Dichtheid

Samen met een paar Poolse geestverwanten en onder aanvoering van dr. Tadeusz Mizera, verbonden aan de landbouwuniversiteit van Poznan, betreden we een opmerkelijk bos op een van de oevers van de Oder.

Miljarden muggen wonen er. Die zijn reusachtig blij met onze komst.

Het opmerkelijke zijn de zeearenden. Zes, soms zeven paren op een kluitje. Zo'n dichtheid, weet dr. Mizera, tref je nergens anders op de wereld aan. Normaal heb je hier het ene nest en tien kilometer verder het volgende. Hier loop je tussen twee nesten hemelsbreed maar driehonderd meter. Boven de kroonlaag zien de vogels elkaar voortdurend zitten.

Dit zitten speelt zich af op een hoogte van ruim twintig meter. Dan praat je over bomen van een jaar of honderd. Dan praat je over nesten als een badkuip. Eens hebben ze zo'n nest uit een omgevallen boom op boerenkarren geladen en naar de waag gebracht - dat was dus zevenhonderd kilo hout.

Er zijn geen paden in het bos. De grond is sponzig, er wordt gewaarschuwd tegen verdrinken. De lucht is klam en zwaar, de lucht verzet zich tegen ademhalen.

Iemand gordt zich aan. Met geoefende gebaren begint hij in de richting van het nest te klimmen. Wij rukken twijgen van een berkeboompje af. Die werken als een koeiestaart, zo weren we het enthousiasme van de muggen af. En kijken toe, naar boven toe.

    • Koos van Zomeren