d'Ancona bereidt sport voor op bezuinigingen

PAPENDAL, 4 JUNI. Terwijl de fusie tussen Nederlands Olympisch Comité (NOC) en Nederlandse Sport Federatie (NSF) gisteravond op het nationaal sportcentrum Papendal nog maar voor de helft was beklonken, bereidde minister d'Ancona van WVC het bestuur van de nieuwe sportkoepelorganisatie al voorzichtig voor op de mogelijkheid dat door de bezuiningen minder overheidsgeld voor sport beschikbaar komt. Ze wees er daarbij op dat de speurtocht naar de efficiency van subsidiestromen steeds grondiger wordt en deed een beroep op de solidariteit van de sportbonden, die onder meer tot uiting zou kunnen komen in een verevening van sponsorgelden.

Dit schot voor de boeg gold als een waarschuwing voor een mogelijke wijziging van de subsidieregeling voor sportbonden, waarmee binnen de georganiseerde sport al enige tijd rekening wordt gehouden. Het gaat er daarbij om dat bonden die een hoog bedrag aan sponsorinkomsten hebben, dat geld zouden moeten delen met organisaties die het zonder sponsor moeten stellen.

Overigens is pas een jaar de zogenaamde budgetfinanciering van kracht, die de subsidiestroom van de rijksoverheid regelt. Een regeling die tot 1995 gehanteerd wordt, waardoor een NSF-woordvoerder het niet aannemelijk achtte dat tussentijds een ingrijpende wijziging zal komen. De minister moedigde, tussen de vergaderingen van NSF en NOC in, het samengaan aan van sportorganisaties die dezelfde of nauw met elkaar verwante takken van sport organiseren en noemde de fusie van NOC (opgericht in 1912) en NSF (sinds 1959) een mooi voorbeeld.

Het samengaan van de twee sportkoepelorganisaties, waarvoor in 1988 de eerste stappen werden gezet, dreigde eind april nog vertraging op te lopen toen er oppositie groeide onder bonden omdat de financiële situatie van het NOC onduidelijk was. De begroting voor de Europese Jeugd Olympische Dagen - georganiseerd door het NOC - vertoonde een groot tekort en gevreesd werd dat dat ten koste zou gaan van de NSF, de financieel sterkste partner in de fusie, daarvoor zou na het samengaan zou opdraaien.

In ijltempo werd daarvoor onder leiding van NOC-voorzitter F.W. Huibregtsen (sponsor)geld bijeengebracht. Daarnaast was echter nog onduidelijkheid over het zogenoemde project Barcelona, een luxe jacht in de haven en een ontmoetingscentrum op de kade tijdens de Olympische Spelen dat bedoeld was om er geld mee binnen te halen, maar dat naar verluidde tonnen verlies zou hebben geleden.

De delegatie van de Judo Bond Nederland, die op de algemene ledenvergadering van de NSF van 27 april de discussie daarover probeerde aan te zwengelen, was gisteren met een motie in de tas naar Papendal gereisd om ermee voor de dag te komen wanneer er onzekerheid zou blijven bestaan over de financiële positie van fusiepartner NOC. Toen NSF-voorzitter M.W.J. Kastermans, even later bij bevordering benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau, liet weten dat er sprake was van een acceptabel risico bleef de motie in de tas.

Ook tijdens de daarop volgende NOC-vergadering zette de Judo Bond nog kritische kanttekeningen bij de positie van het NOC, maar de bond stond daarin alleen en zou zich ook als enige onthouden bij de stemming over het samengaan. De dreiging van een uitgestelde fusie was al op 4 mei afgewend tijdens het overleg van de grote bonden van de NSF. Op die bijeenkomst verscheen niet alleen NSF-voorzitter Kastermans, hetgeen niet gebruikelijk was, maar ook NOC-voorzitter Huibregtsen, die daar als niet-lid eigenlijk niet behoorde te komen. Drie weken later was de druk helemaal van de ketel toen de financiële commissie de situatie met betrekking tot het project Barcelona en de Europese Jeugd Olympische Dagen bevredigend noemde.

De sportbonden hielden hun mond en stemden in met de fusie tot NOC*NSF, dat nog geen volledig bestuur heeft. Eén van de voorlopige leden, G.W. Weinberg, heeft zich teruggetrokken voor een functie nadat hij eerder al de schuld op zich had genomen voor de financiële sitiatie rondom de Jeugd Olympische Dagen en zijn zetel ter beschikking had gesteld. Een aantal bonden vonden die stap niet ver genoeg gaan en hadden zich voorgenomen voorafgaand aan de vergadering van gisteren zijn vertrek te eisen. Ze kregen te horen dat daartoe aan de vooravond van de bijeenkomst op Papendal al was besloten.