Zinnen alsof je Caesar leest

Acht VWO-kandidaten en 27 HAVO-leerlingen maakten gisteren het eindexamen Fries. Hylkje Gonga (63) is auteur van korte verhalen en novellen die ze in het Fries schrijft, maar ook in het Nederlands vertaalt. Ze bespreekt het laatste eindexamen van deze periode.

Eind maart van dit jaar verscheen het proefschrift van Pieter Breuker, wetenschappelijk medewerker aan het Fries Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. In dat proefschrift komt de vraag weer eens aan de orde of het Fries nu een taal is of toch een dialect. Het is een erg ingewikkelde kwestie, maar de slotsom is: het Fries is een beetje taal en een beetje dialect. Hoe dan ook: je kunt er examen in doen en daarin is zelfs de pers genteresseerd: de Gelderlander, Trouw en natuurlijk de Leeuwarder Courant en het Fries Dagblad, en last but not least NRC Handelsblad.

In Friesland wonen ongeveer 600.000 mensen. In 1980 kon zo'n 73 procent van die mensen Fries spreken, maar slechts tien procent was bij machte het ook te schrijven. Hoe de zaken er nu, 13 jaar later dus, voor staan weet ik niet. Er is en wordt hard gewerkt door commissies en Adviesraden voor het Fries om kinderen op de basisscholen te leren hoe ze Fries moeten schrijven en - voor zover ze dat niet doen - spreken. Tenminste, dat moet dan in vijftig minuten Friese les per week. Soms leest de onderwijzer/es voor. Gelukkig, want er zijn schitterende Friese kinderboeken, originele en vertaalde.

Vorig jaar deed er zegge en schrijve 1 (één) VWO-leerling examen in Fries. Nu zijn het er 5, waarvan 3 in Sneek op het Bogerman College. Op de andere school in Sneek, het Magister Alvinus, waren er geen kandidaten. Daar werd ook geen Fries (meer) gegeven, zo werd mij meegedeeld.

De niet Friestalige Grytsje de Boer koos Fries toen ze haar pakket ging samenstellen, als extra vak, want ze vond het leuk. Het blijkt een vak waarvoor je vooral thuis moet werken. Ze wil sociale geografie gaan studeren.

Tjitske Dijkstra wil naar de Pabo en als ze in Friesland een baan krijgt, moet ze toch ook Fries kunnen schrijven.

Erik Lankman kwam speciaal van Heerenveen, waar geen Fries werd gegeven, naar het Bogerman College. Hij vindt zichzelf niet zo'n geweldige leerling. Hij wil Oud Fries Recht gaan studeren.

Douwe Willemsma is de enthousiaste leraar. Er zijn geen officiële lesuren binnen het rooster gepland, zodat de lessen in eigen tijd worden gegeven tegen een kleine vergoeding. Dat zet geen zoden aan de dijk, maar ja.

Gisteren was het schriftelijk examen. Te beginnen met een Friese Stelopdracht. Het opstel dus, keuze uit tien onderwerpen. De bekende items: milieu (met alles erop en eraan), de Walkman, komt er een Eurotaal, asielzoekers, gezond leven of niet, om er een paar te noemen.

De tekstverklaring. Tot mijn verbazing moet ik constateren dat er in de eindexamenteksten sinds de tijd dat ik eindexamen deed, zo'n 45 jaar geleden, niet zoveel (eigenlijk niets) is veranderd: nog steeds meterslange zinnen (alsof je Caesar leest), die je minstens drie keer moet overlezen om te weten wat er staat en àls je de kern van de zaak dan begrijpt, mag je je met recht gelukkig prijzen. Dat zal dus eeuwig zo blijven. Tjsitske vond het “een moeilijk stuk”, Grytsje “interessant” en van Erik had er wel wat minder informatie in mogen staan. Dit was “een stortvloed”. Het ging over Wigle (Viglius) van Aytta, een knappe man, die in 1507 in Swichum is geboren. De Friese elite was bijzonder op hem gesteld, al was hij geen volksheld. Maar de zeventien ingewikkelde vragen gaan over de overleveringen van verhalen. De kandidaten hadden twee uur de tijd om er een antwoord op te geven. Ze denken alle drie dat ze een voldoende hebben, jawel.

Gelukkig was er in mijn tijd niet zo'n Fries examen. Ik was er voor gezakt als een echte Friese baksteen.