Succesvolle afronding Uruguay-ronde Gatt eind dit jaar verwacht; Oeso verplicht zich tot handelsakkoord

PARIJS, 4 JUNI. De halfjaarlijkse ministersconferentie van de OESO, de organisatie van de westerse industrielanden, is gisteren in Parijs geëindigd met de optimistische verwachting dat de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel eind dit jaar kunen worden afgesloten met een "substantieel, alomvattend en evenwichtig' akkoord.

“Het is realistisch niet alleen te hopen maar ook te verwachten dat de Uruguay Ronde tegen het eind van het jaar kan worden afgesloten,” aldus de slotverklaring van de ministers van financien en buitenlandse zaken van de OESO-landen. Bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) zijn alle westerse industrielanden aangesloten.

De Australische minister van financiën John Dawkins, die als voorzitter optrad, sprak van "de meeste vergaande verplichting' die de leden van de OESO ooit op zich hadden genomen om de onderhandelingen in de Uruguay Ronde te voltooien. Volgens Dawkins is voor het eerst een einddatum voor voltooiing van de onderhandelingen vastgelegd.

De verwachting dat de onderhandelingen eind dit jaar kunnen worden beëindigd, is mede gebaseerd op de vooruitgang die in onderhandelingen, en marge van de ministersconferentie, tussen de Verenigde Staten, Japan en de Europese Gemeenschap is geboekt over een verruiming van de toegang tot de markten voor industriële produkten. Volgens EG-onderhandelaar Sir Leon Brittan is nu op dit punt een doorbraak mogelijk op de top van de G-7 (de belangrijkste westelijke industrielanden) in juli in Tokio.

Frankrijk dat zich tot nu toe in het GATT-overleg zeer terughoudend heeft opgesteld, lijkt nu meer bereid tot concessies. De Franse premier Edouard Balladur voerde gisteren overleg met de Amerikaanse minister van financien Lloyd Bentsen en de Amerikaanse GATT-onderhandelaars Mickey Kantor en Ron Brown. Na afloop spraken Amerikaanse woordvoerders van een "zeer produktieve en constructieve' bijeenkomst.

De Franse regering houdt vast aan haar standpunt dat de onderhandelingen globaal moeten zijn. Minister van Industrie Gerard Longuet zei dat er geen sprake kan zijn van vooruitgang op het punt van toegang tot de markten "zonder parallelle doorbraken' op ander gebied. Op de Frans-Duitse top, eerder deze week in Beaune, verklaarde de Duitse Bondsregering zich eveneens voor een dergelijke aanpak. Kantor zei gisteren dat ook de Verenigde Staten voor "globalisering' zijn nadat in Tokio “de grote lijnen voor een substantieel pakket inzake toegang tot markten” zijn vastgesteld.

Frankrijk blijft het Amerikaans-Europese landbouwakkoord over beperking van de produktiesteun en van de export van landbouwprodukten van eind november vorig jaar afwijzen. Maar Parijs heeft in de EG noch daarbuiten medestanders gevonden voor de eis tot heronderhandelingen. Kantor zei dat ook Washington niet erg gelukkig is met het akkoord, maar dat het “beter niet kan worden opengebroken”. De Franse landbouworganisties tonen zich ongerust dat de regering het hoofdstuk landbouw in de GATT ondergeschikt lijkt te maken aan de globale aanpak van het handelsoverleg die Balladur voorstaat.

De OESO-ministers gaven het groene licht voor toetreding van Mexico tot de organisatie, waarschijnlijk nog dit jaar. Het lidmaatschap van Mexico werd krachtig bepleit door de Verenigde Staten die met Mexico en Canada een Noordamerikaanse vrijhandelszone hebben gevormd. Zuid-Korea dat aanvankelijk ook overwoog zich kandidaat te stellen voor toetreding tot de westerse club, heeft zich voorlopig teruggetrokken, maar blijft in beginsel welkom. Toetreding van Mexico zou de eerste uitbereiding van de OESO sinds 20 jaar zijn.

Duitsland bepleitte nauwere samenwerking met de voormalige communistische landen die aansluiting zoeken bij het westen, zoals Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Bonn liet doorschemeren dat deze landen ook tot de OESO zouden moeten worden toegelaten als Mexico lid wordt, een opvatting die de andere OESO-landen afwezen. De voormalige lidstaten van de Sovjet-Unie werd meer steun toegezegd.

De OESO-ministers aanvaardden een reeks aanbevelingen op het gebied van macro-economische-, structurele- en arbeidsmarktpolitiek om niet-inflatoire groei en vermindering van de werkloosheid te bevorderen. Voorzitter Dawkins erkende echter dat zelfs 3 procent groei per jaar niet zal leiden tot een substantiële vermindering van de werkloosheid. Tegen het eind van dit jaar zullen 36 miljoen mensen in de OESO-landen werkloos zijn. Dit cijfer zal waarschijnlijk “niet belangrijk dalen voor ver in 1994”, aldus de verklaring van de OESO-ministers.

    • Jan Gerritsen