Het pak van licht

Enrique Vera had het nooit zo bekeken, maar nu hij er eens goed over nadenkt ziet hij wel in dat er iets vreemds aan de hand is.

Als je op straat iemand zou tegenkomen op roze kousen in zwarte balletschoentjes, een nauwsluitende maillot om de benen, een met gouddraad bestikt jakje om de schouders, een kleine staart of knot op het achterhoofd en de man zou ook nog suggestief met zijn heupen draaien en af en toe een danspasje uitvoeren, dan lijkt het er toch op, dan ligt het inderdaad voor de hand om te vermoeden... Maar nee. In de arena is alles anders. Maricón, flikker, is er het meest gebruikte scheldwoord, zowel voor mensen als voor dieren. Maar de torero is het toppunt van mannelijkheid. Daar mogen we niet aan twijfelen.

Enrique is kleermaker, gespecialiseerd in de traje de luces, het pak van licht, dat de stierenvechters dragen. Zijn zaak heet "Maestra Nati'. Dat was de naam van zijn grootmoeder, die een hotel had waar veel torero's logeerden en in de jaren dertig het atelier begon. Zijn moeder trouwde een beroemde stierenvechter, die bovendien filmster was, en zette de firma voort. Ook Enrique heeft een paar jaar gevochten, tot hij ontdekte dat hij nooit een hele grote zou worden en dan kun je beter op tijd iets anders gaan doen waarin je misschien wèl de top bereikt.

Er zijn maar zes van deze ateliers in de wereld en ze zijn allemaal in Madrid gevestigd. Tijdens de Feria wordt er onder hoogspanning gewerkt, want de torero's uit andere steden en uit Mexico en Columbia maken van hun verblijf in de hoofdstad gebruik om zich een nieuw pak te laten aanmeten. Liefdevol laat Enrique de satijnen lapjes in het stalenboek door zijn vingers glijden. De modekleur van dit jaar is zalmroze, tegen oranje aan. Hij heeft er net een heel mooi pak van gemaakt voor Oscar Higares, met wie hij het ook samen had ontworpen.

Het stierengevecht is uiteraard gevonden vreten voor volgelingen van de Weense doktor. Maar een vrijwel onoplosbaar probleem bij de Freudiaanse interpretatie van wat er in de ring gebeurt is de rolverdeling. De stier is een symbool van mannelijkheid. Maar de torero claimt hetzelfde. De meest ingenieuze theorieën gaan er van uit dat de rollen ergens halverwege het gevecht wisselen. In het begin is het de torero die lokt en uitdaagt en suggestief de plooien van zijn cape open- en dichtvouwt. Maar in de laatste fase moet hij het dier de baas worden en het uiteindelijk met een krachtige stoot van zijn zwaard doorboren. Dan zijn we weer thuis, want dat dood en orgasme samenvallen is een wijdverbreide gedachte.

Het kostuum van de torero is gebaseerd op de alledaagse dracht aan het begin van de negentiende eeuw, de tijd van Goya, toen de regels van het gevecht in grote lijnen werden vastgelegd. Maar ook toen al was het een overdreven versie, bedoeld om de stierenvechter van gewone mensen te onderscheiden. De essentie ervan is juist dat je het niet op straat aankunt. Vorig jaar heeft Enrique Vera een aantal jasjes voor de Franse ontwerper Jean-Paul Gaultier gemaakt, maar eigenlijk wist hij al vantevoren dat die collectie geen groot succes zou worden. Het pak van licht is zeer specifieke werkkleding, die iets vertelt over het beroep van stierenvechter.

Wat vertelt het dan? In de eerste plaats dat het er in de arena niet om gaat het dier zo efficiënt mogelijk te doden, want het kostuum is verre van functioneel. Het is loodzwaar, te warm voor de tijd van het jaar en belemmert de bewegingen. Maar het is nodig om het schouwspel te vervolmaken. “Het eerste wat een beginnend torero leert, is van zijn materiaal te houden,” zegt Enrique. “Ik herinner me, dat ik als jochie eens een schop tegen de cape gaf om hem beter open te krijgen. Mijn grootmoeder kon daar niet tegen. Kleding en attributen zijn de instrumenten waarmee je uitdrukking moet zien te geven aan een gevoel, waarmee je kunst wilt scheppen. Een schilder gaat toch ook zorgvuldig om met zijn penselen?”

De meester-kleermaker denkt dat de meeste torero's daarnaast zoveel waarde aan hun uiterlijk hechten om hun wankele zelfvertrouwen te versterken. “Als je merkt dat je collega's een veel mooier en nieuwer pak aanhebben, heb je al een mentale achterstand.” Zelden zie je in een belangrijke arena een slechtgeklede stierenvechter. Wel zijn er af en toe nieuwerwetse ontwerpen die Enrique Vera vreselijk vindt. Zelf doet hij juist zijn best om klassieke patronen in ere te herstellen, bloemen en vlinders waar de dertig vrouwen die voor hem borduren soms dagen extra werk aan hebben. Vergeleken met haute couture valt de prijs voor een pak dan nog mee: maximaal 280.000 peseta, ruim vierduizend gulden.

El Fundi betrad gisteravond de ring om met de gevreesde stieren van Eduardo Miura te vechten in een zwart kostuum bestikt met gitten. Het publiek vond dat overdreven, vooral omdat het gevecht niets bijzonders werd. De ongewone zwarte stof voorkwam wel dat de schaduwen van zijn geslacht zich duidelijk aftekenden tegen zijn linkerbeen, zoals bij andere torero's. Volgens Enrique Vera heeft die geprononceerde aanwezigheid van el paquete verder niets te betekenen: “Ze hebben gewoon geen onderbroek aan, dat is alles.”