Harde aanklachten, zachte verdedigingen

Met het verhoor als 49-ste getuige van voormalig FNV-voorzitter W. Kok, nu minister van financiën en PvdA-leider, wordt volgende week vrijdag de parlementaire enquête sociale zekerheid afgesloten. Na 36 verhoren dringt zich de vraag op: waartoe leidt deze enquête?

De enquête naar de uitvoering van de sociale zekerheid begon in de eerste en de tweede week met toch nog onverwacht spektakel. Mensen uit de uitvoeringspraktijk klaagden de bonzen uit de die wereld aan; hoge ambtenaren van het ministerie van sociale zaken kwamen met opmerkelijke onthullingen. De autonomie van de sociale partners werd ter discussie gesteld.

De derde en de vierde week gaven een heel ander beeld. Na de aanklacht de nuance. Aan het woord kwamen de sociale partners, de politici, en de captains of industry uit de uitvoeringsbureaucratie. Op één na werden ze met fluwelen handschoenen aangepakt. De goede bedoelingen van de getuigen vierden hoogtij.

DONDERDAG, 13 MEI. Fraudespeurder D. Molenaar steelt de eerste dag de show. Hij maakt gewag van een "weggeefcultuur': de uitkeringsfabrieken vinden hem maar lastig, en het openbaar ministerie komt voor een fraude beneden de zes- tot twaalfduizend gulden niet meer in actie. J.L. Bekema, voormalig GAK-directeur te Nijmegen, trof daar “een organisatie aan met heel veel papier, naar binnen gericht en denkend in dossiers, niet in mensen”. Pogingen om het ziekteverzuim actief te bestrijden stuitten op een afwerende houding van de GAK-hoofddirectie in Amsterdam. “We moesten de volumebeheersing voor de poorten van de hel wegslepen.” Waartoe machtsmisbruik door sociale partners kan leiden, blijkt uit het verhoor van vakbondsman H.J.E. Klein Overmeen. Werkgevers en vakbonden stelden tien jaar geleden voor de bedrijfsvereniging Kleding veel te lage ziektewetpremies vast, en de uitkeringen konden alleen door ingrijpen van het GAK worden veiliggesteld. De wettelijke toezichthouder, de Sociale Verzekeringsraad (SVr), liet het volstrekt afweten, maar dat had de Algemene Rekenkamer al eerder vastgesteld. Uit het verhoor van WW-beoordelaar A.P.M.C. Raesen blijkt dat de "Kleine Commissies' van werkgevers en werknemers slechts zelden afwijken van de besluiten van de administratie.

VRIJDAG, 14 MEI. W. Mees, chef Ziektewet bij een bedrijfsvereniging, bevestigt het geringe verschil tussen Kleine Commissie en administratie. Bovendien protesteren cliënten alleen als ze zich tekortgedaan voelen, dus de "sturing' door de Kleine Commissies werkt maar één kant op. Het "bedrijfstak-eigene', hét argument voor een uitvoering door bedrijfsverenigingen, weegt volgens H. van Herk, tot 1986 werknemersvoorzitter van de Federatie van Bedrijfsverenigingen, vooral voor werkgevers zwaar. “Ze denken dat ze dan meer controle kunnen uitoefenen, en dat de kosten lager kunnen zijn.” W.E.L. de Boer, tot 1988 verzekeringsarts bij de GMD, stelt vast dat de samenwerking tussen de GMD en de bedrijfsverenigingen nog altijd slecht is. Met als gevolg dat wie langdurig ziek is niet goed wordt begeleid en vanzelf in de WAO terecht komt.

MAANDAG, 17 MEI. Het ministerie van sociale zaken wist tien jaar terug nauwelijks hoe de uitvoering van de sociale wetten reilde en zeilde. L. Lamers, die in 1979 als directeur-generaal sociale zekerheid pleitte voor meer overheidsinvloed, werd door de sociale partners verketterd. Op het departement vond men al in de jaren zeventig dat mensen te gemakkelijk in de WAO kwamen, maar een "aanwijzing' geven aan de uitvoeringsorganen, dat was politiek ondenkbaar. In 1985 gaf staatssecretaris L. de Graaf toch een aanwijzing, maar dat was om de bedrijfsverenigingen te dwingen tot het voeren van een fatsoenlijke administratie. Financieel topambtenaar J.B.M. Pierik: “En het werkte warempel nog ook!” De verhoren van hoofddirecteur Sociale Verzekeringen P.F. van Loo en voormalig hoofd WAO/AAW M.A. Ruys maken minder indruk. Duidelijk wordt wel dat in de jaren tachtig de stelselherziening prioriteit kreeg boven de verandering van de uitvoeringsorganisatie. Directeur-generaal sociale zekerheid F.W.M. Hol geeft ruiterlijk toe dat de stelselherziening, gerealiseerd in 1987, is mislukt. De wet werd niet eenvoudiger maar gecompliceerder. Hol ontpopt zich als de auteur van het tweetrajectenstelsel waarmee staatssecretaris Dales en vlak daarna minister De Graaf in 1982 naar buiten kwamen. Het gaat om een soort ministelsel waarin de overheid een basisvoorziening uitvoert en uitkeringen daarboven een zaak zijn voor de sociale partners. Dit tweetrajectenstelsel was oorspronkelijk de inzet van de stelselherziening, maar toen De Graaf de politieke markt verkend had stapte hij er fluks weer vanaf.

WOENSDAG, 19 MEI. A.L. den Broeder, nu lid van de SVr maar tot 1988 plaatsvervangend directeur-generaal sociale zekerheid, omschrijft het departement als “sterk gebalkaniseerd”. Arbeidsbemiddeling en sociale zekerheid waren volstrekt gescheiden circuits. F.H.A.M. Kruse, voormalig directeur-generaal arbeidsvoorziening, ontkent dat. Den Broeder en Kruse vertellen beiden hoe in 1985 toenmalig FNV-vorzitter Kok wel wilde praten over een "tripartisering' van de arbeidsbureaus, waarbij de overheid een stapje terug deed, maar over meer invloed van de overheid op de bedrijfsverenigingen geen woord wilde vuil maken. “Als u daarover wilt spreken hoeft dit gesprek maar vijf minuten te duren”, zei hij volgens Den Broeder tegen minister De Koning en staatssecretaris De Graaf. SVr-kroonlid C.K.F. Nieuwenburg schetst 's middags hoe de sociale partners de onafhankelijke SVr-leden zoveel mogelijk op een zijspoor zetten. “Het echte probleem van de sociale zekerheid is niet op de hoogte van de uitkeringen, maar de bestuurlijke structuur, de verantwoordelijkheid van de overheid.” Ook D.J. Wolfson, tot 1991 lid van de Sociaal-economische raad, hekelde de houding van werkgevers en vakbonden, die zo sterk gehecht zijn aan hun machtspositie in de sociale zekerheid.

MAANDAG, 24 MEI. Oudgedienden van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen en van de Federatie Nederlandse Vakbeweging vliegen elkaar in de haren. Volgens H. van Brussel (VNO) viel met de vakbeweging over het strenger keuren van zieke werknemers niet te praten, terwijl V. Domela Nieuwenhuis (FNV) de werkgevers verwijt dat ze gehancicapten niet in dienst wilden nemen. Tot verbazing van iedereen houdt zij bovendien vol dat ze niet wist dat er nogal ruimhartig gekeurd werd. Op één punt is Domela het echter wél met Van Brussel eens: een strenger toezicht van de SVr, dat heeft geen zin. SVr-voorzitter Fase verhaalt hoe de SVr, sinds de politiek minder het oor te luisteren legt bij de sociale partners, een onafhankelijker beleid kan voeren. Hoezeer dat nodig is blijkt uit de verhalen van SVr-onderzoeker P.C. Hermans en voormalig medisch adviseur bij de SVr J.C. Streng. Hermans vertelt hoe diverse onderzoeksplannen door de sociale partners werden geblokkeerd.

DONDERDAG, 27 MEI. De dag van de politici. De (voormalige) Kamerleden Weijers (CDA), Linschoten (VVD) en Ter Veld (PvdA) hebben spijt. In 1986 besloot de Tweede Kamer dat bedrijfsverenigingen de sanctie op fraude geheel zelf mogen vaststellen. Alle drie betreuren ze dat nu. Ter Veld zegt dat ze “absoluut niet” tevreden is. De politici houden alle drie vol dat ze bij de stelselherziening van 1987, met name de nieuwe Werkloosheidswet, wel degelijk met mogelijke uitvoeringsproblemen rekening hebben gehouden. Weijers maakt er een gezellige bijeenkomst van, Ter Veld ratelt aan één stuk door, de meest zinnige opmerking komt nog van Linschoten: een sluitende wetgeving is per definitie onmogelijk; daar is de samenleving te dynamisch en complex voor. Desondanks verving de nieuwe Werkloosheidswet normen van de bedrijfsverenigingen door landelijke normen.

VRIJDAG, 28 MEI. Staatssecretaris C.I. Dales (september - mei 1982) haalt fors uit naar de sociale partners, door wie ze zou zijn bedreigd. Data ontbreken echter, bovendien betroffen de dreigementen noch de WW, noch de WAO, noch de Ziektewet. Staatssecretaris L. de Graaf (1977-1981 en 1982-1989) schetst hoe snel hij het tweetrajectenstelsel in 1982 weer vaarwel zegde. Hij vindt dat achteraf wel jammer. Na wat onenigheid over de interpretatie van een juridische uitspraak in 1972 gaat het verhoor als een nachtkaars uit.

WOENSDAG, 2 JUNI. Vandaag en morgen zijn captains of industry uit de uitvoeringsbureaucatie aan de beurt. Zij worden nauwelijks geconfronteerd met de verwijten van de parktijkmensen uit eerdere verhoren. Werkgeversvoorzitter H.G. Beuker van de bedrijfsvereniging Bouw verbaast zich erover dat niet alle bedrijfsverenigingen elk ziektegeval controleren, in de bouw gebeurt dat wel. Als Beuker zegt dat de uitvoeringskosten in de bouw 4 à 5 procent van de uitkeringskosten bedragen, wordt hij door de commissie gecorrigeerd. Het juiste cijfer is 6 procent. J. Kos, werknemerslid van het bestuur van de bedrijfsvereniging Banken, die het werk heeft uitbesteed aan het GAK, vertelt dat het bestuur meer inzicht wil in de kosten die het GAK maakt, en het ziekteverzuim beter wil bestrijden. H. Schripsema, directeur van de BVG, de bedrijfsvereniging voor de zorgsector, krijgt alle gelegenheid om zijn beleid te promoten. Kritische vragen, over de kosten en het gebrek aan ziektecontrole bijvoorbeeld, worden niet gesteld. Volgens J. van der Linden, werknemersvoorzitter van de Federatie van Bedrijfsverenigingen, is het de schuld van de politiek dat het zo lang duurde voordat GAK en GMD samengingen. Het besluit viel in oktober 1991, maar het had al in 1988 gekund, zegt hij.

DONDERDAG, 3 JUNI. Werknemersvoorzitter M.J.Ph.A. Clerx van de GMD heeft een wat andere visie dan Van der Linden. Niet alleen de politiek zorgde voor oponthoud bij de GAK/GMD-fusie, ook de interne organisatie was er nog niet klaar voor. Het "synthesemodel' werd weliswaar al in 1986 door sociale partners ontwikkeld, maar pas in de zomer van 1991 werd gedacht aan een fusie tussen GAK en GMD. E.P. de Jong, president-directeur van het GAK, vertelt hoe het GAK functioneert; kritische vragen ontbreken. Hij vindt na afloop dat hij "soft' is ondervraagd. Dat geldt niet voor GMD-directeur Boersma, die stelt dat er altijd zorgvuldig is gekeurd maar vervolgens wordt geconfronteerd met een brief waaruit blijkt dat de GMD-Alkmaar in 1986 mensen ouder dan 45 jaar zonder keuring in de WAO plaatste. Een pijnlijk moment. Werkgeversvoorzitter J.K. Bout van het GAK blijkt weinig organisaties te kennen met een zo gunstige prijs/produkt-verhouding als het GAK.

Maandag worden opnieuw politici verhoord, nu niet over de stelselherziening maar over de uitvoeringsorganisatie. Donderdag is gereserveerd voor werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers en de openbare verhoren sluiten vrijdag af met ex-minister De Koning, ex-VNO-voorzitter C.J.A. van Lede en ex-FNV-voorzitter W. Kok. Die laatste twee hebben hun oproep te danken aan de getuigenis van Den Broeder en Kruse op 19 mei.