Dienstlift van Pinter zindert bij Hollandia van nervositeit

Voorstelling: De dienstlift van Harold Pinter door Theatergroep Hollandia/Stichting Schwarzenegger. Regie: Pieter Bouwman. Spel: Dennis Rudge en Jeroen Willems. Gezien: 3/6 autosloperij Jan Smit, Westzaan. T/m 12/6 (beh. 6 en 7/6) aldaar. Res. 075-310231.

De enige overdekte autosloperij van Nederland is zo groot dat je er gemakkelijk in kunt verdwalen. Middenin dit labyrint, achter een haag van bumpers en motorkappen, brengt Theatergroep Hollandia een stuk van Harold Pinter. Ben en Gus, zoals de personages van De dienstlift heten, voelen zich al net zo gedesoriënteerd als de toeschouwer: zij bevinden zich in een gebouw dat vreemd, onoverzichtelijk en bedreigend voor hen is. Hun kamer lijkt op een gevangeniscel, ramen ontbreken en de meubilering bestaat uit twee armzalige bedden. Hier wachten de heren op hun volgende opdracht. Ze ruzieën over kranteberichten en voetbalwedstrijden, ze zaniken over de kapotte spoelbak van de w.c. en ze werken elkaar geweldig op de zenuwen.

Twee tegengestelde karakters samen in een benauwde ruimte, dat kan niet goed gaan. Ben, een bikkelharde moordenaar, wil gewoon zijn werk doen en daarmee basta. Maar Gus, de jongste, piekert zich suf over de zin van hun opdrachten, hij leeft met de slachtoffers mee en verzet zich tegen het stompzinnige, mechanische moorden.

Het gas is afgesloten en Gus kan niet eens een pot thee voor zichzelf zetten. Dat er in die miserabele omstandigheden via briefjes allerlei delicatessen bij hen worden besteld, vat hij als een provocatie op. Wie is deze pestkop die hun zulke onuitvoerbare bevelen geeft? Een dienstlift gaat piepend en ratelend op en neer. Alles wat zij aan eetbaars bij zich hebben stuurt Ben met die krakende lift omhoog: een gevulde koek, een reep chocola, een aangebroken zakje chips. Dan is de voorraad uitgeput en gebeurt er iets vreselijks dat wij hier niet gaan verklappen.

Hoe je deze uit 1960 daterende eenakter ook noemen wilt, absurde farce of diepzinnige parabel, horrorkomedie of psychodrama, het blijft een intrigerend stuk, simpel en ingewikkeld, tijdloos en actueel tegelijk. Het hierin door Pinter gearticuleerde protest tegen dodelijk plichtsbesef en zielloos perfectionisme doet zowel aan Kafka denken als aan het veel recentere werk van een rebel als Thomas Bernhard.

Lieten Kees van Kooten en Wim de Bie jaren geleden het duo Gus & Ben nog plat Haags praten, bij Hollandia merk je amper iets van zulke volkse charmes. Jeroen Willems leek me zelfs een ronduit bekakte Gus, een romanticus met de verfijning van een dichter en de slonzigheid van een aan lager wal geraakte intellectueel. Vergeleken met het genuanceerde spel van Willems maakte Dennis Rudge als Ben een nogal onbehouwen indruk, maar dat lag ook aan zijn rol. De voorstelling zindert van nervositeit en zo moet dat ook bij Pinter.