buik. En het klinkt misschien gek, maar ik had de onweerstaanbare behoefte om het uit te schreeuwen met een oerkreet. Aáágh!! En ik weet nog dat ik de hele middag heb lopen neuriën. Een stom deuntje van de reclame...