Produktie in Duitsland valt 3,2 pct terug

BONN, 4 JUNI. Het Duitse bruto binnenlands produkt (totale binnenlandse produktie minus export) heeft in het eerste kwartaal van dit jaar de grootste naoorlogse achteruitgang doorgemaakt, namelijk 3,2 procent ten opzichte van het eerste kwartaal 1992.

Dit meldt het Duitse Bureau voor de Statistiek. Alleen na het oliecrisisjaar 1973/1974 registreerde het bureau een bijna even grote val van het BBP. De Duitse vakbeweging DGB eist van de regering een direct conjunctureel programma van 30 miljard mark om de economie te stimuleren. De oppositionele SPD vraagt om snelle renteverlaging.

Het dramatische karakter van de economische ontwikkeling blijkt volgens het Duitse CBS het duidelijkst uit het inzakken van de bedrijfsinvesteringen in het eerste kwartaal (min 14,8 procent). De winsten van ondernemingen liepen gemiddeld met 11,3 procent terug. De werkloosheid dreigt dit jaar met een kleine 400.000 mensen toe te nemen. De ineenstorting van de Westduitse economie bedreigt ook de Oostduitse, daar moet de geraamde groei van circa 8 procent tot enkele procenten worden gecorrigeerd.

Volgens FDP-minister Günter Rexrodt van Economische Zaken bevestigen de cijfers dat de Duitse recessie kan uitgroeien tot de ernstigste in de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Niettemin voegde hij daaraan toe dat hij niet zonder hoop is dat de economie in de tweede helft van dit jaar wat aantrekt. Voorwaarden daarvoor zijn dan wel dat de loonkosten in Duitsland verder worden gematigd en dat de internationale conjunctuur verbetert. Rexrodt wil ook daarom pas in september met eventuele nadere maatregelen komen, zei hij gisteren.

De president van het gerenommeerde Münchense Ifo-instituut, Oppenländer, verwacht komende zomer al een conjuncturele opleving. Rüdiger Pohl, een van de vijf “Wijzen” (economische adviseurs van de regering), noemt de huidige situatie “bedrukkend”, hij verwacht herstel tegen het einde van 1993. Eergisteren had Bundesbankpresident Helmut Schlesinger nog verzekerd dat economische signalen niet ernstiger zijn dan bij vroegere conjuncturele inzinkingen, maar “dat het wel tot de ernstigste naoorlogse crisis kàn komen als we doorgaan fouten te maken”. Hij doelde daarmee vooral op “te dure” CAO's in Duitsland en te weinig echte bezuinigingen in de overheidsuitgaven.

De overkoepelende vakbond DGB heeft op het slechte nieuws gereageerd door een onmiddellijk conjunctureel overheidsprogramma van 30 miljard mark te eisen. De bond zou dat gefinancierd willen zien via vergroting (met 10 miljard) van het overheidstekort, 7 miljard uit de winst van de Bundesbank en de resterende 13 miljard door directe invoering van een solidariteitsheffing voor alle inkomens boven 60.000 mark (ongehuwden) en 120.000 (gehuwden) per jaar.

De SPD noemt Rexrodt “incompetent”, zij verdenkt hem ervan dat hij de recessie wil aangrijpen om een kaalslag (“tabula rasa”) op het gebied van de sociale zekerheid uit te voeren. Volgens de SPD-Bondsdagexpert Uwe Jens heeft het niet veel zin om met Oosteuropese en Aziatische concurrenten in de slag te gaan door grootscheeps kosten te matigen, maar moet naar nieuwe produkten en nieuwe markten worden gezocht. Snelle renteverlaging, die gisteren wegens de hoge inflatie nog werd afgewezen door de Bundesbank, acht de SPD nu geboden.