In The Cave van Steve Reich ontbreekt het drama

Holland Festival. Voorstelling: The Cave van Steve Reich en Beryl Korot. Door: Steve Reich Ensemble o.l.v. Paul Hillier. Gezien: 3/6, Beurs van Berlage, Amsterdam. Herhaling: 4,5 en 6/6, aldaar.

Net als je denkt dat het idee van minimal music volledig is uitgeput, weet Steve Reich, de interessantse van de Amerikaanse minimalisten, er wel weer een nieuwe draai aan te geven. Dat bleek gisteravond in de Goederenbeurs van de Amsterdamse Beurs van Berlage, tijdens de Nederlandse première van The Cave, volgens de componist en zijn vrouw, de videokunstenares Beryl Korot, een vorm van documentair muziekvideotheater.

De muziek van Reich overstijgt al lang het uitgangspunt van de korte, met geleidelijke verschuivingen herhaalde muzikale snippers uit de eerste jaren van de minimal music. Door steeds nieuwe elementen toe te voegen weet hij het minimale principe zo ver op te rekken dat er toch nog een nieuw werk ontstaat. Al blijft Reichs signatuur onmiskenbaar in de afstandelijke klank van de vibratoloze, draailier-achtige strijkers, de heldere blazerssignalen, enz.

De laatste jaren heeft Reich ook het rijke, onvoorspelbare geluid van een menselijke stem, vol kleine nuances, in zijn strakke minimale vormgeving gencorporeerd. Door stemmen op band op te nemen, kreeg hij greep op het repetitieve element. Die techniek was inmiddels rijp voor een Reichiaanse vorm van opera. Het belcanto is volgens de componist niet meer van deze tijd. Wie nu nog een opera wil maken zal met nieuwe middelen moeten komen. Dat heeft Reich gedaan. Hij reisde naar Oost- en West-Jeruzalem, vroeg tientallen mensen naar de betekenis van Abraham, diens vrouwen Hager en Sara en hun zonen Ismaël en Isaac, keerde terug naar Amerika en deed daar hetzelfde. Alle gesprekken werden op beeld- en geluidsband vastgelegd en gemonteerd tot een drie uur en vijftien minuten durend, over drie actes (joodse, moslim en Amerikaanse invalshoek) verdeeld muziek-videotheater, over de gemeenschappelijke bron van de drie grote monothestische godsdiensten en over hoe het vanaf het begin eigenlijk al mis ging.

Reich koos uit al die opnamen flarden van zinnen, waarvan hij de toonhoogte met lingustische precisie door instrumenten (strijkers, houtblazers, slagwerk, piano en elektronica) liet nabootsen. Dat leverde hem het materiaal voor de hele opera. Beryl Korot gebruikt vijf grote videoschermen, waarop beelden van de sprekers en uitvergrote details ervan in een fraai visueel ritme zijn vormgegeven. Het geheel is met vakmanschap en gevoel voor videoclip-achtige timing in elkaar gezet - ze schijnen er een jaar of vijf aan gewerkt te hebben.

Toch is The Cave geen opera geworden, ook niet een moderne vorm daarvan. Een creatief vormgegeven podium (een soort stalen tempel die met een enkel requisiet in de tweede "acte' verandert in een moskee), en zich af en toe verplaatsende musici, maakt nog geen opera. Wat ontbreekt is het drama. Reichs muziek, hoewel voor een minimalcomponist relatief genuanceerd, mist de expressieve kracht om sterke accenten te leggen en grote contrasten te maken - alleen in het derde, Amerikaanse deel lukt dat een beetje. Het is alsof Reich in de twee voorgaande delen te veel op een afstand blijft uit ontzag voor de "vreemde' culturen.

Elektronica en videobeelden dwingen de musici in een keurslijf, wat door hun robotachtige bewegingen alleen maar wordt versterkt. Ze zijn onderworpen aan de techniek en dat maakt het geheel tot een één-dimensionale, statische gebeurtenis. Reich lijkt enerzijds in de muziek bijna slaafs de sprekers te volgen, maar door de montage van zinnen en woorden legt hij anderszijds aan de sprekers in beeld zijn eigen muzikale wil op. Dat hoort ook zo, daarvoor is hij de componist. Maar eigenlijk wil Reich dat niet en het resultaat is nu een soort compromis, waarin sprekers noch componist volledig tot hun recht komen. The Cave is daardoor geen opera, maar een moderne variant van een oratorium.

    • Paul Luttikhuis