Terug naar de gewone school

Kinderen uit het speciaal voortgezet onderwijs moeten terug naar de "gewone' school, vindt staatssecretaris Wallage. In Almere is men al begonnen.

"Dan ben ik een weirdo, omdat ik remedial teaching heb en jullie niet.'' Agnes (13) discussieert met een groepje klasgenoten over de vraag wat normaal is. Ze vindt zichzelf een buitenbeentje, omdat ze als enige voor rekenen en taal individueel onderwijs krijgt van een remedial teacher (rt'er). ""Onzin'', roepen de anderen. De rt'ers helpen iedereen. ""Trouwens'', merkt een meisje op, ""mijn nichtje uit Limburg moet elke dag met een debielenbus naar een aparte school. Op de gewone school vonden ze haar te slecht, terwijl ze dezelfde cijfers had als ik. Geef mij dan maar rt.''

Woensdag, het derde uur op openbare scholengemeenschap De Meergronden in Almere, een school met 1.200 leerlingen voor VWO, HAVO, MAVO, voorbereidend beroepsonderijs en individueel beroepsonderwijs. Leraar Jan van de Bos geeft Nederlands volgens het idee van de basisvorming: praktisch en voor iedereen te begrijpen. Slechts tien minuten is hij de klassikale spreekpop, de rest van de tijd begeleidt hij leerlingen in groepen of individueel. ""Dat moet wel als je in de eerste twee jaar kinderen van VBO- tot en met VWO-niveau bij elkaar in een klas zet, met daartussen nog een stuk of zes leerlingen met hiaten in hun kennis en sociaal-emotionele problemen.''

Die laatste groep hebben ze op De Meergronden in soorten en maten: leerlingen met dyslexie, rekenmoeilijkheden en taalachterstand. Dankzij extra individueel onderwijs kunnen ze meedraaien met de rest en hoeven ze niet naar een speciale school, ver buiten Almere. De school zet al vijftien jaar kinderen van alle niveaus bij elkaar in de klas en streeft ernaar ook leerlingen met leer- en opvoedingsproblemen binnen haar muren op te vangen. Tijdens de basisvorming zitten ongeveer vierentwintig leerlingen in een klas, begeleid door twee mentoren. Ieder kind zit in het leerlingenvolgsysteem en wordt elke twee weken besproken door het klasseteam van tien leraren. Een remedial teacher begeleidt de moeilijk lerende kinderen met hun programma.

""En het werkt'', zegt hoofd van de rt-afdeling Pieter de Ligt. ""Landelijk gezien hebben we in Almere bijna het laagste deelnamepercentage aan speciaal onderwijs.'' De Ligt zit in het remedial-teachinglokaal. Om hem heen zijn kinderen individueel of in groepjes aan het werk. "J'adore la fête', dicteert de cassetterecorder aan een meisje in de hoek. Tegenover haar klungelt een jongen wanhopig met een hoekmeter. Verderop wordt Wies vermanend toegesproken: hoe kan ze nu agenda-lezen en huiswerk plannen als ze vandaag geen boeken, geen agenda en geen tas heeft meegenomen? ""Ik ben blij, gewoon blij'', reageert die met brede lach. ""Verliefd zeker'', zucht de remedial teacher. ""Zo wordt je rapport niets, dametje.''

Behalve in de huiskamer zijn de rt'ers ook te vinden bij collega's in de klas, vertelt De Ligt. ""In eerste instantie begonnen we hier, maar kinderen kregen een rood hoofd als je ze uit de klas haalde. Bovendien hoorden we dat veel van hen zich in de klas anders gedroegen. Kijk, dat meisje heeft hier de slappe lach. In de klas durft ze geen mond open te doen. Dus moet je ook daar helpen.''

Op De Meergronden wordt in praktijk gebracht wat staatssecretaris Wallage bepleit in zijn dit voorjaar uitgebrachte nota De breedte van de basisvorming. De scheiding tussen regulier en speciaal voortgezet onderwijs is ""maatschappelijk onwenselijk'', schrijft Wallage. Ook lopen de kosten volgens hem te hoog op. Een kind met speciale zorg in het voortgezet onderwijs kost het rijk ongeveer 12.700 gulden, ruim twee keer zoveel als een "gewone' leerling.

Ongeveer 89.000 middelbare scholieren maken gebruik van speciaal onderwijs: 56.000 kinderen in het individueel voorbereidend beroepsonderwijs - vaak al ondergebracht op speciale afdelingen van een scholengemeenschap - en 33.000 leerlingen in dertien verschillende typen voortgezet speciaal onderwijs. Zij gaan bijvoorbeeld naar tyltylscholen voor meervoudig gehandicapte kinderen, VSO-ZMOK scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen en naar grotere schoolsoorten als het VSO-LOM voor 11.000 leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden en het VSO-MLK voor 12.000 moeilijk lerende kinderen.

De groep leerlingen die het niet redt in het reguliere voortgezet onderwijs en uitwijkt naar scholen met speciale voorzieningen, groeit. Maakt nu ongeveer twaalf procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aanspraak op speciale voorzieningen, over vijf jaar zal dat percentage zijn verdubbeld. Niet dat de leerlingen dommer worden, maar de maatschappij stelt steeds hogere (opleidings-)eisen.

Om de groei te remmen, streeft Wallage ernaar de speciale voorzieningen zoveel mogelijk aan te laten bieden binnen brede scholengemeenschappen of groepen van scholen. In dat geval kunnen de "kwetsbare' leerlingen terecht in heterogene klassen en krijgt elke school of groep van scholen voor haar tien procent zwakste leerlingen extra geld. Voor de basisscholen presenteerde Wallage in 1990 al de nota Weer samen naar school. Augustus vorig jaar kwamen de eerste samenwerkingsverbanden tot stand tussen basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs, om meer moeilijk lerende kinderen op de basisschool te houden. Nu de meeste verbanden bestuurlijk-organisatorisch een feit zijn, hoopt het gros van de scholen volgend jaar ook "inhoudelijk' te kunnen samenwerken.

Aanvankelijk was Wallage van plan de lijn van Weer samen naar schooldoor te trekken naar het voortgezet onderwijs. Maar daar bleek de praktijk complexer. Anders dan het basisonderwijs, wordt in het voortgezet onderwijs onderscheid gemaakt naar niveau. Leerlingen worden sneller doorverwezen naar speciale voorzieningen. Daarnaast kent een klas niet één groepsonderwijzer, maar een groot aantal vakleraren. Bovendien staat het voortgezet onderwijs aan de vooravond van de basisvorming. Vanaf augustus zijn ze verplicht eenzelfde pakket van vijftien vakken aan alle leerlingen in de onderbouw aan te bieden.

De nota Weer samen naar school stuitte destijds op felle kritiek van het reguliere en vooral het speciaal onderwijs dat opkwam voor zijn expertise. Daarom besloot Wallage De breedte van de basisvorming niet te presenteren als beleidsplan, maar als discussienota. De precieze koers zal hij na overleg met experts en belangenorganisaties waarschijnlijk dit najaar bekend maken.

Discussie kwam er. Tijdens een eerste bijeenkomst met de belangenorganisaties, twee weken geleden, werd veel kritiek geuit. Waarom krijgt het onderwijs de rekening gepresenteerd van de groei van het speciaal onderwijs, een groei die Wallage zelf toeschrijft aan externe factoren? Vooral het voorstel elke school tien procent extra geld voor de zwakste leerlingen te geven, stuitte op verzet. Tien procent is twee procent minder dan het huidige percentage. Daarmee is de nota niet meer dan ""een ijskoude Wallagiaanse bezuinigingstruc'', concludeert de secretaris van het Nederlands Genootschap van Leraren, W. Dresscher. ""Het onderwijs krijgt alle zwarte Pieten. De basisvorming komt op ons af en of we meteen ook maar meer kinderen met handicaps binnen willen houden. Dat kan zo goed in de nieuwe, heterogene klassen schrijft de staatssecretaris. Maar bij mijn weten zullen veel scholen nu juist niveaus gescheiden houden, uit angst dat het onderwijspeil daalt.''

Ook vertegenwoordigers van scholen met speciale voorzieningen reageren terughoudend. Grote klassen, de onpersoonlijke benadering van vakbroeders die zich louter bezighouden met kennisniveau, het tekort aan orthodidactische en orthopedagogische deskundigheid: allemaal obstakels die volgens hen overwonnen moeten worden, voordat de moeilijk lerende kinderen het bolwerken op gewone scholen.

""Een heleboel speciale scholen voelen zich niet aangesproken door de nota'', zegt Mary Huisman, voorzitter van het landelijk werkverband VSO-LOM. ""Het gros van de moeilijk lerende kinderen zal het niet redden in heterogene klassen. Hun verstandelijke vermogens schieten te kort. Zij moeten adequaat in een beschermde en veilige omgeving voorbereid worden op een plekje op de arbeidsmarkt. Zmokkers (zeer moeilijk opvoedbare kinderen, red.) kun je niet in grote klassen zetten. En om eerlijk te zijn, vrees ik dat velen zich niet zullen thuisvoelen op zo'n moloch als Wallage voor ogen heeft.''

Ondanks de successen op De Meergronden is ook hoofd van de rt-afdeling De Ligt nog niet tevreden. ""Het is dan wel zo dat niemand op onze school afvalt en we kinderen van LOM-niveau binnen onze muren hebben, allemaal hebben we ze hier nog lang niet. De breedte van de basisvorming is niet oeverloos: er moet een diploma gehaald worden. Ook leerlingen die anderen bij het minste of geringste aanvliegen, kunnen we niet hebben. Voor die groepen ontkom je niet aan aparte klassen, afdelingen of desnoods scholen.''

Scholen met speciale voorzieningen verwachten dat vooral de leerlingen uit het individueel beroepsonderwijs en van de LOM-scholen hun voordeel zullen doen met de basisvorming. ""Die kunnen het kennisniveau aan'', zegt Jan Versloot, voorzitter van het landelijk werkverband VSO-LOM. ""Maar willen we hen van het begin af aan mee laten draaien, dan moet de houding op de scholen fundamenteel veranderen.''

Momenteel keert al ongeveer negentig procent van de VSO-LOM'ers terug naar de scholen voor voortgezet onderwijs, vertelt Versloot. Ook worden sinds kort enkele VSO-leraren een dagje per week uitgeleend aan reguliere scholen in het kader van de 93 samenwerkingsverbanden VSO-VO. Het liefst zou Versloot zien dat meer energie wordt gestoken in deze uitwisselingen, want of scholen op eigen kracht tot de noodzakelijk cultuuromslag komen, betwijfelt hij. Toegegeven: op De Meergronden in Almere zijn ze een eind op weg, maar of de andere scholen de basisvorming net zo zullen aanpakken, zal pas na augustus blijken. ""Zo lang dat onduidelijk is, is het voorbarig het speciaal onderwijs af te schaffen en onze leerlingen aan het marktmechanisme over te leveren. Dan verkwansel je niet alleen een specialisme, maar ook een hele generatie kinderen.''

    • Wubby Luyendijk