De zege van de tienermuziek; Schoolboekje over rock & roll in Nederland

Rob Labree: Rock & Roll in rood-wit-blauw. Uitg. Jan Mets/Stichting Popmuziek Nederland, 128 blz. Prijs ƒ 29,95.

Op school moesten ze er niets van weten. Rock & roll was barbarij uit Amerika, waarover in de Nederlandse grote-mensen-media slechts met walging of met geestig bedoeld sarcasme werd geschreven. In de Libelle heette het dat Elvis Presley "een uitgekookte herrieschopper' was en in Het Parool stond sussend de voorspelling van Wim Ibo, pas terug van een Amerikaanse reis, dat die Presley weer snel vergeten zou zijn. Denk dus maar niet dat er op een schoolfeest rock & roll werd gespeeld. We dienden ons tevreden te stellen met een dixieland-orkestje, met als enige voordeel dat er op het lome Midnight in Moscow tenminste nog enigszins erotisch kon worden geschuifeld.

Wie oud genoeg is om dat allemaal nog, eind jaren vijftig, aan den lijve te hebben meegemaakt, zal ervan opkijken dat het thema 'de introductie van de rock & roll in Nederland' deel uitmaakt van de eindexamens van havo en vwo in 1993 en 1994. Wat ruim dertig jaar geleden op school niet mocht, blijkt nu verplichte studiestof te zijn. Het nieuws staat te lezen in een persbericht van de Stichting Popmuziek Nederland, bij het verschijnen van het tweede boek in de SPN-reeks over popgeschiedenis. Het heet Rock & Roll in rood-wit-blauw en werd geschreven door de 25-jarige Rob Labree - jong genoeg dus, om met de ogen van een historicus te kijken naar iets waar hij zelf niet bij is geweest. En het resultaat is, ik kan het niet anders zeggen, een schoolboekje.

In kleurloze zinnen, zwaar leunend op de standaardwerken van Greil Marcus en Ed Ward, beschrijft Labree allereerst de opkomst van de rock & roll in Amerika, de afkeurende reacties van de burgerij en de handige manier waarop de platenindustrie snel de stoom van de ketel wist te halen. Tegenover de bandeloze rock & roll werd binnen de kortste keren het nieuwe fenomeen van de teenager-sterretjes geplaatst, die met hun lieve highschool-liedjes onmiddellijk succes oogstten. De platenbazen hadden het bij het rechte eind gehad: hun nieuwe, pas koopkrachtig geworden jongerenmarkt was heel wat conformistischer ingesteld dan de aanvankelijke populariteit van de rock deed vermoeden. Al snel werd zodoende de muzikale rebellie de kop ingedrukt.

Tienermuziek

In Nederland ging het net zo. Het onderwerp zou een studie waard zijn: hoe de industrie er ook hier zo snel in slaagde de rock & roll te vervangen door "tienermuziek'. In een ommezien groeide de vroegere Ramblers-arrangeur Jack Bulterman, een eindweegs in de vijftig, uit tot de machtigste producer van het genre. Hij was degene die het repertoire uitkoos voor sterretjes als Anneke Grönloh, Rob de Nijs en de Blue Diamonds; zelf hadden ze daar niets over te zeggen. Sterker nog: in de hiërarchische verhoudingen van dat moment werd niet getutoyeerd. Er bestaat een bandopname van de uitreiking van een gouden plaat aan Willeke Alberti in 1964, waarop ze "meneer Bulterman' en de vertaler van het nummer keurig met u aanspreekt. Meestal kregen ze covers van buitenlandse hits te zingen en de platenmaatschappij zorgde er dan voor dat de oorspronkelijke plaat nog lang niet in Nederland zou worden uitgebracht - zodat de Nederlandse versie eerst alle tijd had om een hit te worden. Pas een jaar na Ritme van de regen kregen we hier de originele Rhythm of the rain van The Cascades te horen.

Ik voeg die voorbeelden er nu zelf maar aan toe, want in het boek van Labree zijn ze niet te vinden. Hij stipt het onderwerp wel aan, maar stapt er met zevenmijlslaarzen doorheen. Wat hem blijkbaar veel meer interesseerde, was de al gauw gemarginaliseerde rol van de Indo-groepen met hun onvervalste rock & roll - een verhaal dat al veel kleurrijker is verteld in Rockin' Ramona van Lutgard Mutsaers.

Misschien is deze zeer globale, scriptie-achtige geschiedschrijving zeer geschikt voor de scholieren die er straks blijkbaar eindexamen in moeten doen. Zelf had ik liever een levendiger boek gelezen met veel meer inside-informatieover de doorslaggevende rol van de platenindustrie. Achterin het boek staan 69 geraadpleegde boeken vermeld en de namen van zes genterviewden. Andersom was beter geweest.