Kernwapendebat in Kiev heeft vooral een politiek-economische achtergrond

MOSKOU, 4 JUNI. De Oekrane heeft bijna niets meer. Behalve dan die ruim 1656 kernkoppen. En die moeten nu in het kader van Start 1 worden ontmanteld en overgedragen aan de "grote broer' in Moskou. Dat is te veel van het goede voor de chocholi, zoals de Oekraëners in de Russische volksmond heten.

Toen ze anderhalf jaar geleden onafhankelijk werden, koesterden ze de hoop en de verwachting dat het in economisch en politiek opzicht snel goed zou komen met de Oekrane. In die dagen waren de meeste politici in Kiev dan ook niet bang om publiekelijk te verklaren dat de Oekrane een kernwapenvrije natie zou worden. Alleen de radicale nationalisten binnen de oppositiebeweging Roech wilden toen een vinger aan de trekker houden.

Maar de weerbarstige werkelijkheid van het hervormingsproces heeft het optimisme uit die wittebroodsweken van de zelfstandigheid inmiddels links en rechts ingehaald. Van structurele hervormingen is weinig terechtgekomen. En wat er wel is gebeurd, zoals de introductie van een nationale munt (eerst de koepon en nu de karbovanets), heeft geen stand kunnen houden. Toen de Oekraënse regering daarmee ruim een jaar geleden begon, zaten er bijvoorbeeld nog twee roebels in één koepon. Nu moeten de burgers maar liefst drie karbovanets voor één Russische roebel neertellen, of te wel 3300 voor één dollar.

Die eerste wisselkoers is psychologisch nog schrijnender dan de tweede. De neergang van de Oekraënse economie heeft er namelijk toe geleid dat de markt aldaar een waarlijk uniek karakter heeft gekregen. In Rusland is tegenwoordig alles te krijgen, als je er maar voor kunt en wilt betalen. In de Oekrane daarentegen zijn de prijzen mogelijk nog sneller gestegen maar er is desondanks weinig te koop. Verbetering van de situatie ligt bovendien niet in het verschiet, al was het maar omdat de Russische regering de olievoorziening aan de Oekrane wegens achterstallige betalingen tot twintig procent van het normale niveau heeft teruggeschroefd.

De donderende economische val van het land heeft tot een politieke crisis geleid die, in tegenstelling tot Rusland, op beschaafde wijze wordt uitgevochten, maar nog niet veel uitzicht op een werkbaar compromis biedt. Toen premier Leonid Koetsjma een paar weken geleden zijn ontslag bekendmaakte en president Leonid Kravtsjoek speciale volmachten vroeg, kregen beiden nul op het rekest. Sindsdien is er niets meer gebeurd. Alleen de nationalisten van Roech zijn er voorlopig beter van geworden; zij eisen een scherpere koers tegen het Russische paternalisme. Geen kernontwapening, zelfs niet met veiligheidsgaranties van Russische zijde, is hun leuze. “Waarom wapengaranties inruilen tegen garanties op papier? Kijk maar naar de garanties die in 1938 aan Tsjechoslowakije zijn verstrekt”, aldus een van de parlementariërs in het debat dat dezer dagen in Kiev achter gesloten deuren over Start 1 en het NPV wordt gevoerd. “We kunnen slechts op onze eigen kracht rekenen”, voegde de radicale Roech'er Stepan Chmara uit Lvov er gisteren aan toe. Nu is Chmara, die een langdurige geschiedenis als vervolgd dissident achter de rug heeft, een nogal opgewonden figuur, niet representatief voor Roech noch voor de meerderheid van het parlement. Maar de stemming die hij gisteren verwoordde leeft niettemin in bredere kring.

De terughoudendheid van de Oekraënse regering en het parlement om het Start 1 verdrag zonder meer te ratificeren, heeft dan ook vooral binnenlands politieke motieven. Het kernwapendebat moet de aandacht een beetje naar het Noorden afleiden en kan zo de gelederen in eigen huis weer een beetje sluiten, is de tactiek van beide toppolitici in Kiev.

Door te pleiten voor ratificatie van Start 1 en bezwaren te uiten tegen het Non-proliferatieverdrag (NPV) kunnen ze bovendien twee vliegen in één klap slaan. Ze houden de deur naar het Westen open, maar hoeven de druk niet van de ketel te halen. Want ook in Kiev weet men zeer goed dat het Westen als de dood is voor de destabiliserende rol die de kernmacht Oekrane zou kunnen spelen. Die angst moet het Westen dus maar afkopen met harde munt, is de redenering. De Verenigde Staten hebben de landen van de voormalige Sovjet-Unie 800 miljoen dollar toegezegd voor de ontmanteling van de strategische atoomwapens. Maar de Oekrane eist voor de vernietiging van alleen al die 1656 kernkoppen op haar eigen grondgebied het dubbele. Als Kiev in die wens bevredigd zou worden, zou dat een aardige opsteker zijn voor de valutareserves van de staat-in-crisis.

De weigering om het NPV te onderschrijven heeft een vergelijkbare achtergrond. Als de Oekraine de kernwapens zelf kan vernietigen en dus niet hoeft over te dragen aan Rusland, zoals is afgesproken in Start 1, kan ze de nucleaire resten ook zelf op de wereldmarkt voor dollars verkopen. Premier Koetsjma begrijpt de lucrativiteit daarvan als geen ander. Hij is geen geboren politicus, maar een ondernemer die voortkomt uit het militair-industrieel complex en heeft dus zicht op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de conversie.