Het systeem van repressie is ongeschonden; Guatemala wacht in spanning af

GUATEMALA-STAD, 4 JUNI. Aan de jonge studenten is niet te merken dat ze bang zijn. Met hun gezichten verborgen achter zakdoeken rennen ze van de ene muur naar het andere gebouw om met spuitbussen hun ongenoegen in fel-rode, gele of zwarte letters op het steen te spuiten. Maar de harde kern van de brede burgerbeweging die al dagenlang in de Guatemalteekse hoofdstad demonstreert - eerst tegen de "zelfcoup' van president Serrano en vervolgens tegen eigenmachtig benoemde opvolger, vice-president Espina - bestaat slechts uit een klein groepje militanten.

De meeste deelnemers aan de protestmarsen naar het presidentiële paleis en het gebouw van het Congres beperken zich tot het roepen van leuzen als “Serrano en Espina, het is dezelfde rotzooi”. Indiaanse vrouwen in traditionele klederdracht dragen zwijgend spandoeken die aangeven welke organisatie ze vertegenwoordigen: weduwen, familieleden van vermisten, boeren. De demonstraties bestaan uit nooit meer dan een paar duizend mensen, meestal zijn het er een paar honderd.

Guatemala is in de greep van onzekerheid en angst, en dat is volgens velen de verklaring dat het algemene publieke ongenoegen over de politieke situatie door slechts weinigen openlijk op straat wordt geuit. Ook de "beroepswaarnemers' van de Guatemalteekse politiek zijn onrustig. “Dit kan nog wel eens heel vervelend worden”, waarschuwt een westerse diplomaat. “De mensen zijn bang om te demonstreren. In het hele land heerst angst”. Die angst kan niet worden verklaard uit een overweldigende aanwezigheid van politie en leger in de straten van Guatemala-Stad. Zelfs toen woensdag het gebouw van het Congres geheel werd bedekt met boze graffiti, grepen de tien aanwezige agenten van de oproerpolitie niet in. Het lijkt alsof het burgerprotest alle ruimte krijgt. Maar nog vers in de geheugens van vele Guatemalteken zijn de jaren tachtig, met de verdwijningen, detenties en de moorden door doodseskaders.

Een recent rapport van Amnesty International over de situatie van de mensenrechten in Guatemala wijst er op dat inmiddels weliswaar het aantal gevallen van schendingen van de mensenrechten is verminderd, maar dat het repressieve apparaat nog volop functioneert. De Guatemalteken zijn zich daar zeer wel van bewust.

Twee gebeurtenissen gisteren hebben nieuw voedsel gegeven aan de angstgevoelens. Het hoofd van het openbaar ministerie, Edgar Tuna Valladares, werd in het kantoor van de officiële mensenrechten-ombudsman De Léon Carpio door vier niet-gedentificeerde mannen bedreigd. Tuna had woensdag een elf punten lange aanklacht ingediend tegen ex-president Jorge Serrano en vice-president Gustavo Espina, die nu met de steun van het leger het presidentschap van het land opeist. De aanklacht vloeide voort uit Serrano's zelfcoup van begin vorige week, waarbij een deel van de grondwet werd opgeschort.

Ook de Guatemalteekse winnares van de Nobelprijs voor de Vrede, de Indiaanse activiste Rigoberta Menchú, kreeg een dergelijke waarschuwing en wel direct van het leger. In een gisteren uitgegeven communiqué waarin het leger zijn rol in de gebeurtenissen van de afgelopen dagen rechtvaardigde, heet het dat de strijdkrachten “met diep verdriet zien dat de publieke activiteiten van de Nobelprijswinnares niet overeenkomen met de verantwoordelijkheid die de internationale gemeenschap haar heeft toegekend”. Menchú, aldus het communiqué, houdt “polariserende toespraken die zijn geschreven door andere, slechte Guatemalteken”.

De Nobelprijswinnares is één van de meeste zichtbare figuren van één van de twee coalitiegroeperingen van burgerorganisaties die zich tegen de zelfcoup van Serrano en het presidentschap van Espina verzetten. Menchú heeft de gebeurtenissen van de afgelopen dagen gekarakteriseerd als “een nieuwe staatsgreep”.

Onzekerheid moet zich ook meester hebben gemaakt van de man die zichzelf al tot president heeft uitgeroepen, maar nog steeds niet in die functie is bevestigd door het Congres. Was Gustavo Espina woensdagavond nog in volle glorie en met een gloedvolle toespraak te vinden in de vergaderzaal van het Congres - die door hem was gevuld met vrienden en familieleden - gisteren bleef de "functionerende' president angstvallig in zijn huis. Daar ontving hij een stroom politici en zakenmensen die hij trachtte te vermurwen hem alsnog te steunen. Voorshands ziet het er naar uit dat dit niet zal gebeuren.

De politieke situatie in Guatemala wordt alom een farce genoemd. Maar wel één die gevaarlijke gevolgen kan hebben. “Wat nu gebeurt, is dat er een democratische structuur op drijfzand wordt opgebouwd”, stelt de diplomaat. Terwijl op het eerste gezicht het leven zijn gewone gang gaat, wacht Guatemala daarom met ingehouden adem op de ontknoping van de crisis.