Het flanelbord

Op de zondagsschool kregen wij het Evangelie altijd met een flanelbord.

Naast het flanelbord, handzaam opgeborgen in een kastje met laatjes, bevonden zich losse bijbelse afbeeldingen. Jezus zat uiteraard in een apart laatje en was herkenbaar aan zijn witte jurk met franje. Ook de discipelen waren allemaal in travestie, maar hun jurken ontbeerden franje en waren bruin of grijs of donkerblauw. Dan had je nog wat losse bergen, huizen, twee blauwe golfjes (de Jordaan), tien blauwe golfjes (het meer van Gennésareth) en diverse andere attributen zoals wolken, netten, schepen, bomen, en onduidelijke viervoeters die afhankelijk van het verhaal dat wij kregen nu eens varkens, dan weer honden, dan weer schapen moesten voorstellen.

Werd nu een bijbelverhaal verteld, dan verschenen de losse afbeeldingen één voor één op het flanelbord. Niet altijd bleven die afbeeldingen, als zij door de zondagsschoolmeester op het bord waren vastgedrukt, ook de hele vertelling door op hun plaats zitten. Soms kwam Jezus ineens ondersteboven te hangen, of viel er zomaar een discipel van het bord af. Dat waren altijd leuke momenten.

Nog goed herinner ik mij dat wij, met het flanelbord, het verhaal kregen van de verheerlijking op de berg. Het wordt verteld in Mattheus 17 vers 1 tot 9, in Marcus 9 vers 2 tot 9 en in Lucas 9 vers 28 tot 36. Veel verschillen tussen de drie versies van het verhaal zijn er niet: Jezus beklimt met Petrus, Johannes en Jakobus een berg om te bidden, zijn kleding wordt schitterend wit, en dan verschijnen Mozes en Elia die in gesprek raken met Jezus. Mattheus en Markus vertellen dan dat Petrus aanbiedt om drie tenten op te slaan voor de drie gesprekspartners. Bij Lucas vinden we nog een detail extra. Hij vertelt: "En Petrus en die met hem waren, werden door slaap overmand en, toen zij ontwaakten, zagen zij zijn heerlijkheid, en de twee mannen, die bij hem stonden.' Uiteraard kregen wij, met het flanelbord, de Lucasversie, want slaap was op het bord gemakkelijk uit te beelden: je liet de discipelen gewoon zachtjes kantelen.

Omdat Lucas vertelt dat Petrus en die met hem waren de verheerlijkte Jezus en zijn gesprekspartners pas zagen nadat zij uit hun slaap waren ontwaakt, beeldde de zondagsschoolmeester een en ander als volgt uit. Hij begon met een berg. Toen drukte hij Jezus op het bord. Vervolgens Petrus, Jakobus en Johannes. Die laatste drie liet hij kantelen: ze sliepen in. Nadat ze gekanteld waren, kreeg Jezus een gouden aureooltje boven zijn hoofd gedrukt, en werden de twee gesprekspartners op het bord bevestigd. Dat waren twee willekeurige mannen met lange baarden. Bij een vorige vertelling hadden ze farizeeërs voorgesteld. Nu beeldden zij opeens Mozes en Elia uit.

Toen werd Petrus wakker, dat wil zeggen, hij werd uit liggende stand een kwartslag gedraaid, zodat hij weer recht overeind stond. Hij ziet de verheerlijkte Jezus en de twee mannen en zegt dan: "Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten wij drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.'

Toen, op dat moment, viel mij iets in dat mij, hadden wij het verhaal zonder flanelbord gekregen, waarschijnlijk niet zou zijn ingevallen. Omdat de zondagsschoolmeester twee onduidelijke mannen met lange baarden op het bord had bevestigd, flitste door mij heen dat Petrus in feite in dezelfde situatie verkeerde als wij die het verhaal met het flanelbord kregen. Ook hij zag, toen hij ontwaakte, de schitterend witte Jezus en twee onduidelijke mannen die hij nog nooit eerder in zijn leven had aanschouwd. Beide geloofshelden waren immers al honderden jaren geleden gestorven. Toch wist hij dadelijk dat dat Mozes en Elia waren. Welnu, daar begreep ik, dankzij het flanelbord, opeens totaal niets meer van. Hoe kon Petrus dat weten? Foto's van hen kon hij nooit gezien hebben. Afbeeldingen? Tekeningen?

Gesteld al dat die in zijn tijd bestonden en redelijk gelijkend waren, dan nog is het uiterst onwaarschijnlijk dat je, als je uit je slaap ontwaakt, twee wildvreemde heerschappen dadelijk determineert als Mozes en Elia. In zo'n geval zal het toch geen moment bij je opkomen dat je te maken hebt met twee figuren die tijdelijk even uit de dood zijn herrezen?

Stel Lubbers beklimt met Brinkman, Kok en Wöltgens de Vaalse berg. Brinkman valt in slaap, ontwaakt en ziet dan dat de schitterend witte Lubbers spreekt met een man en een vrouw. Waarop Elco zegt: laat mij drie tenten opslaan: één voor U, meneer Lubbers en één voor Jacoba van Beieren, en één voor Floris de Vijfde. Het zou verbazend knap van Brinkman zijn dat hij de man en de vrouw terstond weet te herkennen als twee roemruchte figuren uit onze vaderlandse geschiedenis. Het zouden immers evengoed Juliana van Stolberg en Karel de Grote kunnen zijn, of Margaretha van Parma en Van Oldebarneveldt.

Indertijd heb ik - zo was ik wel - dadelijk nadat mij inviel hoe onbegrijpelijk het was dat Petrus twee wildvreemde grijsaards onmiddellijk als Mozes en Elia weet te herkennen, mijn vinger opgestoken en gevraagd: hoe kon Petrus nou weten dat dat Mozes en Elia waren? Waarop de zondagsschoolmeester mij op zijn beurt hoogst verbaasd stond aan te kijken. Hoe durfde ik zo'n vraag te stellen! In de bijbel stond immers dat Petrus ze dadelijk herkende. Dan was er verder geen enkel probeem meer. Mij overtuigde dat niet, en vaak heb ik, wanneer ik daar de kans voor kreeg, op catechisatie of bij de godsdienstlessen op de middelbare school, dominees en docenten de vraag voorgelegd: hoe kon Petrus weten dat hij met Mozes en Elia te maken had. En steeds werd die vraag dan weggewoven. God's woord zei dat hij het wist, dus hoefde je daar verder niet meer over na te denken. In de loop der jaren kreeg ik het gevoel dat ik gek was omdat de vraag door mijn hoofd bleef spoken. Totdat ik het alleraardigste boek Brieven over den bijbel van Conrad Busken Huet las. Ook daarin verbaast één der protagonisten zich over het feit dat Petrus, uit zijn slaap ontwaakt, twee reeds lang geleden gestorvenen in een oogwenk weet thuis te brengen. En dat terwijl in de tijd van Busket Huet gelovigen hun eeuwige zaligheid nog zonder flanelbord moesten zien te verwerven!