"Speel ik in m'n eentje PvdA'tje?'

E. ter Veld, als hoofd van het FNV-secretariaat Vrouwelijke Werknemers op 11 aug 1979:

“Ach, veel van die kerels hadden nooit zoveel tijd en energie in hun werk kunnen stoppen als ze zelf hun overhemden hadden moeten strijken.”

“De vakbeweging is toch eigenlijk het laatste mannenbolwerk. In vrijwel alles. De techniek, vergaderen, discussiëren. Het mekaar afkatten.” (1979)

“Als vakbondsbestuurder ben je 24 uur van de dag in dienst. Als je moeder tachtig wordt en je loopt een vergadering mis dan zeg je: "Wat komt het werk soms toch in de knel door privézaken'. Welnee: je leven komt in de knel door dat rotwerk; ik bedoel door je werk.” (Oktober 1981)

“Oh nee, ik heb helemaal niet het gevoel dat ik macht uitoefen. Ik was gewend om een bepaalde invloed te hebben in de FNV. Maar ik zal nog een paar jaren groot moeten groeien voordat hier (in de Tweede Kamer, red.) dat ook zo is.” (1981)

“De spanning wat de burgers op korte termijn willen en wat de overheid daarvan wil toestaan, bestaat altijd.” (1984)

“De spreiding van arbeid, kennis, macht en inkomen moet doorgaan.” (1984)

“Ik erken ook dat wij destijds als vakbeweging met de werkgevers overlegden hoe wij samen oudere werknemers, die ontslagen moesten worden, in de WAO konden helpen. Het was plezieriger voor de werknemer, de werkgever vond het fijn en ook voor de vakbeweging was zoiets toen heel logisch”. (1984)

“Juist in economisch slechte tijden, waarin het voor ons inderdaad het moeilijkst is, is het ontzettend belangrijk om te regeren. Omdat die constante worsteling van ons in de oppositie geen enkel effect heeft.” (1984)

“Het is voor mensen altijd beter 1600 gulden zelf te verdienen dan om 1600 gulden via een of andere uitkering te krijgen”. (1984)

“Van de ene kant behoud ik natuurlijk mijn vakbondsachtergrond. Maar ik kan niet ontkennen dat ik ook altijd een natuurlijke neiging heb om te beweren dat vliegeren alleen maar kan als de vlieger een staart heeft en vanaf de grond wordt vastgehouden.” (1984)

“Ik vraag me wel eens af of de partij bang is, dat wanneer men een bepaalde overtuiging niet heel hard uitdraagt, er geen substantie onderzit. Het is de angst die ik proef als ik zeg dat we natuurlijk over ingrepen in de sociale zekerheid moeten praten. (1984)

“Er zijn drie werkelijkheden: de echte, de politieke en de ambtelijke.” (1989)

“Ik zag de achterstand van vrouwen en dacht : de wereld is er schuldig aan. Bij het FNV riep ik: het is de schuld van het kapitaal. In de Tweeede Kamer wees ik de regeringspartijen als schuldigen aan. Nu ben ik staatssecretaris. Nu krijg ik zelf overal de schuld van.” (1989)

“Ik wil langdurig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid actief bestrijden. Dit moet een probleem van de werkgevers worden”. (1990)

“Eigenlijk hoop ik dat een heleboel dingen er dan (na afloop van de kabinetsperiode, red.) juist nog wel zijn. De arbeidsongeschiktheidregeling bijvoorbeeld, ik hoop dat dat een goede regeling blijft. (...) Eigenlijk hoop ik op dit terrein geen totaal nieuwe benaderingen te hoeven volgen.” (1989)

“Ik wil voorkomen dat ik in een ivoren toren terechtkom. Door een achterdeurtje wegglippen is niet mijn stijl. Ik zie hier natuurlijk de mensen terug die ik zelf getraind heb in actie voeren.” (1989)

“Zit ik hier dan nog in m'n eentje PvdA-tje te spelen?” (1990)

“Ik geef toe: de nieuwe regeling is niet meer de WAO zoals we die kennen. Maar hij is niet zo slecht als hij lijkt.” (1991)

“Partijgenoten, we hebben elkaar veel uit te leggen. We hebben de WAO-plannen bijgesteld, daar ben ik trots op.” (1991)

“Eerlijk, ik ben ook geschrokken toen ik de nieuwste cijfers van het aantal WAO'ers zag. Welke plannen we ook maken, het loopt allemaal niet zoals we willen. Geloof me, regeren is niet leuk.” (1991)

“Wie de WAO af wil schaffen, moet eerst mij afschaffen.” (Lente 1991)

“De auto de deur uit. De klantenpassen inleveren, de tering naar de nering zetten - dat moet men allemaal slikken.” (november 1992)

“Je kunt je wel afvragen of dit staatssecretariaat zo'n verstandige plek is voor een PvdA'er.” (1993)

“Het klinkt misschien schandelijk, maar ik ben al lang blij dat ik het principe van de bijstand overeind heb kunnen houden.” (1993)

“Als ik zeg: ik blijf na de volgende verkiezingen graag doorregeren, dan zegt iedereen: wat een masochiste. En als ik zeg: ik zie het voor straks niet meer zitten, roept iedereen: nou, ga dan maar meteen weg.” (1993)