Liza Cody

Liza Cody: Knollekop. Vertaling Gideon den Tex. Uitg. Atlas, 248 blz. Prijs ƒ 29,90.

Een heel ander verhaal is Bucket Nut van de Engelse Liza Cody, dat vorig jaar de Silver Dagger Award won en nu in vertaling verscheen onder de weinig aantrekkelijke titel Knollekop. De heldin is godzijdank nu eens geen privé-detective, maar een monsterlijke grote nachtwaakster van een sloopterrein in Londen, Eva Wylie genaamd, die ook nog eens bijverdient als als worstelaarster in de provincie, als de Londense Ladykiller. Om helemaal rond te komen laat ze zich om boodschapen sturen door een Chinese onderwereldfiguur. Zonder het te beseffen belandt ze middenin een kleine bende-oorlog, die letterlijk over haar rug wordt uitgevochten.

Wat er gebeurt is niet zo belangrijk, het gaat Cody vooral om hoe het gebeurt. Het decor van de Londense onderwereld zet ze verbazingwekkend zelfverzekerd neer; de wereld van de nachtclubbazen, de dealers en sjoemelaars, de schemerwereld van het worstelen, in Knollekop presenteert Cody het allemaal als vanzelfsprekend. Haar grootste prestatie is echter de magistrale figuur van Eva Wylie zelf: massief, gewelddadig, dom, impulsief, maar ondanks zichzelf gevoelig. Het is vooral knap dat Cody zich van commentaar op haar botte hoofdpersoon weet te onthouden en haar op geen enkele manier mooier wil maken dan ze is. Spannend kun je Knollekop je niet noemen, maar daar staat heel wat tegenover: het boek is origineel, echt grappig en bij vlagen deerniswekkend. Aanbevolen.

De vertaling is vlot genoeg; alleen wordt veel slang te letterlijk vertaald. Als iemand bijvoorbeeld in het Engels een wanker wordt genoemd, scheld je hem in het Nederlands echt niet goedmoedig voor rukker uit, ook al betekent to wank off inderdaad afrukken. Een wanker is iets heel anders: een (drop)lul, klootzak, lullekop, lul de behanger, eikel, klojo, paardelul, mafketel, stomme kaffer, zakkenwasser, maar géén rukker. Waarom wordt slang in Engelse en Amerikaanse thrillers meestal zo'n suf Nederlands?

    • Dennis de Hoop