Zonder historisch besef geen vooruitgang

Een mens kan zijn eigen wieg niet kiezen. Er is trouwens wel meer dat hij niet kiezen kan. De keuze zichzelf van zijn verleden los te scheuren is onmogelijk. Ook als iemand emigreert, neemt hij zichzelf mee. Toekomstverwachtingen worden gesponnen van materiaal dat door het verleden wordt aangereikt. Een samenleving zonder geschiedsbesef is daarom stuurloos. Wie in een geschiedenisloze maatschappij iets zou hebben te beslissen - en in een democratie is dat zowat iedereen - zou zich als het ware bij historici moeten vervoegen om raad.

In ons dagelijks functioneren zijn wij afhankelijk van een zekere voorspelbaarheid van onze omgeving. De zon komt morgen in het oosten op. De bloempot die bij de buurvrouw van de vensterbank valt, zal niet met een vernietigende vaart bij mij de kamer binnen komen suizen, maar vormt een gevaar voor wandelaars onder haar raam. Dit zijn verwachtingen met betrekking tot natuurwetenschappelijke kwesties. Zonder die kennis wordt het leven een angstaanjagende opgave.

Zo hebben wij ook verwachtingen over het gedrag van medemensen, die in tegenstelling tot de zon of die bloempot wel degelijk verschillende opties hebben. Onze medeweggebruikers, bijvoorbeeld, rijden rechts. Hoewel dit gedrag een ferme juridische basis heeft in de wegenverkeerswet, is het feit dat men zich zo massaal aan die regel houdt geen kwestie van dwang maar van gezond verstand en van gewoonte. Voor wie daar niet op kan rekenen, wordt het verkeer nog gevaarlijker dan het nu al is.

We begeven ons dus iedere dag beladen met verwachtingen, theorieën en mythes in het maatschappelijke verkeer. Zij zijn gebaseerd op ervaringskennis, dat wil zeggen op het besef dat een deel van onze vroegere verwachtingen en theorieën in confrontatie met die buitenwereld gesneuveld en een ander deel overeind gebleven is.

Volgens de filosoof Karl Popper worden verwachtingen over het gedrag van onze mede-burgers voor een belangrijk deel ingegeven door tradities. We hoeven daarom gelukkig niet elke dag opnieuw het wiel uit te vinden. Tradities vervullen volgens hem in het maatschappelijk leven een rol die analoog is aan die van theorieën in de wetenschap. Pas nadat een aspirant-wetenschapper een bepaalde theorie begrepen heeft, kan hij naar de werkelijkheid kijken om te kunnen achterhalen of de theorie misschien moet worden bijgesteld. En zo boekt men vooruitgang.

De verwachtingen dat het verkeer rechts houdt, dat de werkgever loon zal uitbetalen en dat de priester zal preken over ziel en zaligheid, maken de maatschappelijke omgeving voorspelbaar en begrijpelijk. Alleen door die voorspelbaarheid worden wij niet elke dag overmand door angst, kunnen wij met anderen omgaan en een bescheiden begin maken met vorm te geven aan onze maatschappelijke omgeving. Zo worden tradities, zo wordt geschiedenis-interpretatie, een voorwaarde voor progressiviteit.

In een sedentaire samenleving behoeft het verleden nauwelijks tekst en uitleg: men woont immers in de traditie. Men ziet eigenlijk alleen maar oude bekenden om zich heen. Ouderdom en overlevering, legitimeren en verschaffen aanzien. Naarmate de samenleving sneller verandert, hebben wij minder tijd en gelegenheid om als het ware spelenderwijs met het produkt van het verleden bekend te raken. Het moet ons worden uitgelegd. De inhoud wordt belangrijker evenals een doeltreffende manier om die aan de man te brengen. Niet dàt het is overgeleverd, maar wàt er is overgeleverd wordt de cruciale vraag. De crisis van "de kerk', "de politiek' of - om concreet te worden - van een instelling als de Britse monarchie is een crisis van inhoud èn van vorm.

Ieder politiek programma is een commentaar op wat ons uit het verleden is aangereikt. Geschiedschrijving is altijd een politieke bezigheid geweest en politiek een historische. Vandaar die nimmer eindigende debatten. Aan de hand van uitspraken over het verleden die iemand doet, is te beoordelen of die persoon verantwoordelijkheid voor de toekomst kan dragen.

Eind 1975 kwam de toenmalige voorzitter van de PvdA Ien van den Heuvel tijdens een bezoek van het PvdA-partijbestuur aan West- en Oost-Duitsland in het nieuws met de uitspraak dat de Berlijnse Muur "historisch begrijpelijk' was (de uitspraak schijnt overigens aan Jan Nagel te moeten worden toegeschreven).

Een goed oordeel over een dergelijke uitspraak wordt pas mogelijk op grond van kennis omtrent de geschiedenis van de Muur. Dat deze werd opgericht om de emigratie (vlucht) van Oostduitsers naar het Westen te stoppen, lijkt geen onbelangrijk feit. Voor de toenmalige PvdA-bestuurders was niet de vlucht van de mensen maar de bouw van de Muur historisch begrijpelijk. De uitspraak was bedoeld om in het gevlei te komen bij de toenmalige Oost-Duitse machthebbers. Zij biedt een kijkje in de morele en psychologische opmaak van de spreker en van een ieder die er geen aanstoot aan nam. De Westduitse SPD - bij uitstek op de hoogte van de historische feiten - was onaangenaam getroffen.

Politieke dilemma's, zo blijkt hieruit, worden meestal samengesteld uit drie moeilijk te ontwarren componenten: historie, moraliteit en macht. Waarom mocht de RDM ook alweer geen duikboten leveren aan Taiwan? Wat moeten wij in vredesnaam aan met Joegoslavië? Wordt het niet tijd voor een kabinet zonder het CDA? Verschillende vragen, verschillende complexen van geschiedenis, moraliteit en macht.

Het idee dat we zonder de mythe kunnen, noemt Popper het "observationalisme'. Dit is een van de hardnekkigste vooroordelen van rationalisten, meent hij. Hij daagt iedereen uit alle vooronderstellingen te laten varen en met zijn waarnemingen te beginnen. Hij voorspelt dat men dan voorlopig door kan gaan met het doen van waarnemingen. Als de verslagen daarvan bij het British Museum worden ingeleverd zal de conservator ernaar kijken als naar het werk van studieuze halve garen. De duimendikke folianten zullen vervolgens bij het oud papier belanden. Wie opnieuw wil beginnen, de last van het verleden wil afschudden en de toekomst meent te kunnen ontwerpen, vertrouwend op alleen het gezonde verstand, babbelt maar wat voort. Als zo iemand zich met de politiek bemoeit, doet hij dat vooral met een beroep op de rechtvaardigheid. Dat is niet erg, zolang hij buitenstaander blijft. Maar als hij de macht weet te grijpen, gebeuren er ernstige ongelukken.

Nadat Trotski uit de revolutionaire elite was verstoten, restte hem niet anders dan getheoretiseer. Boeiend, dat wel, maar het begaan van de werkelijke misdaden moest hij tot zijn verdriet verder aan collega Stalin overlaten. Dit alles uit naam van een theorie, die als taak had de historische verhoudingen uit naam van een rechtvaardige maatschappij te overwinnen. Gelukkig gaat het meestal niet zo dramatisch.

Niettemin kost de strijd van moraliteit en macht tegen de geschiedenis ook in de Nederlandse verhoudingen het nodige. De risico's die zouden zijn opgetreden als we hadden gedaan wat het IKV in de jaren tachtig van ons vroeg, hebben we gelukkig kunnen vermijden. Maar ook dat ging niet echt moeiteloos.

Naarmate de samenleving sneller verandert en de mensen minder gelegenheid hebben zich het verleden gaandeweg eigen te maken, lopen we het gevaar uitsluitend nog te kunnen vertrouwen op onze waarnemingen van het hier en nu. De wereld wordt er onbegrijpelijker door, de waarschijnlijkheid van vergissingen groter.