Niemand die afdaalt in de onderwereld blijft zichzelf; Het project Multiple Difference

Kunstenaars die hun werk uitleveren aan fotografen die er een kunstwerk van maken en dat laten afdrukken in tijdschriften - het ligt voor de hand dat er veel kunstminnaars zullen zijn, die bij het zien van het project Multiple Difference het hoofd schudden. Moeten moderne beeldende kunstenaars afdalen in de onderwereld van de massamedia, waar hun produkten worden onderworpen aan de vormgevingswetten?

Multiples zijn kunstvoorwerpen van vaak bescheiden, draagbare omvang, die een kunstenaar in een beperkte oplage vervaardigt. Tegenover het unieke, aristocratische meesterwerk, dat vaak ver weg, onbetaalbaar of zelfs onverkoopbaar is (omdat het uit een idee of tijdelijke installatie bestaat), staat de democratische verschijning van het multiple. Met het maken en te koop aanbieden van multiples maakt de kunstenaar een gebaar in de richting van de kleinere beurs, de huiskamer, het hebbe-ding. Zo bezien zijn multiples vaak een soort reclame voor het grotere, eigenlijke werk van de kunstenaar.

Dit democratische aspect aan het multiple wordt op de spits gedreven in het project Multiple Difference van Trademark. Van zes bekende kunstenaars werd een multiple gekozen. Vijf fotografen uit diverse uithoeken van de fotografie kregen van ieder een exemplaar mee om het naar believen in een foto te verwerken. Vervolgens zouden die dertig foto's gepubliceerd worden in de bladen waarvoor die fotografen werkten, dwz uiteenlopende periodieken zoals kunstmagazines, wetenschappelijke tijdschriften, modebladen, glossy's, week- en dagbladen. De publiciteit over het project, zoals dit artikel, is het project zelf, de pagina's van de tijdschriften en kranten zijn de wanden waaraan kunstenaars en fotografen exposeren.

Het klinkt zo simpel en onschuldig, maar wat er gebeurt is in feite nogal cru. Multiples, zoals de meeste kunstwerken, leiden hun beschermde leven in ateliers, galeries, musea, privé-verzamelingen of kunstpakhuizen. Als ze worden afgebeeld gebeurt dat meestal in kunsttijdschriften door fotografen die zich dienstbaar opstellen en het kunstwerk zo storingsvrij mogelijk presenteren.

Hier gebeurt iets volstrekt anders. De multiples verliezen hun privileges als kunstvoorwerp. Ze worden door de kunstenaars vrijwillig uitgeleverd aan fotografen, die met hun gijzelaars aan de slag gaan zoals ze dat met bomen, autowrakken, modellen, zomerjurken en wolkenpartijen gewend zijn te doen. De multiples zijn op slag geen voltooide werken meer, maar halffabrikaten, rekwisieten of zelfs ruw materiaal. De resulterende foto's worden bovendien niet zomaar in smaakvolle lijsten tentoongesteld, maar afgedrukt in tijdschriften, waar ze moeten concurreren met boeiende artikelen, pakkende koppen, strips en foto's van oorlogen, hartige taarten, oude professoren en de nieuwe zonnebrillen-collectie.

In het project Multiple Difference is het kunstvoorwerp een beeldmotief geworden, meegesleurd in de maalstroom van de massacommunicatie. Het kunstwerk wordt mediaruis. Van dat proces is Multiple Difference de opengewerkte tekening. Het laat zien hoe het in zijn werk kan gaan, in verschillende genres en scenario's.

Je zou er een omgekeerde beweging in kunnen zien van wat surrealisten en dadasten in het begin van de eeuw deden. Zij jaagden op de onthulling van een extra dimensie in en achter de alledaagse werkelijkheid. Om aan te tonen dat er kunst was aan gene zijde van de eredienst aan de Schoonheid, maakten ze assemblages van huishoudelijke voorwerpen of verklaarden alledaagse massaprodukten tot kunstwerk, als objet trouvé of ready made. Het waren sleutels om toegang te krijgen tot een ongezien en ongedacht deel van de werkelijkheid.

Hier zie je het omgekeerde: een kunstwerk wordt teruggeplant in de alledaagse wereld van visuele indrukken. Het gaat niet meer om het voorwerp, maar om de afbeelding van het voorwerp, als beeld zonder vaste (kunst)betekenis of context. Alle aandacht gaat naar de gedaanteverwisselingen die er onderweg, in verschillende handen en verschillende media plaatsvinden. Soms zijn die niet om aan te zien, zoals de foto's waarin de fotograaf in kunstenaarlijkheid de kunstenaars wil overtreffen. Dat levert beschamende foto's op, maar als onderdeel van het project zijn ze geslaagd: ze leveren gewild of ongewild een hilarische parodie op het gangbare beeld van kunst en kunstenaars.

Winkeletalage

De interessantste bijdragen aan Multiple Difference zijn de foto's van Theo Bos en Marcel van der Vlugt. Theo Bos vatte het multiple op in zijn middenstandsachtige verschijning van klein produkt en plaatste elk ding in een winkeletalage. Hij zorgde ervoor dat ieder kunstwerk temidden van produkten terecht kwam waarbij het zo min mogelijk zou afsteken. Het getatoueerde kale poppehoofd van Berend Strik belandt in de etalage van een drogist tussen de haarverzorgingsprodukten. De constructivistische mini-toren van Michael Jacklin staat in een etalage met decoratieve wand- en plafondpanelen. De felgekleurde plastic letters van Lawrence Weiner duiken op tussen afvoerbuizen, brandspiritus en zaklampen. Het mannetje met een paardje aan zijn penis van Theo Schepens vindt zijn nieuwe thuis in de dierenwinkel tussen hondemanden en krabpalen. Peer Venemans groezelige fantasie-totempaal verschijnt tussen donkerbruine tweede-hands-meubelen. Het rode glazen hart als parfumverstuiver van Fortuyn/O'Brien weet zich gecamoufleerd tussen bloeddrukmeters, verbanddozen en paramedische instrumenten.

Bos banaliseert de multiples door verslag te doen van hun verschijning in een omgeving waar ze onwaarneembaar worden als objet d'art. Hij toont een milieu waarin hun eigen banaliteit zich ten volle ontplooit en ze deel uitmaken van de visuele ruis van de stad met zijn onafgebroken stroom van te koop aangeboden produkten. De foto's benaderen in hun dramaloze vlakheid zelf ook de status van visuele ruis. Maar behalve dit sterk ironiserende effect zijn er nog twee zaken aan deze foto's het vermelden waard. Ten eerste dat het is alsof Bos de multiples heeft verstopt zodat ze door toevallige voorbijgangers, winkelende mensen, (in wiens positie de fotograaf zijn camera tenslotte heeft opgesteld,) weer kunnen worden gevonden en gered uit de stroom verwisselbare massaprodukten. Hij eigent zich, met andere woorden, de multiples niet volledig toe, en laat alleen zien hoe ze zich redden in de alledaagse wereld. Iedere keer als ik naar de foto's kijk twijfel ik weer: zijn de kunstwerken nu heel eenzaam of juist eindelijk thuis bij hun familie, daar in die etalages?

Het tweede is dit: dat van alle fotografen Bos de enige is die de multiples als voorwerpen heeft gefotografeerd, naakt, zonder symbolische functie in de foto. De meeste fotografen interpreteren de kunstwerken en construeren scènes waarin de kunstwerken symbolische rekwisieten zijn. In Bos' foto's wordt niet genterpreteerd, maar verslag gedaan van hoe deze dingen eruit zien in een nieuwe omgeving.

De foto's van Bos zijn die van een toeschouwer, een getuige. Hij is de voyeur van het tot mediaruis worden van de kunstwerken. Ik meen ook een spoor te zien van het bewustzijn van zijn eigen aandeel in dat mechanisme. Tussen de inhoud van de etalages en de lens bevindt zich altijd de etalageruit. De subtiele spiegeling daarvan is nog net te zien, maar het is iets dat bij reproduktie in de krant, hier dus, al snel verloren gaat. Ik weet niet of Bos daar rekening mee heeft gehouden. Zo niet, dan is het een mooie bijkomstigheid, zo ja, dan is het elegante aanduiding van zijn eigen positie: de lichtheid van de ironie, die zichzelf ziet vervliegen in de massacommunicatie.

Altaren

Bos zocht alleen een plek waar de multiples onwaarneembaar werden als kunst, Marcel van der Vlugt gaat agressiever te werk. Zijn foto's zijn stuk voor stuk esthetische altaren waarop het multiple geofferd, vernietigd wordt. Om van herinterpreteren of corrigeren te spreken is een eufemisme; kannibaliseren of verslinden is beter op zijn plaats. In de foto's van Van der Vlugt is het geweld te zien van de krachten die met Multiple Difference zijn opgeroepen. De multiples verschijnen nergens meer als voorwerpen, maar als onderdelen van een volledig nieuw beeld. Niet één multiple is volledig in beeld gebracht of het is maar zo klein weergegeven dat het niet meer dan een minuscule decoratie is geworden. Het extreemste voorbeeld is de foto van een androgyn model met dreadlocks, waarin, als je goed zoekt de afbeelding van Venemans totempaal verwerkt is, in werkelijkheid bijna een meter hoog.

Was Bos de getuige/voyeur, dan is van der Vlugt de verkrachter/tovenaar. Zijn foto's tonen krachtige, technisch hoogstaande beelden, die er eerder leken te zijn dan de multiples, alsof die er later aan mee mochten doen. Het zijn enigszins spookachtige beelden met een ingehouden, broeierig drama. Van der Vlugts foto's laten het hele project Multiple Difference achter zich: ze bemoeien zich niet met de kunsttheoretische vragen die het oproept (zoals Bos wel degelijk doet), maar ontwijken ook volledig de valkuil van het per foto interpreteren van de betekenissen van de kunstwerken. Hij maakt mysterieuze, mooie beelden die zo in Man, Interview, Max enz. kunnen staan als sferische reclame voor een uiterst exclusief kledingmerk, een heel artistieke kapper, een exorbitant dure geur of een disco voor de trendy happy few.

Die sfeer van luxe en modieuze stijlbewustheid wordt opgeroepen door wat ik maar de extreem gearticuleerde vaagheid van de beelden noem, maar ook bv. door de foto's op zilverkleurig en goudkleurig papier af te drukken. Esthetisch gezien zijn ze verbluffend en ze doen de multiples, de voorwerpen waarmee de fotograaf Van der Vlugt op pad gestuurd werd vergeten. De kunstwerken worden volkomen vanzelfsprekend onderworpen aan de vormgevingswetten van de gedrukte afdeling van de infotainment industrie. In dat universum vallen hun privileges weg en versmelten ze met de achtergrondstraling van beelden in de media. Een keer buiten de wereld van de beeldende kunst staan ze in een omgeving waar sneller en functioneel gekeken wordt, waar het kortste, heftigste signaal het wint.

Het ligt dan ook voor de hand dat er veel kunstminnaars zullen zijn, die bij het zien van Multiple Difference het hoofd schudden. Ze zullen de beslissing van de betrokkken kunstenaars om eraan mee te doen als een vergissing beschouwen, als een verbanning van hun geesteskinderen naar de onderwereld van de media.

In de Griekse mythologie golden plaatsen waarvan men dacht dat ze toegang tot de onderwereld gaven als heilig. Een bezoek aan de Hades was een avontuur voor helden en halfgoden, natuurlijk een heel riskante onderneming, maar ook een middel om kennis van onschatbare waarde op te doen, ja, inzicht in de diepste geheimen te krijgen. Misschien staat de beeldende kunst vandaag de dag wel voor zo'n met struiken en varens half afgedekte grot.

Oftewel voor de vraag of men de kwesties die rijzen omtrent de positie van beeldende kunst onder invloed van de stormachtige ontwikkelingen in de visuele cultuur en de media terzijde schuift, en zich bepaalt tot de traditionele ambachtelijke middelen en het romantisch-modernistische beeld van de kunstenaar; of dat men, vervuld van een scherpzinnig wantrouwen tegenover de listen en lagen van de Hades, in de onderwereld afdaalt en een methode voor de kunst zoekt om er te overleven, in de hoop een nieuw type ongeziene, ongedachte zaken te ontdekken.

Wat bedoel ik in vredesnaam? Kunstenaars die virtuoos de media bewerken om rijk en beroemd te worden? Nee. Kunstenaars die bedrijfje spelen? Zeker niet. Met computers getekende zonsondergangen? Dat al helemaal niet! Kunstenaars die musea vullen met hun warenhuis-aankopen? Evenmin. Chaotische videofilms per sateliet naar twintig landen seinen? Nee.

Dat ik niet precies weet wat ik nu wel bedoel heeft ermee te maken dat niemand zichzelf blijft als hij in de onderwereld afdaalt. Het is moeilijk te zeggen hoe kunst die nog gemaakt moet worden eruit ziet, en in welke mate die nog zal lijken op wat nu kunst genoemd wordt. Misschien geen vrolijke conclusie, maar wel een die nieuwsgierigheid en verwachtingen wekt.

    • Dirk van Weelden