Moshe Safdie, architect op gewijde grond

Wie in Jeruzalems oude stad wil bouwen stuit op een politiek, religieus en archeologisch mijnenveld. De Israelische architect Moshe Safdie wist toch een aantal projecten te realiseren, zoals de nieuwe wijk Mamilla. “In Israel zit zelfs aan de keuze van bouwmaterialen een politieke kant.”

Een halve meter per eeuw. Dat is de gemiddelde snelheid waarmee de neerslag van de geschiedenis - bouwen, oorlog, verwoesting, herbouw - zich in de oude stad van Jeruzalem ophoopt. Wat voor de archeologen een droom is, is voor de architecten een nachtmerrie: geen spade kunnen ze er met een gerust hart in de grond zetten, want als de vondsten belangrijk genoeg zijn, wordt het werk stilgelegd en moet soms het ontwerp ingrijpend worden gewijzigd. Architect Moshe Safdie (54) heeft er niet alleen de oekazes van de almachtige archeologen ondergaan, maar ook alle vormen van religieuze en politieke strijd die het bouwen op gewijde grond met zich meebrengt.

Safdie is Israels bekendste architect, al woont hij grotendeels in Amerika waar hij behalve praktizerend architect ook jarenlang hoogleraar aan de universiteit Harvard is geweest. Zijn werk in Noord-Amerika heeft ongetwijfeld aan zijn bekendheid als Israeliër bijgedragen: grote openbare gebouwen als de National Gallery in Ottawa, een cultureel centrum voor de Hebrew Union College in Los Angeles en het Ballet Opera House in Toronto dat nu in aanbouw is, trekken nu eenmaal meer aandacht dan het vaak moeizame en langdurige gepeuter in Jeruzalem.

Maar ook daar is zijn naam verbonden aan een aantal toonaangevende projecten. Na de Zesdaagse oorlog in 1967, waarbij het joodse gedeelte van Jeruzalems oude stad voor bijna de helft werd verwoest, werd hij belast met de reconstructie van de buurt. Hij is er ook zelf gaan wonen, als een van de eersten die zich zo dicht bij het Arabische deel van de stad durfden te vestigen. In 1976 ontwierp hij het Children's Holocaust Monument voor Yad Vashem. Zijn nieuwste project is de uitleg van een hele nieuwe stad halverwege Jeruzalem en Tel Aviv, Modi'in geheten, die over enkele jaren tweehonderdduizend inwoners moet herbergen. En nu, twintig jaar nadat hij het eerste ontwerp tekende, wordt, vlak buiten de muren van de oude stad, de nieuwe wijk Mamilla gebouwd.

Safdie pendelt nu al ruim twintig jaar tussen Noord-Amerika en het Midden-Oosten. Hij heeft kantoren in Boston en Jeruzalem waar respectievelijk veertig en twintig mensen werken. “Als jongen van vijftien moest ik mijn geboortestad Haifa verlaten omdat mijn ouders naar Canada verhuisden. Dat vond ik vreselijk, en ik wist altijd dat ik op een of andere manier terug zou keren. Toen in 1967 hier de oorlog uitbrak, heb ik me bij het Israelische consulaat in Amerika als soldaat aangemeld. Al moet ik bekennen dat ik opgelucht was toen die oorlog slechts zes dagen duurde en ik niet werd opgeroepen.”

Habitat

Uiteindelijk verliep Safdie's terugkeer uit de diaspora heel anders: in 1969 werd hij op een congres binnengehaald als de gevierde jonge ontwerper van "Habitat', een spraakmakend woningbouwproject dat als onderdeel van de Montreal Wereldtentoonstelling in 1967 is gebouwd. Habitat is opgebouwd als een waterval van witte kubussen waarbij de daken en terrassen van de prefab betonnen woningen in elkaar lijken over te vloeien. Het complex is duidelijk verwant aan het structuralisme van architecten als Aldo van Eyck en Herman Hertzberger, waarin grote complexen ontstonden door de herhaling van kleine eenheden. Het was ook Van Eyck die ervoor zorgde dat Habitat, toen nog maar een ontwerp, voor het eerst werd gepubliceerd, in het Nederlandse tijdschrift Forum.

Hoewel het gebouw in Canada staat, is de structuur duidelijk genspireerd op de organisch gegroeide kasbah. Dezelfde trapsgewijze stapeling heeft hij in ere hersteld in de joodse wijk van Jeruzalems oude stad, waar de woningen vanouds naast en door elkaar langs de rotsen tuimelen; in zijn ontwerp voor de omgeving van de Klaagmuur introduceert hij ook golven van brede trappen en terrassen. In zijn boek Jerusalem: The Future of the Past (1989), een vlot geschreven relaas over de perikelen van het wonen en werken in die stad, haalt hij zijn fascinatie aan met trappen en piramides. Zijn verklaring is simpel: “Deze bouwstijl hoort bij deze streek. En bovendien: heuvels zijn spannender dan platte vlaktes.”

Vanuit zijn rotswoning aan een kronkelend straatje van de joodse wijk geniet Safdie een panoramisch uitzicht over de Klaagmuur, de Rotskoepel en de El Aksa-moskee. Hier probeerde hij destijds iets uit wat sindsdien een vast bestanddeel van zijn gebouwen in Israel is geworden: de doorzichtige schuifkoepel, die 's zomers bij het terras hoort en 's winters een serre vormt. In de nieuwe wijk Mamilla zijn de koepels overigens van Nederlandse makelij.

Humus

In de twintig jaar sinds de reconstructie is er in de joodse wijk veel veranderd. Door de recente golf van aanvallen door Palestijnen op joden is ook Safdie, die jarenlang op vriendschappelijke voet met de Arabische winkeliers verkeerde, er wat voorzichtiger geworden. De Arabische slagerij-cum-restaurant waar we tussen de middag humus en kebab eten is leeg; twee maanden geleden stonden de klanten op dit uur in de rij. Maar nu wagen toeristen noch joden zich in deze zijstraat van een achterafsteeg. “Toch valt de spanning met de Arabieren soms mee in vergelijking met die tussen joden onderling,” zegt Safdie. “Na de restauratie heeft het stadsbestuur geprobeerd om door de woningtoewijzing een evenwicht te bereiken tussen seculiere en orthodoxe joden. In het begin lukte dat, maar langzamerhand zijn de orthodoxen in de meerderheid. Zij drukken een zwaar stempel op de sfeer in de wijk.”

Mamilla

Vanaf de Jaffapoort, een van de toegangen tot de oude stad, kijken we uit over een brede strook niemandsland. Dit moet Mamilla worden, een combinatie van woningen, winkels, kantoren, een hotel, een weg en een parkeergarage - kortom, een nieuwe wijk die de oude stad verbindt met het huidige centrum van Jeruzalem. Een klein gedeelte aan de rand is al gebouwd. Midden in de nu nog stoffige negorij staan grote metalen kratten met genummerde stenen, de onderdelen van enkele gebouwen die tijdelijk uit Mamilla Street zijn verwijderd. Aan de rand van de wijk-in-wording staat een enorme maquette in een chic verkoopkantoor. Met een druk op de knop floept de verlichting in alle winkels aan; de straten zijn alvast bevolkt door poppetjes in zowel Arabische en orthodox-joodse kledij. “Het was een heel gevecht om er een winkelstraat in de openlucht van te maken,” vertelt Safdie. “Israel is dol op alles wat Amerikaans is, maar overdekte winkelcentra met airconditioning passen hier eenvoudigweg niet.” Dat Mamilla door het Engelse concern Ladbroke wordt ontwikkeld, vindt het stadsbestuur geen punt: “Ze waren veel te bang dat een Israelische ontwikkelaar in de problemen zou raken en vervolgens het hele project bij de overheid zou dumpen.”

Mamilla is het bewijs dat bouwen in Israel geduld en volharding vereist. “Ik ben hier twintig jaar geleden mee begonnen, maar mijn achteroom had zich al eerder beziggehouden met dit gebied. Eind jaren twintig investeerde hij zijn hele vermogen in een een idealistisch plan voor een nieuw commercieel centrum waar joden en Arabieren samen zaken zouden doen. Maar de spanningen tussen de bevolkingsgroepen stegen weer, er braken rellen uit en niemand had meer belangstelling voor het project. Mijn achteroom ging failliet en beroofde zich van het leven.” Het project liep in zijn huidige vorm meer dan een jaar vertraging op toen bij de bouw van de parkeergarage een grot met skeletten werd ontdekt. “Volgens de stadsarcheologen ging het hoogst waarschijnlijk om christenen die omkwamen bij een slachting door Perzen in de vijfde eeuw,” zegt Safdie. “Maar de rabbijnen zeiden: er kunnen ook joden tussen zitten. Dus moesten de Grieks Orthodoxe kerk en de rabbijnen eerst uitvechten onder welke geloof die botten vallen.”

Na die lange voorgeschiedenis is nu de eerste fase van Mamilla gereed, een kleine woonbuurt met dure appartementen die bijna allemaal door Amerikaanse en Europese joden zijn gekocht als pied à terre. Zeker na de rommelige, nauwe straatjes van de oude stad maken de lege voetgangersstraten met hun schattige plantenbakken, zorgvuldige ontworpen straatlantaarns en kleurige aardewerken straatnaamborden een opgeknuffelde indruk. “Daar ben ik het mee eens,” zegt de architect onomwonden. “Maar de Amerikanen vinden dit prachtig!”

Hij wijst op de combinatie van bouwmaterialen: de lokale kalksteen die al sinds de jaren twintig verplicht is in een straal van twee kilometer rondom de oude stad, en beton met dezelfde goudgele kleur. “Het beton geeft een duidelijk hedendaags element aan de architectuur. Bovendien kun je de bouwkosten drukken door lastige onderdelen, zoals de kozijnen van boogramen, in beton te gieten.” In Israel zit zelfs aan de keuze van bouwmaterialen een politieke kant. “Het is te merken dat de bezette gebieden al enige tijd zijn afgegrendeld, want bijna alle steenhakkers zijn Arabieren. Eén bepaalde kalksteensoort noemen zij trouwens mizzi jehudi, de 'joodse steen', omdat die zo hard en weerbarstig is.”

Klaagmuur

Mamilla lijkt nu ten lange leste te lukken, maar diverse andere plannen van Safdie zijn onderweg verloren gegaan in Jeruzalems politieke, religieuze en archeologische mijnenveld. Van de bouw van een amfiteater met publieke tuinen moest worden afgezien nadat bij het graven een zesde-eeuwse kerk, compleet met hoge gewelven en fresco's, te voorschijn kwam. De bouw van een jeshiva (joods seminarie) tegenover de Klaagmuur werd halverwege stopgezet na een conflict tussen de architect en de opdrachtgever waarbij zelfs de rechter geen uitkomst kon bieden. En de maquette voor de herinrichting van de omgeving van de Klaagmuur staat voorlopig op de afdeling "Fantasieën voor Jeruzalem' in het Citadel Museum. Dit ontwerp dateert uit 1972, maar Safdie heeft de hoop nog niet opgegeven. “Het plein voor de Klaagmuur heeft een volstrekt willekeurige vorm,” legt hij uit in het museum. “Die is toevallig ontstaan toen na de oorlog van '67 opdracht werd gegeven om met bulldozers wat van de Arabische bebouwing te slopen. Daardoor heeft deze heilige plek veel van de intimiteit verloren die ik me uit mijn eigen jeugd herinner.” Safdie stelt voor om het gebied voor de muur tot het oorspronkelijk niveau uit de tijd van Herodes af te graven. “Uit proefopgravingen is gebleken dat zowel de muur als de straat die erlangs liep, er nog liggen en in perfecte staat zijn. De muur zou daardoor bijna twee keer zo hoog worden.” Safdie is onlangs gevraagd het ontwerp opnieuw op het hoogste politieke niveau te presenteren. “Deze regering heeft de vredesbesprekingen hervat, er hangt verzoening in de lucht. Misschien dat nu een klimaat ontstaat waarin zelfs aan de Klaagmuur iets zou mogen veranderen.”

    • Tracy Metz