"Decentralisatie' is de achilleshiel van Rusland

Vanaf morgen praat de door president Jeltsin bijeen- geroepen Constituante in Moskou over Jeltsins versie van de nieuwe Russische grondwet. De regionale leiders hebben in dat debat een doorslaggevende stem. Een van hen is Joeri Nozjikov, gouverneur van Irkoetsk.

IRKOETSK, 4 JUNI. Echt verbaasd was Joeri Abramovitsj Nozjikov op die roemruchte zaterdagavond 20 maart niet. Via een terloops zinnetje in zijn televisierede tot het volk liet president Boris Jeltsin toen weten dat hij Joeri Nozjikov per oekaze "379' had ontslagen als "bestuurshoofd' van Irkoetsk.

Dat zat er al een tijdje aan te komen. Nozjikov (60 jaar en nu vijf jaar bestuurshoofd van het district Irkoetsk, ruim twintig keer zo groot als Nederland) had erom gevraagd. Hij had zich ontpopt als een ernstig criticus van het regeringsbeleid in Moskou, zonder zich te encanailleren met de nationaal-communistische oppositie. Nozjikov was dus gevaarlijker. Er gingen zelfs geruchten dat zijn gedeeltelijk Chinese achtergrond hem parten zou hebben gespeeld.

President Jeltsin moest binnen een paar dagen echter de ontslagen van Nozjikov en de eveneens weerbarstige gouverneur Vitali Moecha van Novosibirsk inslikken. De provinciale volksvertegenwoordiging van Irkoetsk schaarde zich namelijk onmiddellijk als één man achter Nozjikov. Hardnekkige communisten zowel als bekeerde democraten trokken eensgezind op tegen Moskou. Zelfs de anarchisten van Irkoetsk prezen de gouverneur als een “geschikte vent” die niet te beroerd is om de Volga's van de staat in te zetten voor het vervoer van de vodka en roebels die zij twee jaar geleden hadden ingezameld voor de stakende mijnwerkers in de naburige Koezbass.

Collega Moecha, in hetzelfde schuitje als Nozjikov, werd naar Moskou ontboden en kreeg er van premier Tsjernomyrdin te horen dat de beide ontslagen een streek waren geweest van Jeltsins kabinet onder leiding van chef Sergej Filatov. Jeltsin had de hem voorgelegde tekst blind ondertekend en uitgesproken, suggereerde Tsjernomyrdin. Hij was er als premier in ieder geval niet in gekend. Op hetzelfde moment belde Jeltsin via de binnenlijn met zijn eerste minister. “Breng Moecha en Nozjikov mijn excuses over”, zei het staatshoofd. Van oekaze "379' is sindsdien niets meer vernomen.

Joeri Nozjikov zit derhalve nog steeds te paard. Morgen is hij een van de 762 deelnemers aan de Constitutionele Vergadering die de komende elf dagen Jeltsins nieuwe grondwet moet gaan voorbereiden. Veel lol heeft hij er niet in. Niet omdat hij het heeft verbruid bij het presidentiële team, dat op wraak is blijven zinnen, maar omdat hij nu al weet dat deze constituante weinig zal opleveren.

Jeltsin gokt met zijn grondwetgevende vergadering (sovesjtsjanije) vooral op de steun van de districtsgouverneurs en presidenten van de "autonome republieken'. Zij vertegenwoordigen morgen met in totaal 352 gedelegeerden de zogenaamde "subjecten' van de Russische Federatie, variërend van de republiek Sacha (Jakoetië) tot de stad St. Petersburg. Deze "subjecten' zullen volgens de ontwerp-tekst van de president in het nieuwe Rusland over grote macht gaan beschikken. De Federatieraad, een van de twee kamers van de nieuwe volksvertegenwoordiging waarin elk "subject' twee afgevaardigden mag kiezen, moet ten opzichte van de in feite represantievere Staatsdoema zoiets worden als de Amerikaanse Senaat. De voorzitter zal de president bij diens afwezigheid vervangen. Van een vice-president zal geen sprake meer zijn.

Maar Joeri Nozjikov ziet er niet zoveel in. Ten eerste omdat hij bang is dat de staatkundige eenheid van Rusland in juridische zin zou kunnen worden ondermijnd: “We hebben juist een centraal rechtssysteem nodig.” En ten tweede omdat hij het afgelopen jaar heeft ervaren dat er in Moskou tot nu toe slechts lippendienst word bewezen aan alom bejubelde fenomenen als "decentralisatie' en "privatisering'. President Jeltsin zelf houdt zich er niet eens formeel mee bezig. Toen Nozjikov een keer met Moskou belde kreeg hij van de presidentiële kanselier Valeri Sementsjenko te horen: “Als u politieke vragen hebt, alstublieft, de president zal die ontvangst nemen. Voor economische kwesties is hij niet beschikbaar.”

Hoewel de noodzaak van regionalisering van het economische beleid en privatisering van de staatsbedrijven door niemand wordt betwist, is ook dit leerstuk namelijk vooral een politieke kwestie gebleven. Alles draait in de Russische staat nog steeds om het bezit van de produktiemiddelen. Het "staatscomité voor bezit' van vice-premier Anatoli Tsjoebais, dat de privatisering via vouchers coördineert, heeft geen millimeter van zijn bevoegdheden uit handen gegeven. De mannen van het comité aan de Vladimirsteeg in Moskou willen er van de eerste tot de laatste komma bij blijven. Voor marginale toetsing zijn ze als de dood.

In Irkoetsk is dat uitgemond in een harde strijd om de vraag wie de controle krijgt over de energiecentrales in het district, de alumimiumindustrie, de chemie, de papierfabrieken en de goudmijnen. Met een aantal waterkrachtcentrales bij Bratsk en in het Bajkalmeer is het district een hoogst belangrijke leverancier van goedkope energie. Om daar de hand op te leggen heeft Moskou via een presidentiële oekaze vorige jaar de naamloze vennootschap Rusenergo opgericht. “Een monster”, waarmee Nozjikov geen zaken wenste te doen. “We werken hier niet slechter, zelfs beter dan de meeste andere energieleveranciers. Rusenergo wil complete greep op ons hebben. We zijn het ermee eens dat het transportsysteem van de energiebronnen en de tariefpolitiek een centrale kwestie zijn. Maar dan moet de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en het gebruik van onze energiebronnen bij ons liggen. Want als wij hier door die waterwerken een kleine milieuramp hebben, doen ze in Moskou alsof ze ons niet horen”, aldus Nozjikov, zelf oud-directeur van de waterkrachtcentrale van Bratsk. Zijn oordeel werd in het "centrum' niet gewaardeerd.

Een vergelijkbaar conflict ontstond rond het goud. Moskou had de exploitatie van de goudvoorraden in Irkoetsk willen verkopen aan de Australische zakenman McKnee. Met een decreet van Jeltsin op zak kwam deze ondernemer dit jaar in Irkoetsk aan. “Ik respecteer u zeer, maar heb niets met u te maken”, liet Nozjikov hem weten. Dat vonden ze in Moskou evenmin leuk. De achtergrond van dit centralistische verlangen in Moskou is volgens Nozjikov structureel. Er is in het "centrum' een tendens gaande om het oude Sovjet-management, het "administratieve commandosysteem', te vervangen door een in feite identiek "financieel commandosysteem'. “Meer dan tachtig procent van de financiële omzet bevindt zich in Moskou. Dat ondermijnt de regionale ontwikkeling. Het financiële systeem moet gedecentraliseerd worden. In Moskou bevindt zich nu eenmaal niet het hart van de Russische industrie, hooguit het financiële intellect.”

Over deze cruciale problemen gaat het in de grondwetten die nu voorliggen allemaal niet. Daarom ziet Nozjikov geen heil in het concept zoals Jeltsin dat nu heeft voorgelegd. De concessies die hij heeft gedaan aan de "subjecten' lijken op papier mooi. Maar het centralistische karakter ervan zal uiteindelijk een evenwichtige regionale ontwikkeling ondermijnen en dus de “separatistische soevereinisering” van Siberië alleen maar stimuleren. Alleen een versterking van de parlementaire organen kan de ambities van de regio nog integreren binnen de Russische staat. Daarom moet volgens hem de nieuwe grondwet door ten minste tweederde van de "subjecten' aanvaard worden. Van het voornemen van Jeltsin om de grondwet er in elf dagen doorheen te jagen ziet Nozjikov dan ook niets terechtkomen. “Wij in Siberië willen het ontwerp van Jeltsin best als uitgangspunt nemen. Maar de uiteindelijke grondwet zal een compromis moeten zijn met het ontwerp van Oleg Roemjantsev (secretaris van de constitutionele commissie van het parlement, red.). Een grondwet kun je natuurlijk niet in één dag aannemen.”

“Ach, die strijd om de macht. Daarmee waren ze tienduizend jaar vóór ons bezig en zullen ze ook tienduizend jaar na ons bezig zijn. Jeltsin jaagt de gebeurtenissen nu alleen maar aan omdat hij niet nog vijftien jaar in dat moeras kan blijven zitten. Anderzijds, tot nu toe is alles zonder bloedvergieten verlopen. Dat ging in 1917 wel even anders.”

    • Hubert Smeets