Eigenaren nieuwe PTT hoeven zich niet te melden

Niet bekend

Dat heeft secretaris mr.drs. P. Mulder van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), die de Wet Melding Zeggenschap uitvoert, vanmorgen desgevraagd bevestigd. De Wet Melding Zeggenschap verplicht alleen grootaandeelhouders in fondsen die voor 1 februari 1992 op de beurs genoteerd stonden hun "beginstand' te melden.

Voor de fondsen die daarna op de beurs zijn genoteerd geldt deze verplichting niet. Zo zijn van Fugro-McClelland, OPG, Artu Biologicals en van een aantal beleggingsfondsen van ondermeer NMB Postbank, VSB en ABN Amro de grootaandeelhouders niet officieel bekend bij de STE. Aandeelhouders in deze fondsen die na de beursintroductie door koop of verkoop de aangegeven meldingsgrenzen overschrijden moeten dit overigens wel melden.

De Wet Melding Zeggenschap verplicht grootaandeelhouders belangen in beursgenoteerde vennootschappen openbaar te maken als zij de grens van 5, 10, 25, 50 en 66,66 procent overschrijden. Doel van de wet is beleggers een beter inzicht te bieden in de liquiditeit van de markt en ervoor te zorgen dat beursfondsen het gevaar van een vijandige overname kunnen onderkennen.

Secretaris Mulder van de STE zei vanmorgen te verwachten dat de invoering van de reparatiewetgeving nog “circa een jaar” op zich zal laten wachten. De beursgang van de PTT wordt al begin volgend jaar verwacht. De STE zal dus de belangen van de Nederlandse staat en andere grootaandeelhouders niet publiceren, zelfs als zij zich vrijwillig melden. De raad van bestuur van de PTT zal de identiteit van de nieuwe aandeelhouders overigens wel moeten prijsgeven als zij daarvan op de hoogte is, zo schrijft het fondsenreglement van de Amsterdamse effectenbeurs voor.