"G-7 beraadt zich over positie Attali'

ROTTERDAM, 4 JUNI. De positie van Jacques Attali als directeur van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD) staat ter discussie binnen de G-7, de groep van zeven leidende industrielanden. Aanleiding vormt de onthulling dit voorjaar van het zogenoemde marmer-schandaal (marble-gate). Daarbij bleek dat de bank sinds de oprichting in april 1991 twee keer zoveel heeft uitgegeven aan interne zaken als aan leningen voor Oost-Europa waarvoor zij is opgericht.

Dit heeft de Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, gisteren in Parijs gezegd op een persconferentie, aldus een bericht in de Financial Times van vanmorgen. Hij weigerde details te geven. Gevraagd of Attali wordt vervangen als hoofd van de Oosteuropa-bank antwoordde Bentsen: “Ik denk dat dat een zaak is voor de Europeanen”. De G-7 wordt gevormd door de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Japan, Canada en Italië. Ze vertegenwoordigen een meerderheidsbelang in de EBRD.

Het Britse blad haalt bronnen aan die melden dat de positie van Attali woensdagavond aan de orde is geweest in voorbereidend overleg van de belangrijkste financiële adviseurs van de G-7-ministers. Sommige adviseurs zouden hebben aangedrongen op vervanging van Attali als EBRD-directeur en de G-7-landen zouden al hebben gesproken over mogelijke opvolgers. Ook zou de teleurstellende gang van zaken bij de EBRD zijn besproken, waardoor donorlanden als de VS dreigen af te haken.

Nadat het marmer-schandaal aan het licht kwam, gaven de toezichthouders Attali er flink van langs, maar ze lieten hem wel in functie.