Leipziger Buchmesse kan concurrentie van Frankfurt niet aan

LEIPZIG, 4 JUNI. De Leipziger Buchmesse vecht voor zijn voortbestaan.

Voor de derde keer sinds de eenwording van Duitsland heeft het oude Oostduitse handelscentrum boekhandelaren en uitgevers uit de hele wereld gevraagd vier dagen bijeen te komen om - ja, om wat eigenlijk? In ieder geval niet om zaken te doen. Iedereen is het er over eens dat de handel in rechten zich voor het grootste deel in het najaar afspeelt in Frankfurt waar zich na de oorlog de grootste boekenbeurs ter wereld heeft ontwikkeld. Het verschil tussen de beide Duitse beurzen is dan ook immens. Staan in Frankfurt jaarlijks 8000 standhouders, in Leipzig zijn het er slechts 800. Vergelijken heeft dan ook geen zin, zo wordt hier in alle toonaarden beweerd. Leipzig is iets heel anders. Dit andere zit onder meer in de nadruk die men hier legt op literatuur. Net als vorig jaar wordt de beurs begeleid door de manifestatie "Leipzig leest': meer dan 200 lezingen en discussies in de onmiddellijke nabijheid van het beurscomplex. Op het programma staan onder meer optredens van Marcel Reich-Ranicki, Wolfgang Hilbig, Günter Kunert en Rolf Hochhuth. Zij lezen voor uit eigen werk of praten over onderwerpen als het nieuwe kolonialisme in Duitsland, de vreemdelingenhaat, de Stasi of politiek en moraal.

Een ander aspect waarmee Leipzig zijn eigen karakter wil tonen is de aandacht voor de boekdrukkunst en de boekverzorging. Gisteren, tijdens de officiële openingsavond in de Opera werd de jaarlijkse Gutenberg Prijs, een bedrag van 2000 mark, uitgereikt aan de Nederlandse typograaf, schilder en illustrator Kurt Löb. In hem prijst de stad Leipzig, zoals de wethouder van cultuur zei, een kunstenaar met een geheel eigen gezicht. Anders dan de meeste andere ontwerpers heeft Löb deze herkenbaarheid niet verworven met modernistische of avantgardistische experimenten. Hij heeft gedisciplineerd in de traditie gewerkt van de impressionistische boekillustratie. Het juryrapport prijst in Löb zijn moed om herkenbaar te werken. “Bij zijn realisme gaat het niet om een zuivere reproduktie van de werkelijkheid, maar om reflectie daarop, het zich herinneren van gebeurtenissen waardoor de mens zijn positie in de wereld vindt”.

In zijn dankwoord noemde Kurt Löb de boekenkast van zijn vader als een van zijn eerste grote stimulansen om mooie boeken te gaan maken. Daarnaast verwees hij naar zijn vele artistieke vaders, “van wie de meesten uit Duitsland komen”. Löb zei te geloven in de continuteit van de boekkunst: “in ieder geval zoals ik die zie”.

In het tentoonstellingsgedeelte op de vierde verdieping van de beurs zijn twee kleine exposities ingericht met ontwerpen en illustraties van Löb. Daar zijn ook de boeken te zien die dit jaar zijn onderscheiden met de Gouden Letter van de stad Leipzig en de gouden, zilveren en bronzen medailles voor boekontwerpen. De gouden medaille wordt vandaag uitgereikt aan de Nederlander Piet Gerards voor zijn boek Faces, een prachtig fotoboek gericht op de promotie van de stad Maastricht in het buitenland.

Een aspect dat in Leipzig traditioneel veel aandacht krijgt is het contact tussen de Duitse uitgevers en hun collega's in Midden- en Oost-Europa. In de tijd van de DDR is hier een grote vertrouwdheid ontstaan met de Slavische literatuur die men nu zo goed mogelijk probeert te benutten. Vorig jaar leverden deze contacten nog weinig op, maar dit jaar lijkt er meer te lukken. Er is weer een Oost-West Centrum ingericht waar onder meer gepraat wordt over problemen bij het privatiseren van bedrijven en over auteursrecht. Er is ook meer belangstelling voor de beurs vanuit het oosten. Bleven de meeste Russische en Baltische stands vorig jaar wegens geldgebrek of gebrekkige organisatie leeg, dit jaar zijn ze redelijk bezet. Er is nu ook een grote groep Russische schrijvers present. Zo praten vandaag Andrej Bitov, Victor Jerovejev, Jevgeni Popov en Andrej Sinjavski in het Forum der Auteurs over nieuwe ontwikkelingen in de Russische literatuur.

Of de nieuwe formule van de Leipziger Buchmesse op de lange termijn kans van slagen heeft is vooralsnog hoogst onzeker. Al de aandacht voor literatuur en boekverzorging is natuurlijk aardig, maar van de handel moet een beurs het hebben. Het blijft een probleem dat het voor de meeste uitgevers na de eenwording van Duitsland niet meer echt noodzakelijk is om hier te komen. In een tijd van recessie kan dat betekenen dat men niet komt of alleen naar een gemeenschappelijke stand. De belangstelling voor de beurs is deze keer nog kunstmatig hoog doordat hij samenvalt met het eerste gemeenschappelijke Duitse bibliothecarissencongres. Er lopen nu in ieder geval 3000 bibliothecarissen uit Oost- en West-Duitsland op de beurs rond van wie de meesten meer te besteden hebben dan de gemiddelde boekenlezer.

Desondanks is er dit jaar 1500 vierkante meter standruimte minder verhuurd. De vraag die iedereen bezig houdt is of er volgend jaar als de bibliothecarissen niet meer van de partij zijn, nog genoeg belangstelling voor een Oostduitse voorjaarsbeurs over is. Een functionaris van de Messe: “1994 wordt voor ons het beslissende jaar”.

    • Reinjan Mulder