Kloofhangers

De beste kloofhangers aller tijden zijn gemaakt door Harold Clayton Lloyd, de Amerikaan die als filmkomiek bekend staat maar in wiens werk een compendium van de angst en het absurde verborgen is.

Het bekendst is zijn hangpartij aan de grote wijzer van een klok boven de afgrond van een wolkenkrabber. Beter, vernuftiger, gevarieerder en wreedaardiger vind ik zijn lotgevallen in de postzak waarin hij zich als verstekeling heeft verstopt. Ik vat het samen: als bestanddeel van een expressezending wordt hij door een helikopter op het dak van een wolkenkrabber gedeponeerd. Dit gebouw wordt geschilderd, waartoe er een verticaal bewegend plankier aan is bevestigd. Terwijl Lloyd zich uit de zak probeert te bevrijden rolt hij langzaam naar de rand, komt op het plankier terecht, kijkt en ziet de dodelijke diepte. Hij steekt zijn hoofd weer in de zak en blijft spartelen terwijl de schilders zijn smalle verblijfplaats naar beneden takelen. Als hij, dit niet beseffend, vijf centimeter van de begane grond is, valt hij er onder de ogen van verbaasde voorbijgangers schreeuwend af.

Het is geniaal. Terwijl de auteur buiten medeweten van het slachtoffer de kloofhanger ontkracht, schept hij voor de toeschouwer een dubbele identificatie. We kunnen ons de angst nog indenken maar tegelijkertijd weten we dat er niets meer te vrezen valt. Terwijl we opgelucht zijn over de goede afloop - dat hebben we zien aankomen - wordt ons 'gevoel voor humor' geprikkeld omdat de held op een heel andere manier slachtoffer is geworden. Hij is niet te pletter gestort maar tijdens zijn val van vijf centimeter in zijn doodsangst belachelijk. Dubbele wreedheid. Eigenlijk zouden we er niet om moeten lachen, integendeel, zielsmedelijden met hem horen te hebben. Maar zo zit onze medemenselijkheid niet in elkaar.

Is het mogelijk over zo'n gebeurtenis een spannend boek te schrijven? Misschien wel tien. De film geeft het geraamte van de gebeurtenissen. Niemand weet bijvoorbeeld waarom Lloyd verstekeling is geworden, welk verlangen hij koestert, onder welke verschrikkingen hij lijdt als hij ontdekt dat hij zich misschien een paar seconden later tweehonderd meter lager zal bevinden. Hoe komt het dat hij zo arm is? Wie wacht er op hem, en wat zou er gebeuren als dit wachten vergeefs was? En nu het zo goed is afgelopen: wat gaat hij doen, welk ontroerend weerzien gaat hij tegemoet? Zal degene aan wie hij zijn val van vijf centimeter straks vertelt hem het medelijden geven dat hij verdient? Of zal die hem ook uitlachen waardoor hij nog juist op tijd ontdekt dat hij aan het verkeerde adres is? Ik noem maar wat. Er is een heel andere uitleg mogelijk: hij is op de vlucht, enzovoort. Op zo'n manier wordt deze kloofhanger een soort projectietest. Maar wat men er ook in ziet, alle toelichtingen, zorgvuldig opgeschreven, zouden een prachtige en spannende roman kunnen vormen.

Daar was het Harold Lloyd niet om te doen. Hij wilde zijn publiek eerst angst aanjagen en daarna aan het lachen maken. Het is hem zo vaak zo goed gelukt dat driekwart eeuw later de generaties op de bedoelde manier reageren en hem daarvoor nog steeds dankbaar zijn. Door de kloofhanger te verzelfstandigen, tot kloofhanger an sich te bevorderen, heeft hij zich onvergetelijk gemaakt. Dit in tegenstelling tot de ongetelde romanschrijvers aller tijden wier namen we niet weten, misschien ook wel omdat ze de kunst van de kloofhang niet machtig waren.

Volgt hieruit dat een boek met een goede kloofhanger een beter kans op overleven heeft? Dan zou het grootste deel van de wereldliteratuur uit detectives bestaan. Ik opper iets anders: een boek kan er door een kloofhanger wel op vooruit gaan - een spannend verhaal is altijd beter dan een verhaal waarvan je de afloop wel gelooft - maar daardoor hoeft het nog niet goed te zijn. Van een kloofhanger kunnen we alleen dit zeggen: hij is goed of hij is niet.

De Nederlandse literatuur is één toneelstuk rijk dat nergens over gaat en dat toch spannend is omdat het is opgebouwd uit een groot aantal varianten van de cliché-kloofhanger. Dat is Martha van Wim T. Schippers. Daarmee is aangetoond dat de nieuwsgierigheid zich laat prikkelen terwijl er voortdurend niets tegenover staat dat het weten waard is. Beschouw het als de literaire variant van de wortel voor de neus van de ezel waardoor het dier gaat lopen zonder ooit met één hap te worden beloond. Zo kan hij blijven lopen tot hij er bij neervalt. Met het kijken en luisteren van mensen is het vaak niet anders.

    • H.J.A. Hofland