Gronden van misverstand

Zolang er rechtsregels zijn hebben juristen en anderen geklaagd over de onduidelijkheid daarvan. Zou het niet mooi zijn wanneer wij nu eens alle recht in duidelijke taal vastlegden in een handzaam naslagwerkje? Met index en gebruiksaanwijzing, zodat iedereen die lezen kan - schrijven hoeft niet - weet waar hij aan toe is. We maken er meteen een grote oplage van, dan hoeft het niet zo duur te zijn, en we geven het elkaar met Sinterklaas. Het is nog maar net Pinksteren geweest dus als we meteen beginnen kan het in december af zijn.

Waarom is de kans dat deze onderneming slagen zal niet erg groot? Omdat het een misverstand is te menen dat recht zich in regels laat vastleggen. Regels zijn hulpmiddelen om het terrein, dat door het recht bestreken wordt, af te bakenen en te exploreren. NIet in de regels maar daartussen wordt het recht gevonden. Het enige wat men kan doen is dus de regels af en toe iets verleggen of ze iets meer diepgang geven. Opdat een bepaald terrein beter bestreken wordt of vanuit een iets andere gezichtshoek kan worden bekeken.

Waarom is dan het recht geen pannekoek, die het hele terrein afdekt? Waarom is het tenminste niet zo fijnmazig dat voor iedere situatie de opstap voor de hand ligt?

Het recht is geen pannekoek omdat het dan de maatschappij, die daaronder ligt, zou verstikken. Het gevolg zou zijn dat het recht met die maatschappij ten onder zou gaan, en dat zou jammer zijn. Het recht is fijnmazig maar een belangrijke opgave van het recht is die fijnmazigheid zoveel mogelijk te beperken. Want hoe fijner de mazen hoe groter het aantal opstapjes, dat in iedere situatie binnen het gezichtsveld ligt - zoals iedere zwakbegaafde mathematicus kan bedenken - en geen opstapje leidt naar dezelfde uitkomst.

En intussen, terwijl ik dit schrijf en dan opnieuw, terwijl u dit leest, verandert de maatschappij, veranderen de noden van de bevolking en veranderen de opvattingen van de politici, die in eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het recht. Wij moeten dus - het gehalte van het zo geschapen recht en de politici nu even daargelaten - een beetje rekken en trekken aan het net, opdat het nog net als ordenend en niet al te doorzichtig schaamkleed kan fungeren, in afwachting van iets beters.

Waarom schrijf ik zo'n flauw, voor de hand liggend stukje? Omdat net vorige week in de druk is verschenen de in februari van dit jaar uitgesproken inaugurele rede van een Amsterdamse hoogleraar - en waarachtig niet de minste onder de vakbroeders - waarin ons wordt voorgehouden dat we nu eens moeten ophouden met van mening te verschillen over allerlei voor de praktijk belangrijke zaken als: stemovereenkomsten, commanditaire vennootschappen, beschermingsconstructies, enz. Notarissen en andere practici worden daar flauw van, zo schrijft de orator. Een advies dat hout snijdt kun je niet meer geven. Mr. A. L. Mohr - zo heet de orator - stelt vervolgens voor dat wetenschap en praktijk elkaar uitnodigen om het samen eens te worden over een passende zienswijze op controversiële vraagstukken. Daarover kan dan een “opinion of convenience” worden opgesteld. Dat heeft economische voordelen. Een door de lezer in te vullen oproep om te reageren op dit idee is bij de gedrukte versie ingesloten.

Ik heb de geestige, originele en van eruditie getuigende oratie van Mohr destijds met vreugde aangehoord en deze week met enthousiasme gelezen. Aan Mohr's kritische geest heb ik in een cruciale periode van mijn wetenschappelijke loopbaan heel veel te danken gehad. Ook nu weer. En wat kan hij zijn toehoorders in de maling nemen! Want het is natuurlijk de grootst mogelijke onzin dat wetenschap en praktijk door gezamenlijke inspanning een “opinion of convenience” zouden kunnen opstellen, die ook maar het geringste zou kunnen bijdragen tot de opheffing van de door Mohr gesignaleerde onzekerheden. En dat is maar goed ook, zo heeft Mohr ons kennelijk op slinkse wijze willen voorhouden, want het recht is niet de uitkomst van een dialoog maar de inhoud daarvan. Die dialoog moet zeker ook tussen wetenschap en praktijk worden gevoerd. Zij wordt overal gevoerd waar over recht en recht gesproken wordt. Dank zij die dialoog kunnen de ”justitabelen' in 99,9 procent van de gevallen redelijk uit de voeten, zonder zich om de uitkomst daarvan te bekommeren, zelfs zonder te beseffen dat enige dialoog wordt gevoerd. Zouden wij nu om die paar notarissen en adviseurs in slaap te sussen een rijtje opinions of convenience met keurmerk gaan opstellen?

Een misverstand is het om over misverstanden te klagen. Zij vormen immers - in onze gebrekkige wereld - de noodzakelijke, zij het voor degenen die het recht in de vierkwartsmaat willen beoefenen wat frustrerende voorwaarde voor het ontstaan en blijven bestaan van de dialoog die het recht is. Zij vormen de voeding. En juist dankzij die voeding - en daarzonder nooit en te nimmer - kan het recht zijn dienende functie in de maatschappij, het bedrijfsleven daaronder begrepen, vervullen.

Toch wel leuk, die bijeenkomsten. Ik ben benieuwd hoeveel practici en beoefenaars van de rechtswetenschap op Mohr's oproep zullen reageren.

    • P. van Schilfgaarde