André, een komiek met gevoel voor timing en absurditeit

Lach mee met André, Ned.2, 21.45-22.20u.

Toen de revue-sketches van André van Duin twintig jaar geleden voor het eerst op de televisie werden uitgezonden, was het volk in twee kampen verdeeld. Verreweg het grootst was vanzelfsprekend de massa die de nieuwe held bejubelde en al in lachen uitbarstte als hij een alpino-mutsje over zijn schedel had getrokken. Aan de zijlijn stond het andere kampje, heel wat kleiner: degenen die er slechts platte piasserij in zagen en er geen goed woord voor over hadden.

Nu de TROS op negen achtereenvolgende vrijdagavonden archiefbeelden vertoont uit het tv-oeuvre van Van Duin uit de jaren 1974 tot 1990, doet de kans zich voor om alsnog partij te kiezen. Was hij inderdaad, zoals de kritiek toen luidde, banaal en ordinair en ongemeen talentloos - of is er in die dagen een geniale volkskomiek onderschat die pas veel later zijn verdiende erkenning zou krijgen?

De eerste scène - opgebouwd als een klassieke sketch van een patiënt bij de dokter - is meteen al raak: de patiënt heeft een scheefgeknoopte regenjas aan en een mallotig hoedje op, draagt een rare naam en brengt de arts dus tot wanhoop. Eveneens klassiek is de gesuggereerde dubbelzinnigheid op het moment waarop de dokter zegt: “Nu ga ik mij concentreren op úw geval!” De patiënt kijkt geschokt de zaal in, zoals Willy Walden dat ook vaak deed, en die zaal klapt dubbel van het lachen. Daarop doet aangever Frans van Dusschoten iets wat ook altijd prijs is: hij speelt dat hij de slappe lach krijgt. Dat is één van de oudste komedianten-trucs die er bestaan, en bij Van Duin is dit middel door de jaren heen met gulle hand toegepast. Hooguit een minuut of twintig later zien we precies hetzelfde gebeuren met Corry van Gorp in een restaurant-sketch; ook zij doet net alsof ze haar lachen niet meer kan houden. Het publiek, dat meent een uniek moment mee te maken, lacht dubbel zo hard.

Maar die eerste scène maakt óók onmiddellijk duidelijk dat Van Duin altijd op zijn best is geweest als hij buiten de tekst en buiten de illusie van het toneelstukje trad. Wat in deze eerste compilatie aan dialogen te horen is en wat er aan plotjes voorbijkomt, stelt werkelijk niets voor. Meestal was er, zo te zien, nooit meer dan een flinterdunne uitgangspositie, waaraan een paar oude moppen werden toegevoegd - en dat was dat. Pas als Van Duin daar zijn vaak wat balorige grappenmakerij op losliet, ontstond de kwajongenssfeer die hem tot een komiek maakte met een fabelachtig gevoel voor timing en absurditeit. In latere jaren heb ik vaak gedacht dat hij nog veel beter had kunnen zijn als zijn publiek het hem niet steeds zo makkelijk had gemaakt.

De afleveringen worden telkens ingeleid door een TROS-coryfee. Vanavond is dat directeur Cees den Daas, die tijdens zijn openingswoorden een ietwat pipse indruk maakt - misschien door het feit dat André van Duin in 1991 naar RTL4 vertrok.

    • Henk van Gelder