E. TER VELD; "Hansaplast-socialiste'

“Vals en stiekem.” Deze kwalificaties gebruikte Elske ter Veld vorige week zaterdag voor de houding van haar eigen PvdA-fractie in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. Nu, een week later treedt de veelgeplaagde staatssecretaris af “aangezien haar gebleken is dat de fractie van de PvdA in de Tweede Kamer niet langer voldoende vertrouwen heeft in haar politieke functioneren.”

Enkele weken terug eisten enkele leden van de PvdA-fractie, deel uitmakend van het fractiebestuur, dat Ter Veld zou aftreden. Ze zou de fractie niet tijdig en onvoldoende hebben ingelicht over de ingrepen in de bijstand. Ter Veld reageerde in het interview fel. “Het klinkt zo vals, zo stiekem, alsof ik expres probeer de fractie te vernachelen,” zei ze.

Haar positie in het kabinet was moeilijk, dat erkende Ter Veld zelf. “Bij iedere discussie in het kabinet, als er een stapje terug moet worden gedaan, kijken ze naar mij. Dan denken ze: wie zit daar gigantisch veel geld uit te geven? Dat is die staatssecretaris voor dat veld van 100 miljard.” Keer op keer moest ze akkoord gaan met bezuinigingen waar ze zelf grote moeite mee had: de WAO, de bijstand. Ter Veld: “Je kunt je wel afvragen of dit staatssecretariaat zo'n verstandige plek is voor een PvdA'er.”

De geruchten over een mogelijk aftreden namen de afgelopen weken snel toe. Maar Ter Veld hield vol dat ze zat waar ze zat, en dat dat zo zou blijven. Uiteindelijk bleek dat ze echter de steun van PvdA-leider en minister van Financiën W. Kok ontbeerde. Ze werd geofferd op hetzelfde blok waarop in de zomer van 1991 voormalig PvdA-voorzitter Marjanne Sint haar politieke einde beleefde. Ter Veld was de verpersoonlijking geworden van alle strenge sociale maatregelen die het kabinet Lubbers/Kok heeft moeten nemen. De PvdA verloor in de peilingen de helft van haar kiezerspotentiëel. Zonder het symbool van deze sociale ellende hoopt de PvdA-leiding dat het beter gaat.

Elske ter Veld, geboren op 1 augustus 1944 in Groningen, groeide op in een actief socialistisch milieu (ze spreekt zelf van “de rode-kousenkerk”) kwam na de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid via het buurt- en clubhuiswerk in 1972 als beleidsmedewerker bij het Nederlands Verbond van Vakverenigingen terecht, de voorganger van de Federatie van Nederlandse Vakverenigingen. Ze bracht het tot hoofd van het secretariaat voor vrouwelijke werknemers, en schreef columns in het feministisch tijdschrift "Opzij'. Ze was in die tijd 'Elske stampvoet-boos', zei ze later, terugblikkend.

In 1981 stapte ze over naar de Tweede-Kamerfractie van de PvdA. Daar bedreef ze - het zijn weer haar eigen woorden - het 'Hansaplast-socialisme': keer op keer stond ze op de bres om de negatieve gevolgen van bezuinigingen voor bepaalde groepen te verkleinen. Regelmatig kwam ze in conflict met de toenmalige staatssecretaris De Graaf. “Het valt me moeilijk in deze man de vakbondsbestuurder terug te vinden waar ik nog mee heb samengewerkt, hij bij het CNV, ik bij de NVV,” verklaarde ze.

Haar eerste daad als staatssecretaris, in 1989, betrof alleenstaande moeders in de bijstand. Als ze zich wilden laten omscholen kregen ze voortaan financiële steun voor kinderopvang. Op de vraag wat er aan het einde van de kabinetsperiode dankzij haar zal zijn veranderd antwoordde ze voorzichtig: “Eigenlijk hoop ik dat eenheleboel dingen er dan juist nog wèl zijn. De arbeidsongeschiktheidsregeling bijvoorbeeld, ik hoop dat dat een goede regeling blijft.” Het mocht niet zo zijn.

Ter Veld heeft in de afgelopen kabinetsperiode diverse conflicten met de PvdA-fractie gehad, in het bijzonder over de WAO. Na de eerste forse ingreep die het kabinet in juli 1991 in de WAO-uitkeringen aankondigde, overwoog ze af te treden. Zij werd daarvan weerhouden door minister De Vries. Het gewijzigde besluit dat het kabinet - onder druk van grote onrust in de PvdA - vervolgens in augustus nam, verdedigde Ter Veld wel met volle overtuiging.

Op 1 mei 1992, de Dag van de Arbeid, kreeg de al verslechterde relatie tussen Ter Veld en haar geestverwanten in de Tweede Kamer een forse deuk. Zonder haar of vice-premier Kok te informeren liet vice-fractieleider Leijnse toen weten dat de PvdA-fractie op een belangrijk onderdeel het kabinetsbesluit over de WAO niet langer zou steunen. De PvdA-fractie wilde niet dat bestaande WAO-uitkeringen zouden worden verlaagd.

Dat leidde tot veel politiek gekrakeel en begin dit jaar uiteindelijk tot een gewijzigd kabinetsvoorstel, om de bestaande WAO'ers inderdaad te ontzien, ten koste van de uitkeringen voor toekomstige arbeidsongeschikten. Ter Veld had eerder steeds haar plannen steeds verdedigd met onder meer de stelling een groot verschil tussen bestaande uitkeringen en nieuwe uitkering niet rechtvaardig te vinden. Maar ook zij legde zich neer bij het compromis dat het voortbestaan van het kabinet redde. In die periode kreeg zij vanuit de partij het verwijt dat zij de fractie niet voldoende op de hoogte hield van het akkoord dat ze al eerder met CDA-minister De Vries had gesloten.

Later botste Ter Veld met de Eerste Kamer - ook de PvdA-fractie - over haar plannen om de weduwenuitkeringen te verlagen. Recentelijk kwam ze in de problemen doordat de fractie van mening was dat ze niet goed was genformeerdover de plannen om de bijstand voor jongeren drastisch te beperken.