CBS mocht cijfers over mest niet publiceren

DEN HAAG, 4 JUNI. Landbouworganisaties en ambtenaren van het ministerie van landbouw en visserij hebben elf jaar lang verhinderd dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) statistische gegevens over het mestoverschot publiceerde. Dit blijkt uit onderzoek van C. Termeer, die gisteren promoveerde aan de Erasmus Universiteit op een studie naar het mestbeleid.

Het CBS nam in 1971 het initiatief tot publikaties over het mestoverschot. Daarvoor was echter toestemming vereist van de Commissie van Advies van het CBS. Aan die commissie werd een medewerker van het Landbouwschap toegevoegd, terwijl ook Landbouw een vinger in de pap had. Met als resultaat vertraging. Termeer haalt een CBS-medewerker aan: “Steeds hadden de ambtenaren van landbouw nieuwe bezwaren tegen de opzet van het onderzoek. Wanneer daaraan tegemoet was gekomen kwamen ze weer met andere bezwaren, en later weer met andere.” De eerste CBS-cijfers over het mestoverschot verschenen pas in 1982, elf jaar na de eerste initiatieven voor zo'n publikatie.

Bij ambtenaren op het ministerie van landbouw bestond lange tijd het vermoeden dat bovenin het departement een sluis zat die hun waarschuwingen tegenhield. Het was nu eenmaal niet gebruikelijk om zelfstandig contact te zoeken met topambtenaren of de minister. “Binnen Landbouw en Visserij passeerde je niemand, dat deed je niet”, kreeg Termeer te horen. Toen de door Termeer aangehaalde CBS-medewerker later minister Braks (landbouw) op televisie zag verklaren dat het ministerie zo laat kennis had gekregen van het mestprobleem, vernielde hij uit woede zijn televisietoestel.

Pag.7: Interimwet had averechts effect

Hoewel ze de term traineren niet gebruikt, geeft ze er wel een paar duidelijke voorbeelden van, waaronder dat van de CBS-statistieken. Een ander voorbeeld was het Curatorium Landbouwemissies, in 1973 op initiatief van het ministerie in het leven geroepen. Deze uit wetenschappers samengestelde club moest de gevolgen van emissies uit de landbouw voor het milieu inventariseren. Met name in de werkgroep Meststoffen gebeurde er weinig. Een bijnaam voor het Curatorium was wel snel gevonden: het moratorium. De minister van landbouw weet de vertraging aan het feit dat de problematiek compexer was dan verwacht, volgens de betrokkenen uit de milieuhoek was de vertraging uitsluitend te wijten aan medewerkers van Landbouw, die alles tegenhielden. De eerste publikatie verscheen pas na zeven jaar, in 1980.

Het mestbeleid had veel eerder van de grond kunnen komen als met name milieubeweging en landbouworganisaties hun contacten niet zo lang hadden beperkt tot de eigen vertrouwde kring en zich niet zo hadden vastgebeten in hun eigen opvattingen, concludeert Termeer. Twintig jaar geleden was al duidelijk dat het wegwerken van mestoverschotten de boeren veel geld zou kosten. Al in 1969 werd gewaarschuwd voor een te zware bemesting van landbouwgronden en andere gevolgen voor het milieu. De eerste publikatie van de Stichting Natuur en Milieu werd aan het mestprobleem gewijd. De milieubeweging maakte zich in die tijd vooral zorgen over de stank van de groeiende mestvaalt. Een van de vele oplossingen die aangedragen werden: dumping in zee.

Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig had de milieubeweging maar weinig interesse in de milieu-effecten van de landbouw, constateert Termeer. Alle energie werd in de strijd tegen kernenergie gestopt, de verfoeide bio-industrie liet men even rusten. Ook op het politieke toneel gebeurde er weinig. Actie bleef volgens Termeer beperkt tot een competentiestrijd achter de schermen.

De varkenshouderij heeft lange tijd kunnen profiteren van de elkaar bevechtende ministeries van landbouw en milieu. Jarenlang was de verhouding gekenmerkt door frustraties en irritaties. Pas toen Braks (landbouw) en Winsemius (milieu) aantraden, in 1982, raakte het mestbeleid in een stroomversnelling.

Eind 1984 kondigde Braks zijn Interimwet af die uitbreiding van varkensstapel moest beperken. Desondanks nam het aantal varkens tussen 1984 en 1986 met twintig procent toe. De Interimwet had een averechts effect. “De groei van de varkensstapel is er wellicht door in de hand gewerkt. Op de dag dat Braks de maatregel afkondigde, bleven veel gemeentehuizen langer open om veehouders de kans te geven alsnog vergunningen aan te vragen voor uitbreiding van hun bedrijf”, aldus Termeer.

Landbouworganisaties konden het in de jaren tachtig niet eens worden over maatregelen om het mestoverschot terug te dringen en lieten het over aan de overheid. Intussen is er veel veranderd, vindt Termeer. De ministeries van landbouw en milieu werken veel meer samen, organisaties van boeren en milieu-organisaties praten met elkaar. Boeren zien ook de noodzaak van mestmaatregelen. Termeer: “Een groot deel van de boeren is van goede wil om het mestprobleem op de lossen. Maar als de overheid tussentijds steeds de regels bijstelt en normen verscherpt, leidt dat tot een averechts effect.”

C.J.A.M. Termeer: Dynamiek en inertie rondom mestbeleid. VUGA Uitgeverij BV Den Haag, ISBN 90-5250-529-2.