Teheran en Riad ruziën over betoging

TEHERAN/ DUBAI, 3 JUNI. De Iraanse televisie heeft gisteren beelden getoond van enkele honderden protesterende Iraanse pelgrims en gezegd dat honderdduizenden in weerwil van een Saoedisch verbod bij Mekka een anti-Westerse demonstratie hadden gehouden. De Saoedische autoriteiten op hun beurt ontkenden dat zo'n betoging had plaatsgehad.

De kwestie van politieke betogingen in de tijd rond de Haj, de grote pelgrimstocht naar Mekka, vormt altijd een teer punt in de al moeizame relaties tussen Saoedi-Arabië en Iran. Iran houdt vol dat zulke demonstraties een religieus vereiste zijn. Saoedi-Arabië daarentegen, dat goede relaties met het Westen onderhoudt, sprak gisteren weer van “een religieuze vernieuwing die elke basis in de islam mist”.

In 1987 vonden meer dan 400 mensen de dood toen zo'n betoging uit de hand liep en de Saoedische oproerpolitie er met harde hand een eind aan maakte. Iran boycotte de Haj vervolgens enkele jaren. In 1991 en 1992 stonden de Saoediërs de teruggekeerde Iraniërs toe hun protest te houden op een speciaal afgebakend terrein; dit jaar echter verboden zij de betoging, die oorspronkelijk afgelopen donderdag zou worden gehouden. Oproerpolitie verhinderde toen dat de pelgrims zich toch zouden verzamelen.

Volgens radio Teheran verrasten de pelgrims de Saoedische autoriteiten door de demonstratie dinsdagavond in Mina bij Mekka te houden. Zij “richtten hun leuzen van "Dood aan Amerika' en "Dood aan Israel' tot de paleizen van de onderdrukkers van de wereld van ongeloof”, aldus de Iraanse Haj-vertegenwoordiger, Mohammad Mohammadi Reyshahri, in een boodschap aan de Iraanse Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei. De televisie toonde enkele honderden pelgrims in een tent die met hun vuist in de lucht zwaaiden en naar Reyshahri luisterden.

De relaties tussen Iran en Saoedi-Arabië, beide strevend naar regionale oppermacht, leken de laatste tijd juist verbeterd na het bezoek van de Iraanse minister van buitenlandse zaken aan Riad. Volgens Riad willen “extremisten” nu echter het werk van “wijze Iraniërs” in gevaar brengen. (Reuter, AFP)