Rommelige bonus/malus schiet zijn doel voorbij

DEN HAAG, 4 JUNI. Is de bonus/malus-regeling voor bedrijven met arbeidsongeschikten nog een lang leven beschoren? Dat zij op de helling gaat, staat al min of meer vast. Althans, dat is de opvatting van prof.mr. W.J.P.M. Fase, die gisteren het ambt van bijzonder hoogleraar recht van de sociale zekerheid aan de Rijksuniversiteit Limburg aanvaardde.

Het systeem van boetes voor werkgevers van wie een werknemer arbeidsongeschikt is geraakt en van premies voor bedrijven die een arbeidsongeschikte in dienst nemen, is “rommelig” en bevat vele feilen, stelde Fase gisteren in zijn oratie.

Voor werkgevers moet dit een welkome steun uit onverwachte hoek zijn, want Fase is voorzitter van de Sociale Verzekeringsraad, het orgaan dat de regering over de uitvoerbaarheid van sociale wetgeving adviseert en de uitvoering ervan controleert. Fase noemde een aantal voorbeelden van "kortsluiting' tussen het sociale verzekeringsrecht en het arbeidsrecht, waarvan de bonus/malus-regeling er een is.

Werkgevers lopen al geruime tijd te hoop tegen deze "balusregeling' (dixit NCW-voorzitter Blankert). In het bijzonder de grote werkgeversorganisaties VNO en NCW worden er dus niet graag aan herinnerd dat zij ooit hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze regeling. Dat was in de tijd waarin kabinet en sociale partners met elkaar nog on speaking terms waren als het ging om de WAO - die tijd is voorbij.

De schrik bij de werkgeversorganisaties kwam erin toen de hoogte van de malussen bekend raakte - maximaal een half jaarsalaris, straks een heel jaarsalaris - en het onbegrip en de woede bij de aangesloten bedrijven manifest werden. In het bijzonder KNOV-voorzitter Kamminga loopt sindsdien geen microfoon meer voorbij zonder te fulmineren tegen de bonus/malus-regeling.

Al dit kabaal is in de Tweede Kamer niet onopgemerkt gebleven. Integendeel, PvdA'er Leijnse vond vorige week de vele aandacht die het parlement in een debat aan de regeling besteedde zelfs overtrokken. “De lobby heeft dus gewerkt”, stelde hij vast. Om vervolgens overigens zelf met een wijzigingsvoorstel te komen, samen met het CDA, waardoor de boetes die een bedrijf kunnen worden opgelegd, verder worden beperkt. Maximaal mag een bedrijf per jaar niet meer dan 3 procent van de loonsom aan malussen kwijt zijn; dat was 5 procent.

De PvdA is in de Tweede Kamer nog de warmste voorstander van de regeling die door de vanmorgen afgetreden staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) en haar ambtenaren in elkaar is gesleuteld. Het CDA heeft twijfel, maar laat het voordeel daarvan vooralsnog prevaleren. De VVD is tegen de regeling, die volgens D66'ster Groenman tussen werkgevers en kabinet “de sfeer heeft verpest”.

Ter Veld beschouwde de malus als een soort eigen risico voor de werkgever. Zo wordt niet elke arbeidsongeschikte die erbij komt direct afgewenteld op de collectiviteit in de vorm van een verhoging van de premies voor de volksverzekering AAW en de werknemersverzekering WAO. Het bonus/malussysteem kost het Nederlandse bedrijfsleven als geheel niets. Het saldo van malussen en bonussen wordt gebruikt om de AAW-premies en de overhevelingstoeslagen die werkgevers betalen, te verlagen. Een daling dus van de loonkosten voor de meeste bedrijven, een wijd verbreide wens.

Maar dit is een macro-theorie die op micro-niveau niet aanslaat. Niet dus bij het bedrijf dat de pech heeft werknemers te hebben die arbeidsongeschikt raken. En zeker niet als de oorzaak daarvan buiten het bedrijf is gelegen: een auto-ongeluk bijvoorbeeld of een desastreus verlopen ski-vakantie. Dat het bedrijf een jaar de tijd krijgt om de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte aan een andere functie te helpen - of zelfs twee jaar als de periode van de Ziektewet wordt meegeteld - alvorens de boete wordt gend, slaat evenmin aan. In elk geval niet bij, pakweg, een dakdekkersbedrijf dat nu eenmaal vrijwel uitsluitend dakdekkers in dienst heeft.

Het individuele bedrijf ervaart de malus dus als een onrechtvaardige maatregel; een psychologische factor die Fase in zijn oratie goeddeels onbesproken liet, al stelde hij vast dat “controversiële maatregelen ten laste van de directe actoren geen goede voedingsbodem scheppen voor de effectiviteit ervan”.

Fase sneed een nog weinig belicht risico aan: het misbruik van de bonussen, de premies voor de bedrijven die een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte aannemen. Binnen een concern kan een werkgever een arbeidsongeschikte in dienst nemen voor een bepaalde periode van een jaar en daarvoor de bonus (een subsidie op de loonkosten) incasseren. Na dat jaar gaat de betrokken werknemer, die nog altijd gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, naar een andere rechtspersoon binnen hetzelfde concern. Ook deze werkgever mag een bonus tegemoet zien en zo kunnen alle rechtspersonen binnen het concern een keer aan de beurt komen, zonder dat de betrokken werknemer feitelijk van werkplek verandert (het ene bedrijf detacheert hem bij het andere). Het is een van de voorbeelden waaruit Fase de conclusie trekt dat de regeling niet goed doordacht en onvolkomen is, “omdat zij de rechtswerkelijkheid ontkent”.

Een aantal van die onvolkomenheden is ook de staatssecretaris opgevallen; zij heeft de regeling die sinds 1 maart 1992 bestaat, al enkele malen veranderd. Zo is ze later werknemers van bijna 65 jaar gaan uitzonderen, evenals degenen die overlijden binnen een jaar nadat ze arbeidsongeschikt zijn geworden.

Opvallend genoeg negeerde Fase in zijn oratie gisteren enkele van die wijzigingen. Zo wees hij op het risico voor bedrijven die vakantiewerkers en invalkrachten in dienst nemen en het ricico lopen op een boete van een vol jaarsalaris. Terwijl Ter Veld vorige maand de wet zodanig heeft gewijzigd dat voor werknemers die in hun eerste dienstjaar een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid krijgen geen boete hoeft te worden betaald en in het tweede dienstjaar een halve. Ook het financiële risico dat werkgevers op een malus lopen als een in dienst genomen arbeidsongeschikte toch weer moet afhaken, is inmiddels kleiner gemaakt: de bonus is in zo'n situatie altijd hoger dan de eventuele malus.

Maar Fase wees er ook op dat de malus niet de enige bedreiging is voor de werkgever. Ook de bedrijfsvereniging kan hem aanspreken als hij voor de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte geen passend werk zoekt. Zij kan dan (een deel van) de uitkering op de werkgever verhalen. Dat geldt ook als hij verzuimt een "terugkeerplan' op te stellen, ongeacht de vraag of de terugkeer als reëel kan worden beschouwd.

Een opeenstapeling van sancties dus. En deze riscio's, meent Fase, moeten wel een weerslag hebben op het personeelsbeleid van de werkgever. Deze zal er zich voor hoeden gedeeltelijk arbeidsongeschikte of minder gezonde werknemers in dienst te nemen. En daarmee schiet de bonus/malus-regeling aan haar doel voorbij.

    • John Kroon