Kaal schaap

Amanda Wallwork: Nul dodo's. Uitg. C. De Vries-Brouwers, prijs ƒ 22,50.

Alan Baker: Waar is muisje? Uitg. Gottmer, ƒ 19,90.

Leo Lionni: Meneer Muis, Uitg. Ankh-Hermes, ƒ 22,50.

Ragnhild Scamell & Sally Hobson: Arm schaap. Uitg. Zirkoon, ƒ 22,50.

David Wiesner: Soms op dinsdag. Uitg. Gottmer, ƒ 27.90.

Vorig jaar viel Max Velthuijs met zijn prentenboek Kikker en het vogeltje al dik in de prijzen - hij won een Gouden Griffel en een Zilveren Penseel -, dit jaar kreeg hij voor Kikker in de kou een Gouden Penseel voor de beste illustraties en een Zilveren Griffel voor de tekst. Zowel in artistiek als in literair opzicht bevindt Velthuijs zich op eenzame hoogte, want er zijn helaas maar weinig prentenboeken die op beide fronten de toets der kritiek doorstaan. In veel gevallen gaan de fraaiste prenten vergezeld van de knulligste verhaaltjes, vaak is aan de vertalingen weinig aandacht besteed - verreweg de meeste prentenboeken die in Nederland verschijnen zijn vertaald - en bovendien is lang niet altijd duidelijk voor welke leeftijdscategorie het boek bestemd is.

Nul dodo's ziet er bijvoorbeeld prachtig uit. Allerlei bedreigde diersoorten zoals panda's en olifanten passeren de revue en achterin wordt aan de hand van korte teksten die "ook voor de ouders bestemd' zijn uitgelegd hoe het komt dat deze dieren in hun bestaan bedreigd worden. Maar Nul dodo's is in de eerste plaats een telboek, zo'n boek waarmee je tot tien kunt leren tellen, en als zodanig is het alleen interessant voor heel jonge kinderen die waarschijnlijk geen boodschap hebben aan de ecoboodschap van Amanda Wallwork.

Waar is muisje? van Alan Baker is een uitklapbaar prentenboek dat je op twee manieren kunt bekijken: door gewoon de bladzijden om te slaan, zodat je door gaten in het papier dieren te zien krijgt die eigenlijk aan de achterkant zijn afgedrukt, of door het uit te vouwen, zodat je aan twee kanten - aan de ene kant boven, aan de andere kant onder de grond - een panorama te zien krijgt. Knap bedacht, mooi getekend, maar het verhaaltje is flets en daarom gooit Waar is muisje? als "voorleesboek' in ieder geval geen hoge ogen. Alleen voor de allerkleinsten.

Evenmin bevredigend is Meneer Muis van de befaamde Leo Lionni, wiens met knip- en plakwerk vervaardigde prentenboeken er altijd zeer smaakvol uitzien. Meneer Muis is daarop geen uitzondering, maar het verhaaltje is rommelig en spreekt nauwelijks tot de verbeelding. Een stadsmuis die op zekere dag veranderd blijkt te zijn in een soort schildpad met een hoedje op, slaat op de vlucht en sluit zich aan bij een kolonie veldmuizen. Samen met een van de veldmuizen trotseert Meneer Muis een kattemonster door zich te verschansen in een muizeval waar ze moeiteloos weer uit ontsnappen. Deze grootse daad leidt op "Paspoorten Dag' tot de toekenning van een "Ere Veldmuis Paspoort' - legt u dat allemaal maar eens uit een kind van vier of vijf jaar.

Veel aardiger vond ik Arm schaap van Ragnhild Scamell, over het schaap Doortje, dat in haar onuitsprekelijke goedheid steeds maar wol afstaat aan andere dieren, totdat ze helemaal kaal is. Dat wordt kou lijden, maar gelukkig ontfermt een vriendelijke boerin zich over het arme schaap en breit een warme trui voor haar. Maar als Doortje in haar nieuwe groene trui met gele bloemen en rode hartjes in de wei huppelt en er nog een draad blijkt los te hangen, vervalt ze in haar oude fout: er meldt zich een vogel die nog best wat wol voor haar nest kan gebruiken en de goeiige Doortje laat het beest het breisel uithalen. Een simpel, maar grappig en goed in elkaar gezet verhaal, met aparte, in kloeke kleuren geschilderde illustraties van Sally Hobson.

Het wonderlijkste prentenboek van de laatste tijd is zonder twijfel David Wiesners Soms op dinsdag, dat ons wil wijsmaken dat er soms heel vreemde dingen gebeuren. Zo is het mogelijk dat bij het vallen van de avond een groep kikkers, gezeten op leliebladen, opstijgt vanuit het moeras en zich richting bewoonde wereld begeeft, om vervolgens, onopgemerkt door de suffende mensheid, weer terug te keren naar de plaats van herkomst. Op een van de laatste prenten zien we hoe een rechercheur peinzend een lelieblad bestudeert, terwijl elders in de straat filmploegen en politiemensen in de weer zijn. Voor kinderen die van science fiction houden lijkt Soms op dinsdag me te simpel en te kinderachtig, alleen al omdat het nauwelijks tekst bevat, voor de kleintjes - de uitgever beveelt het nota bene aan voor kinderen vanaf drie jaar - is het vermoedelijk doodeng, met al die monsterlijke kikkers die als vliegende schotels over de pagina's zeilen. Max Velthuijs blijft zich op eenzame hoogte bevinden.

    • Carolien Zilverberg