De restauratie van de Portugese Synagoge in Amsterdam; "Historie kun je maar één keer verwoesten'

Vlak voor de opleveringsdatum waren de mensen in de t-shirts waarop de naam prijkt van het aannemingsbedrijf nog druk in de weer. Maar gisteren was alles af. Na een restauratie van tweeëneenhalf jaar kon de synagoge van de Portugees-Israelische Gemeente te Amsterdam aan het Jonas Daniël Meyerplein officieel worden heropend.

Sander Kneppers, een van de drie broers die samen leiding geven aan het in restauratie gespecialiseerde familiebedrijf, is nauw betrokken geweest bij de werkzaamheden en hij vertelt er graag over. “Hier telt de geschiedenis zo ongelofelijk mee”, zegt hij. “Als je je realiseert dat de synagoge gebouwd werd in de Gouden Eeuw, toen Amsterdam een wereldnatie was, begrijp je ook waarom het gebouw zo groot is en zo'n fantastische vorm kreeg. Als je iets restaureert moet je weten waarmee je bezig bent, je moet weten waarnaar te kijken en respect hebben voor hetgeen waaraan je werkt. Je werkt met historie en die kun je maar één keer verwoesten. Dat is een filosofie die bij ons diep in het bedrijf zit. Je moet je mensen deze houding van respect bijbrengen, want een synagoge houdt niet op een synagoge te zijn als er in gebouwd wordt. We hebben dan ook altijd keppeltjes op gehad tijdens het werk en op de joodse feestdagen is er niet gewerkt. We hadden speciale mutsjes en t-shirts laten maken met onze naam erop. Dat was tegelijkertijd een veiligheidsmaatregel; onze mensen waren altijd direct herkenbaar.”

De Portugese Synagoge is niet het enige project waarmee het bedrijf zich de laatste jaren heeft beziggehouden. In dezelfde tijd is de Olofskapel herbouwd en werden de Waalse kerk en De Mozes en Aäronkerk gerestaureerd. Men is nog bezig in de synagoge aan de Nieuwe Uilenburgerstraat en in de Ronde Lutherse kerk die niet lang geleden voor een groot deel door brand werd verwoest. Het bedrijf verwierf een grote reputatie door een reeks bekende restauratie-opdrachten in Amsterdam zoals de Academie van Bouwkunst, het Noord-Zuid Hollands Koffiehuis, de Krijtberg, de Papegaai, de Vondelkerk en de Oude Lutherse Kerk.

Volgens Kneppers was de synagoge aan het Jonas Daniël Meyerplein er niet zo slecht aan toe. “Het gebouw is 300 jaar oud. Van groot belang is - en dat kan niet genoeg benadrukt worden omdat er op het ogenblik discussies zijn over het exploiteren van historische gebouwen - dat het alleen voor de eredienst is gebruikt. Tegenwoordig moeten al die kerken verwarmd worden omdat ze andere functies krijgen. Dat is de dood voor die gebouwen. Meestal worden het partycentra, waar de dames en heren wat bloter zijn dan normaal, zodat er hogere temperaturen verlangd worden. Daar zijn die gebouwen nooit voor gemaakt en ze hebben er zwaar onder te lijden. Als je aan de voet 20ß8C hebt, krijg je bovenin temperaturen van 50ß8C. Dan krijg je gevallen van boktor, een houtvretende kever, en noem maar op. De synagoge was in perfecte staat omdat zij altijd onverwarmd is gebleven. De joodse Wet verbiedt het te werken op de rustdag, dus kon men geen kachel aansteken voor de dienst op de sabbat. Hierdoor kreeg het gebouw een eigen hydroklimaat en kon het goed doortochten. Deze synagoge kan nog wel duizend jaar mee.”

Er moest vooral achterstallig onderhoud worden verricht. Alle specialismen van de bouw kwamen eraan te pas: metselwerk, loodwerk, voegwerk, houtwerk en schilderwerk. “Leuk om te weten is dat éénderde van het gebouw bestaat voor de schone schijn. Het interieur beslaat slechts tweederde van het geheel: van binnen zie je alleen de gewelven. Daar bovenop kwam nog eens een kapconstructie met een balustrade; die was nodig om de architectuur af te maken, want de classicistische stijl vereist een bepaald ritme. Vóór de restauratie zag de synagoge eruit als een 19de-eeuws gebouw, door de vervuiling en het latere kleurgebruik. Maar oorspronkelijk was het een sprankelende ruimte met fantastisch veel kleuren. De muren waren helemaal behangen met goudleer, dat is in de oorlog verdwenen. Omstreeks 1650 kwam de chemische industrie op gang waardoor men afstapte van alle aardse kleurstoffen en overging op chemische produkten zoals metaaloxyde. Toen kreeg men die mooie blauwe kleuren. Wij hebben die weer teruggehaald. Het blauwgroen waarmee de balustrade van de vrouwengalerij opnieuw is geschilderd komt overeen met de oudste kleur die wij gevonden hebben.” Wanneer de honderden kaarsen brandden zal het schitterend effect nog groter geweest zijn. Alleen al in het schip hingen vijf rijen geelkoperen kronen. De muren, banken en vrouwengalerij waren afzonderlijk verlicht. De fraaie kandelaars zijn bij de restauratie gepoetst en gevernist; nog steeds vormen zij de enige verlichting, want zoals de synagoge geen verwarming kent, is er ook geen elektriciteit.

Tijdens de joodse eredienst staan de gelovigen tegenover elkaar. Opmerkelijk is dat de banken in de lengte van het schip zijn opgesteld, zodat men zowel de "hechal', het kabinet waarin de Torah-rollen worden bewaard, als de "tebah', het preekgestoelte goed kan zien. De eikehouten banken, waarin de gemeenteleden ieder hun eigen kastje hebben, dateren ook uit de 17de eeuw en zijn allemaal van hun plaats geweest en hersteld.

Echt precisiewerk vergde de restauratie van het preekgestoelte. “Dat was heel mooi werk. Voor de tebah zijn houtsoorten gebruikt waar je tegenwoordig haast niet meer aan kan komen: palissander en coromandel worden niet meer gekapt. toch hebben wij er mee kunnen werken.” In de werkplaats van het bedrijf is te zien hoe de fijne oude modellen van het lijstwerk werden nageschaafd. Aan de hechal hoefden slechts wat losse onderdeeltjes opnieuw te worden vastgelijmd.

Volgens de beschrijving van D.H. de Castro in zijn boek "De Synagoge der Portugees-Israëlietische Gemeente te Amsterdam' telt het gebouw 72 ramen "in cijfer overeenkomende met dat der voluitgeschreven letters van Gods naam'. Van bijna al deze ramen waren de ruitjes gebroken. Toen deze vervangen werden door speciaal uit Frankrijk gemporteerd groen glas bleken de brugijzers die het oude handgemaakte glas omlijst hadden niet meer te passen en moesten ze opnieuw gegoten worden.

De Portugese Synagoge werd gebouwd op de plek waar eerder de Sint Antoniespoort stond. Kneppers: “Als je dat nou weet, moet je je voorstellen wat er gebeurde als je Amsterdam binnen kwam lopen. Weet je wat het eerste gebouw was dat je zag? Een geweldige synagoge.”