Polly Harvey kan zich nu met de ruigste gitaarhelden meten

Concert: P.J. Harvey. Bezetting: Polly Harvey (zang, gitaar), Robert Ellis (drums, zang), Steve Vaughan (bas). Gehoord: 2/6 Paradiso, Amsterdam.

Het Britse eilandgevoel is nergens zo sterk als in de popwereld. De Engelse muziekpers heeft al menig beginnend bandje doodgeknuffeld, door in een veel te vroeg stadium gewag te maken van de zoveelste nieuwe sensatie. Vorig jaar dreigde het trio P.J. Harvey ten prooi te vallen aan een dergelijke ophef. De laaiend enthousiaste berichten uit Engeland hadden tot gevolg dat de groep haar Nederlandse podiumdebuut vorig jaar maakte op Pinkpop, waar de belofte vooralsnog niet uit de verf kwam.

Wellicht heeft zangeres en gitariste Polly Harvey iets opgestoken van het voorbarige festivaloptreden. In vergelijking met het vorig jaar verschenen debuutalbum Dry klinkt de nieuwe cd Rid Of Me een stuk eenduidiger en robuuster, niet in het minst door de inbreng van producer Steve Albini, die bekend staat om zijn harde en ongepolijste gitaarplaten. Op sommige momenten lijkt het of Albini de muziek opzettelijk lelijk heeft gemaakt, net zoals Polly Harvey zichzelf in een onflatteuze pose op de hoes liet afbeelden. In haar teksten probeert ze de zaken al evenmin mooier voor te stellen dan ze zijn, want ze zingt over pijn, onzekerheid en bedrog. "Je bent nog niet van me af,' luidt de grimmige essentie van het anti-liefdeslied "Rid Of Me'.

Los van de stevige en vervormde gitaarstijl die Harvey zich eigen heeft gemaakt, is de zangeres gegroeid in haar podiumpresentatie. Met haar vuurrode jurk en gouden slippers met plateauzolen lijkt ze een karikatuur van meisjesachtige popzangeressen als Debbie Harry. Ondertussen is haar indringende zang verre van frivool. De triobezetting dwingt de groep tot inventiviteit, te meer omdat ouderwetse gitaarsolo's niet op het programma staan. Drummer Robert Ellis zingt zijn tweede stemmen in een potsierlijke falset, terwijl hij zijn bekkens en trommels in een rustige passage met sambaballen bewerkt.

Het drietal bouwde een rotsvaste gitaarmuur in een onherkenbare versie van Bob Dylans "Highway 61 Revisited' en het zelfgeschreven succesnummer "Sheela-Na-Gig'. Een dappere cover van Willie Dixons "Wang Dang Doodle' miste de bezetenheid van een echte bluessong, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd met de fanatieke scheldkannonnade "Snake'. Met enige verbazing nam Polly Harvey de bloemen in ontvangst, die haar vanaf het balkon werden toegeworpen. Ook zonder technische hoogstandjes kan ze zich meten met de ruigste gitaarhelden.

    • Jan Vollaard