IJs

Als er iets is waaraan je de welvaartsstaat van onze maatschappij kunt afmeten, dan is het nog wel aan het immer groeiende assortiment consumptieijs. Op dit gebied mag ik mij een heel klein beetje een kenner noemen, want ongeacht jaargetijde, klimaat of verblijfplaats, gaat er bijna geen dag voorbij of ik eet een ijsje. En wat is lekkerder dan een ijsje? Twee ijsjes.

Voor wie zoals ik kind was in de jaren vijftig, begint de wereld van het ijs met roemruchte namen als Jamin, Vami en De Sierkan. Je had toen staven ijs die, bevestigd in een stalen buis, uit de kar te voorschijn werden getrokken. Bovenop legde de ijscoman een wafel en dan sneed hij met een spatel een plak eraf, waarna het ijsje werd voltooid met een tweede wafel aan de onderkant. Terwijl die handeling werd verricht, verkeerde je altijd even tussen vreugde en teleurstelling, want op dat moment was je volledig overgeleverd aan de ijscoman. Die bepaalde namelijk hoe dik het ijsje zou worden.

Wanneer wij serieus over ijs willen spreken, is het van belang enige systematiek aan te brengen. Het eerste grote onderscheid maken wij tussen waterijs en melkijs. Er is tegenwoordig ook een hybride op de markt, de sinaasappelsplit met waterijs van buiten en melkijs van binnen, maar dat is een uitzondering. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar het waterijsje wordt geacht voornamelijk voor kinderen bestemd te zijn. Was het waterijsje vroeger niet meer dan een eenvoudige penisvormige lolly, tegenwoordig heb je ze in allerlei kleuren, smaken en vormen. Er zijn ijslolly's bij in de vorm van auto's en kabouters, maar het populairst is toch de raket.

Normaal gesproken is een waterijsje voorzien van een stokje, maar onlangs is het stokloze waterijsje uitgevonden: de Calippo. Door het omhulsel in de palm van je hand te verwarmen, kun je de lekkernij langzaam naar buiten drukken. De Calippo hoort thuis in de rij van exotische namen, die tegenwoordig aan ijsjes worden gegeven. Ligt Calippo ergens in de Stille Zuidzee, of heeft Napoleon er nog een slag bij uitgevochten?

Niet meer te overzien is het aanwassende assortiment melkijs. Ook hier moeten wij een tweedeling maken tussen het verpakte ijs en het zogenaamde schepijs, ook wel bolletjesijs genoemd. Het verpakte ijs maakt helaas een fantasieloze periode door. Een ernstig misverstand vormen de ijsvariaties van Mars, Bounty, Snickers en Milky Way, terwijl de alom geroemde Magnum, waarover soms gesproken wordt als over een exquise Bordeaux-wijn, eigenlijk niets anders is dan een stap terug naar het vroegere Choco-ijsje. De populariteit van de Magnum zal niet aanhouden, en ik voorspel binnenkort de totale ineenstorting van het Magnum-imperium, waarbij het hoofd der Magnums uit het raam van de 251-ste verdieping zal springen.

Tenslotte komen wij eindelijk waar wij wezen willen: het melkijs, door banketbakkers ook wel roomijs genoemd. Hoewel, menige banketbakker heeft tegenwoordig in zijn winkel een machine staan, waarmee soft ice wordt geproduceerd. Dit ijs kan, mits vers aangemaakt, erg lekker zijn, maar ook hier hebben zich weer allerlei minder leefkrachtige mutaties aangediend. Neem bijvoorbeeld het zogenaamde spaghetti ijs, dat in lange slierten grote bekers vult. Wantrouwig sta ik ook tegenover het yoghurt ijs, dat inmiddels ook al weer in allerlei smaken onderverdeeld kan worden. In de tijd van Jamin, Vami en De Sierkan had je één Italiaanse ijswinkel in de stad. Die was alleen in de zomer open. Er werden zeven smaken verkocht, waarvan pistache het meest tot de verbeelding sprak. Groen ijs! En het was nog lekker ook. Nu heeft elk pleintje z'n eigen Italiaan. Ze hebben een keur van smaken: bosbessen, frambozen, kaneel, kokos, mango, meloen, stratiatella, walnoot, honing, truffel, enzovoort. Soms zijn er smaken waarvan ik nog nooit heb gehoord. Er is ook blauw ijs, dat nergens naar smaakt.

In De omgekeerde wereld zegt Umberto Eco dat de moraal van de jaren vijftig vereiste dat wij toen allemaal Spartanen waren, maar dat wij vandaag allemaal leven als de hedonistische Sybarieten. Hij heeft gelijk, maar al het mango-ijs van de wereld zou ik er voor over hebben om nog een keer het karretje van De Sierkan door onze straat te zien rijden.