Turkije wil uitgroeien tot internationaal oliecentrum

ANKARA, 3 JUNI. De ruwe olie wordt per pijpleiding vanuit Azerbajdzjan en Kazachstan (en in een later stadium wellicht ook vanuit West-Siberië) naar de Turkse Middellandse-Zeekust getransporteerd, terwijl de pijpleiding voor aardgas uit Turkmenistan - via de Turkse steden Ankara en Istanbul - zelfs tot aan Wenen toe wordt doorgetrokken.

De drie voormalige Sovjet-republieken exporteren hun ruwe olie en aardgas nu via de Russische federatie, maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de noodzaak gegroeid om de afzetmarkt te verbreden. In principe is het mogelijk dat de ruwe olie vanuit Azerbajdzjan en Kazachstan via de Georgische en Russische havenplaatsen Poti en Novorossisk aan de Zwarte Zee zijn weg naar Europa vindt, maar daar kleven nogal wat bezwaren aan. Zo is bijvoorbeeld Ponti zeker honderd dagen per jaar niet bereikbaar wegens het slechte weer. Bovendien moeten de supertankers voor verder vervoer van de olie gebruik maken van de Turkse wegen, wat het toch al drukke vrachtverkeer rondom de miljoenenstad Istanbul verder opvoert. De Turken menen dat het risico van een eventuele (milieu)ramp hierdoor zelfs onaanvaardbare vormen aanneemt. Zij dringen dan ook al jarenlang aan op de aanleg van pijpleidingverbindingen.

Turkije en Azerbajdzjan - de derde grootste olieproducent in de voormalige Sovjet-Unie - hebben in maart het contract getekend voor de Bakoe-Ceyhan-lijn. Op jaarbasis wordt 25 miljoen ton ruwe olie van de hoofdstad Bakoe naar Ceyhan, aan de Turkse Middellandse-Zeekust, getransporteerd. De oliereserves van Azerbajdzjan worden op 4 miljard vaten (à 159 liter) geschat. Jaarlijks wint het land 76,9 miljoen vaten ruwe olie, maar Baku zou de produktie graag willen opvoeren tot 209 miljoen vaten. Hierover wordt met Westerse oliemaatschappijen onderhandeld.

Kazachstan - de tweede belangrijkste olieproducent in de voormalige Sovjet-unie - en Turkije zijn in april vorig jaar in principe overeengekomen dat de export van ruwe olie naar Europa en andere afzetmarkten via Turks grondgebied plaatsvindt, maar de beslissing moet formeel nog door het parlement in Alma Ata worden goedgekeurd. Voor de aansluiting op de Bakoe-Ceyhan-lijn is een pijplijnverbinding onder de Kaspische Zee nodig. Een regeringsvertegenwoordiger van Kazachstan liet zich vorig maand op de Olie- en Gasconferentie van de Zwarte-Zeelanden in Istanbul evenwel kritisch uit over deze verbinding, gezien de financiële en ecologische factoren. Hij gaf vooralsnog de voorkeur aan het vervoer van de ruwe olie per tanker vanuit de havenplaats Aktau in Kazachstan naar Bakoe in Azerbajdzjan.

De produktie van ruwe olie in Kazachstan bedroeg vorig jaar 30 miljoen ton. Het is de bedoeling dat de helft daarvan uiteindelijk via de Bakoe-Ceyhan-lijn naar Turkije wordt gepompt. “De gezamenlijke doorvoer van 40 miljoen ton ruwe olie vanuit Azerbajdzjan en Kazachstan is slechts een voorlopig gemiddelde”, aldus Mete Göknel, manager van het Turkse staatspijpleidingbedrijf Botas. “Technisch is het mogelijk om de doorvoercapaciteit tot 65 miljoen ton ruwe olie per jaar op te voeren. Dat biedt de mogelijkheid om in de toekomst ook de Russische - de federatie is de grootste olieproducent van de voormalige Sovjet-Unie - olievelden in West-Siberië op deze lijn aan te sluiten.”

De pijpleiding moet in 1996 operationeel zijn. Ceyhan, aan de Turkse Middellandse-Zeekust, neemt dan eentiende van de wereldhandel in olie voor zijn rekening. Dat komt, aldus berekeningen in de Turkse pers, neer op zo'n 13 miljard dollar op jaarbasis. Het staatsbedrijf Botas is een van de vijf partners in een internationale werkgroep, die de studies heeft verricht naar de haalbaarheid van het project. De andere ondernemingen zijn: State Oil Co. of Azerbajdzjan, Amoco, BP/Statoil en Pennzoil/Ramco. De pijpleiding van Bakoe naar Ceyhan is 1.060 kilometer lang en de aanleg ervan gaat 1,4 miljard dollar kosten. Volgens de olieminister van Azerbajdzjan, Sabit Bagirov, is de financiering geen probleem. “De Wereldbank, de Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD), Citibank, Rothschild en andere hebben al belangstelling getoond.”

Over de precieze route van de pijplijn is - gezien de gevechten in en rondom de enclave Nagorny-Karabach - nogal wat gebakkeleid. Er zijn nu twee opties: de pijpleiding bereikt Turkije via Iran of via Armenië, om daarna over het grondgebied van Nachitsjevan (een door Azeri bewoonde enclave tussen Armenië en Turkije) en de grensplaats Dogu Beyazit in het oosten van Turkije verder te lopen naar Midyat in het zuidoosten. Hier wordt de pijpleiding aangesloten op de al bestaande verbinding tussen Kirkuk in Irak en de Yumurtalikterminal in Ceyhan. De extra route via Iran is een verzoek van Bakoe, dat al jarenlang strijdt levert met Armenië om de enclave Nagorny-Karabach. Kazachstan staat er evenwel op dat pijplijn via Armenië loopt. Om de politieke problemen voorlopig te omzeilen is gekozen voor de dubbele route, ook al betekent dat een verlenging van 60 kilometer.

De aansluiting van de oliepijpleiding vanuit Bakoe op die vanuit Irak biedt Turkije de mogelijkheid om de Kerkuk-Ceyhan-verbinding ten minste gedeeltelijk weer operationeel te maken. Door de twee oliepijpleidingen, met een lengte van 986 kilometers, kan op jaarbasis 83 miljoen ton olie worden gepompt. In augustus 1990 werden ze echter gesloten, nadat de VN een economisch embargo tegen Irak afkondigde. “Turkije heeft hierdoor een verlies geleden van 620 miljoen dollars”, aldus Göknel.

En dan is er nog het Turkmeense aardgas. Het land heeft drie afzetroutes voor ogen: de Russische federatie (met Europa als achterland), de Perzische Golf (voor het Verre Oosten) en Europa via Turkije. De laatste verbinding biedt Turkije het voordeel dat hierdoor ook tevens aan de steeds groter wordende binnenlandse vraag naar aardgas kan worden voldaan. Turkije importeert dit jaar 5,2 miljard kubieke meter aardgas vanuit Rusland. “Europa heeft in de toekomst tussen de 35 en 60 miljard kubieke meter extra aardgas op jaarbasis nodig”, aldus Mete Göknel. Het is de bedoeling dat in 1997 met de reconstructie van de pijpleiding met een doorvoercapaciteit van 40 miljard kubieke meter aardgas per jaar wordt begonnen. Hiermee is een investering van tussen de 17 en 18 miljard dollar gemoeid.

De verbinding, die via Erzurum in Oost-Turkije naar Ankara en Istanbul loopt, heeft vooralsnog op papier twee vervolgroutes. “Zo wordt de mogelijkheid opengehouden”, aldus Yasar Yakis van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, “dat naast de verbinding met Wenen, via Roemenië of het voormalige Joegoslavië, een tweede lijn, via Albanië en de Adriatische Zee, naar Zuid-Italië loopt. De verbinding met Albanië kan via Griekenland, of via Bulgarije en Macedonië lopen, al naar gelang de wens van deze landen.” De pijplijnverbinding tussen Turkmenistan en Wenen is 4.800 kilometer lang.

    • Froukje Santing