Brood met jam

Ze gooien je d'r in, maar ik kan het al, zwemmen. Nu hoef ik zelfs geen slag te doen. Opzij, omhoog, omlaag, opzij, geen arm, geen been van me hoeft te bewegen.

We hebben het al zo vaak gedaan. Eerst hield ik m'n ogen stijf dicht. Door het water kun je niet heen kijken. Na een paar keer deed ik ze open en zag alles wat er om me heen gebeurt.

Elke duik is kort. We gaan al weer naar boven. Dan raken m'n benen haar niet meer. Ze zweven. Alleen m'n handen houden haar nog vast.

Boven water is alles weer gewoon, even heb je een koud gezicht. Daar lopen de kinderen en de mannen in die witte pakken. Ik zie zelfs het badhokje waar we ons hebben verkleed. Daar ligt ook het lekkere brood met jam. Wat een harde stemmen, wat een geroep.

't Is allemaal al weer verdwenen. Dat badpak is ook onder water mooi. En nu gaan ze ons voorbij. Van die lange benen en armen, heel vlug, een man, een vrouw. Je kunt zelfs de kleur van haar badpak zien. Het is helemaal rood.

Het is veel leuker dan alleen zwemmen. Je hoeft niets te doen en je ziet alles. Kon ik het hier maar krijgen, kon ik het hier maar opeten.

Dat brood met jam.

    • K. Schippers