Meer WAO'ers na afschaffen Vut

ROTTERDAM, 4 JUNI. Afschaffing van de regeling voor de vervroegde uittreding (Vut) zal op lange termijn leiden tot een sterke stijging van 55-plussers die arbeidsongeschikt worden. Dit stellen onderzoekers P. Ekamper en K. Henkens van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut vandaag in het economenblad ESB.

Vooral de mogelijkheid om via de Vut het arbeidsproces vroegtijdig te verlaten heeft volgens de onderzoekers geleid tot de huidige stabilisatie van het aantal WAO'ers. Indien de Vut niet had bestaan, zou een derde van de oudere werknemers die nu van die regeling gebruik maken in de WAO zijn terechtgekomen. Voor hun onderzoek hebben Ekamper en Henkens de gegevens van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) tussen 1980 en 1991 geanalyseerd.

In totaal groeide het aantal arbeidsongeschikte werknemers tot circa 800.000 in 1990. Daarentegen daalde het aandeel van WAO'ers tussen de 50 en 64 jaar van 66 procent in 1970 tot 54 procent in 1990. Een man van 62 jaar had ruim tien jaar geleden nog een kans van 9,0 procent om blijvend arbeidsongeschikt te raken. In 1990 was deze kans gedaald tot 1,6 procent. De oorzaak van de daling is het veelvuldig gebruik van de Vut, menen de onderzoekers.

De populariteit van de Vut heeft ertoe geleid dat de hoogste kans op arbeidsongeschiktheid naar een lagere leeftijd is verschoven. Liep in 1980 de 63-jarige werknemer nog het grootste gevaar arbeidsongeschikt te worden, in 1990 maakte zijn 53-jarige collega de grootste kans.

In zijn huidige vorm staat de Vut ter discussie. De vergrijzing zou de regeling op termijn onbetaalbaar maken. Afschaffing van de Vut zou ook leiden tot verhoging van de arbeidsparticipatie - meer mensen moeten langer aan het werk blijven. Nergens in de Westerse gendustrialiseerde wereld is de arbeidsparticipatie van ouderen zo laag als in Nederland.

Ook daar zijn mogelijkheden voor misbruik eindeloos. Via geprogrammeerde trefwoorden zou iemand met verkeerde bedoelingen kunnen uitvinden, welke mensen zich met de politieke oppositie inlaten. Volgens Kapors stichting kan de FBI de activiteiten op het netwerk blijven volgen zonder dat er strenge standaarden hoeven te worden ingevoerd, die de technologische ontwikkeling remmen.