Een brief van de wwwwwww

Op een middag zat de olifant in het gras onder de berk. Het was aan het begin van de zomer, de zon scheen en de bladeren van de berk ruisten en ritselden. Hoe zou het eigenlijk met de egel gaan? dacht de olifant. Zal ik hem eens opzoeken? Hij dacht even na. Ik zou hem ook kunnen schrijven, dacht hij.

Hij knikte tegen zichzelf en besloot de egel een brief te schrijven. Hij pakte een stuk berkebast, kneep één oog dicht en begon.

w

schreef hij.

Toen hield hij zijn slurf stil en las wat hij al had geschreven. Hij wilde schrijven: Beste egel. Maar hij kende eigenlijk alleen maar de w. Hij wist wel dat er nog meer letters waren. Maar die andere letters leken hem onhandig en tamelijk onbruikbaar. Eerlijk gezegd, dacht hij, is één letter wel genoeg.

Hij knikte weer en schreef verder:

wwwww wwww

www wwww www wwwwwwwww www www

www

wwwwwww

Zo, dacht hij. Dat zal de egel een verrassing vinden, zo'n brief van mij.

Hij vouwde de brief op en gooide hem omhoog, en de wind blies hem tussen de bomen door naar het huis van de egel onder de struik, niet ver van de eik. De egel zat net buiten, in de zon, voor zijn deur en de brief kwam op zijn neus terecht.

Hola! dacht hij. Een brief!

Hij maakte hem open en las. Zijn hart bonsde.

Toen hij de brief uit had kneep hij zijn ogen dicht en dacht heel diep na.

Hij had nog nooit zó diep nagedacht. Zijn stekels gloeiden helemaal, zodat hij wel een rode distel leek.

Wie zou dat zijn, de wwwwwww? dacht hij. Zou hij misschien ook stekels hebben? En zou hij soms denken dat ik de wwww ben?. Dat is toch echt een vergissing.

Hij wist dat de wind zich nooit vergiste en dat de brief in elk geval voor hem was bestemd.

Hij liep wat heen en weer voor zijn deur en las de brief opnieuw, en nog eens en nog eens, tot hij hem uit zijn hoofd kende.

Ik moet terugschrijven, dacht hij. Je moet altijd terugschrijven, altijd.

Hij boog zich voorover en schreef op een stuk schors:

Beste wwwwwww

Dank je wel voor je brief. Ik vind het heel leuk om post van je te krijgen.Maar ik ben niet de wwww, maar de egel.

Meer wist hij niet te schrijven. Hij zette zijn naam onder de brief, vouwde hem op en stuurde hem met de wind mee. Even later kreeg de olifant die brief.

Die is van de egel, dacht hij. Maar hij maakte hem niet open. Lezen, met al die andere letters dan de w, daar hield hij niet van. Ik leg hem vanavond onder mijn hoofd, dacht hij. Dan hoor ik wel wat er in staat.

Aan het eind van de middag ging hij naar huis. De brief hield hij stevig opgerold in zijn slurf vast. Thuisgekomen nam hij een modderbad, at een groot bord struikgewas met suiker en stapte in bed. De brief legde hij onder zijn oor.

Midden in de nacht, toen hij diep in slaap verzonken was, hoorde hij plotseling een stem die in zijn oor fluisterde: “Beste olifant. Ik maak het heel goed. Jij ook? De egel.” De olifant knikte. Ja, droomde hij, ik ook, egel, ik ook.

Hij zuchtte diep, draaide zich op zijn andere oor en sliep verder.

    • Toon Tellegen