Chef GOS-leger: Moskou moet niet te agressief zijn

DEN HAAG, 4 JUNI. “Onverwachte, heftige reacties van beide zijden kunnen naar een doodlopende straat leiden. Als we de situatie op de spits drijven, kunnen we iets kapot maken. Rusland heeft volgens afspraak het overnamerecht op de kernwapens. De Russische militairen zeggen nu: dat is van ons, en beginnen te onderhandelen over de overgave van de kernwapens in onze jurisdictie. Wit-Rusland is meteen akkoord gegaan, maar de onderhandelingen met de Oekrane en Kazachstan verlopen af en toe heel fel. Rusland heeft gelijk dat het onderhandelt, maar ongelijk als het dat te agressief doet.”

Maarschalk Jevgeni Sjaposjnikov, opperbevelhebber van de verenigde strijdkrachten van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), vorige week op een eendaags bliksembezoek in Nederland voor de opname van het VPRO-programma Het Generaalsdebat, is de rust zelve. Hoewel je zelden van hem hoort, is Sjaposjnikov niet onbelangrijk: hij beheert de strategische kernwapens en heeft samen met president Boris Jeltsin de vinger aan de atoomknop.

Pag.8: "Spanning niet nodeloos opdrijven'

“Toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan heerste de mening dat we een gemeenschappelijk leger in stand moesten houden, maar dat was nonsens. Je kunt geen strijdkrachten hebben van een staat die niet meer bestaat. Toen ontstond het idee van de Verenigde Strijdkrachten. Daarvan maakten deel uit alle strategische troepen, alle strijdkrachten binnen de voormalige Sovjet-Unie, die zich nog niet tot een nationaal leger hadden verklaard en de legers van die staten die bereid waren er onderdeel van uit te maken. Maar in 1992 begonnen steeds meer staten hun eigen legers te formeren, hun eigen ministeries van defensie. Het werd een rommeltje. De strategische troepen zijn blijven vallen onder een gemeenschappelijk commando, evenals een aantal divisies voor vredestaken. Maar deze onduidelijke situatie kan niet voortduren. We moeten beslissingen nemen”, aldus maarschalk Jevgeni Sjaposjnikov, opperbevelhebber van de verenigde strijdkrachten van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten.

In januari kreeg Sjaposjnikov opdracht de status, omvang en het takenpakket te definiëren. Op 16 juli zal hij in Jerevan zijn voorstellen voor de oprichting van een NAVO-achtige militaire structuur indienen. Wie akkoord zal gaan, kan hij nog niet zeggen. Het is de Oekrane, die de Russen het meeste zorgen baart. Sjaposjnikov: “Met uitzondering van de strategische troepen heeft Kiev zich al het militair materieel toegeëigend. Ooit hebben de Oekraëners gezegd dat ze geen deel zullen uitmaken van het gemeenschappelijk oppercommando, maar president Kravtsjoek heeft laten doorschemeren dat ze op beperkte schaal wel zouden willen deelnemen, met name waar het de militair-technische samenwerking betreft. De Oekrane heeft zelf immers nauwelijks militaire specialisten. Zo kan er iets als de NAVO ontstaan, waar elke staat op zijn manier aan deelneemt. Frankrijk doet immers militair ook niet met de NAVO mee. Het is mijn taak niemand in de kou te laten staan en samenwerking te zoeken met wie maar wil.”

De strategische troepen - de legerdivisies die de kernwapens bewaken, op orde houden en kunnen bedienen - vallen alle onder Sjaposjnikovs oppercommando. Mag hij de kernwapens in de Oekrane vrijelijk inspecteren? “Ik kan natuurlijk niet zomaar het territorium van een soevereine staat betreden. Dat is waarschijnlijk niet erg ethisch. Maar ik heb nog nooit problemen ondervonden. Al mijn verzoeken aan Kravtsjoek worden gehonoreerd en het staat mij vrij om Russische specialisten mee te nemen om inspecties uit te voeren. Volgens START-1 bevinden de kernwapens zich tot 1997 op Oekraëns grondgebied en tot die tijd staan ze onder gemeenschappelijk opperbevel. De Russen onderhandelen nu met de drie overige kernstaten over de terugtrekking van die wapens. Als de Oekrane nu zegt dat ze het recht heeft die wapens tot 1997 op haar grondgebied te houden, heeft ze gelijk, maar zónder operatieve controle!”

Niet alleen de controle is in handen van Sjaposjnikov, ook het onderhoud van de kernwapens, waarover men zich in het Westen grote zorgen maakt. Sjaposjnikov voorziet hier geen problemen. “Ik bel gewoon Kravtsjoek en zeg: Leonid Makarytsj, mag ik langskomen? Eind deze maand gaat er een grote delegatie met specialisten naar de Oekrane, voor technische controle. De situatie kan op de spits gedreven worden, maar het Oekraëns parlement begrijpt dat het onderhoud van de kernwapens miljarden karbovanets (de Oekraënse munteenheid - red.) kost.”

    • Laura Starink