Te slim voor goede cijfers

"Misschien een MAVO-tje'', had de leraar van groep zeven zuinig gezegd. Veel was er tenslotte niet uit de handen van Paul gekomen en schrijven was ronduit een puinzooi. ""Leg dan maar eens uit dat je kind hoogbegaafd is'', zegt mevrouw de Groot. Vanaf de eerste dag dat Paul naar de kleuterschool ging, was het een doffe ellende. Dat was twintig jaar geleden, wie kende toen het woord hoogbegaafd? Bovendien, zo voegt mevrouw de Groot er aan toe: ""Het was ook de tijdgeest hoor, van Den Uyl moest alles toch op één vlak?''

Gelukkig kreeg Paul in groep acht een meester die de kinderen in zijn klas op hun eigen niveau aansprak. Niet alleen de zwakke leerlingen profiteerden daarvan, ook Paul. ""Het lijkt wel of dat kind jarenlang niets heeft gedaan'', zei de verbaasde meester tegen Pauls moeder. Met een VWO-advies verliet hij de basisschool, maar op het gymnasium begon de hele ellende opnieuw. Hij werkte niet, bleef bijna zitten en haalde met veel "gezeul' zijn eindexamen. Nu is hij in twee studierichtingen afgestudeerd.

Mevrouw de Groot, moeder van drie hoogbegaafde kinderen, van wie de jongste op het VWO zit, kent het probleem van onderpresteren van zeer nabij. Ze wil niet met haar eigen naam in de krant. Althans, haar kinderen willen dat niet. ""Ze hebben er moeite mee, ze schamen zich er voor'', legt ze uit. Is hoogbegaafdheid in dit vlakke land al een verdachte afwijking, het verhaal van de hoogbegaafde onderpresteerder is helemaal moeilijk te vertellen.

Een andere moeder, wiens hoogbegaafde zoon op het VWO voor de tweede keer dreigde te blijven zitten en die nu met moeite op de HAVO lijkt te redden, belt na een slapeloze nacht af. Ze wil er niet over praten: ""Het ligt allemaal te emotioneel.''

Uit onderzoek is gebleken dat twee tot drie van de tien hoogbegaafde kinderen ver onder de maat presteren op school. Niet alleen gemeten naar hun eigen, hoge intelligentie, maar ook in vergelijking met hun "normaal' begaafde medeleerlingen. En het blijft niet bij ondermaatse schoolprestaties, ook hun gedrag leidt in veel gevallen tot problemen. Ze missen de aansluiting met leeftijdgenootjes, worden vaker gepest en raken gesoleerd. Ze voelen zich een buitenstaander.

Voordat Paul naar de kleuterschool ging, dacht mevrouw de Groot vaak "Wat gaat het toch snel met die kleintjes.' Vergelijkingsmateriaal had ze nauwelijks, hij was haar eerste kind en ze woonden buiten. Pas toen hij naar school ging, besefte ze voor het eerst dat Paul heel veel meer kon en wist dan andere kinderen van zijn leeftijd. Wat een kinderachtige boel is het hier, dacht ze bij zichzelf. Zou het aan de school liggen? ""Omdat hij erbij wilde horen begon hij zich aan te passen. Hij deed alsof hij allerlei dingen niet kon of niet meer wist. Het was een omgekeerde ontwikkeling en die ging natuurlijk ten koste van hemzelf.''

Paul was doodongelukkig op school. Hij werd ziek, kreeg last van allergie en daar werden de problemen op afgeschoven. Met haar dochter Marian herhaalde de geschiedenis zich. Thuis las ze Alleen op de wereld, op school deed ze alsof de letters nauwelijks kende. Ze ging expres weer buiten de lijntjes kleuren om niet teveel uit de toon te vallen bij haar klasgenootjes en om dezelfde reden "vergat' ze dat ze kon klokkijken. ""Ze mocht niet zichzelf zijn, ook haar zag ik elke dag ongelukkiger naar school gaan'', vertelt mevrouw de Groot. Toen ze weer eens aan de bel trok en vertelde dat haar dochter allang kon lezen, werd ze ongelovig aangekeken. Dat kan nooit, besliste de juf.

Ouders van hoogbegaafde kinderen krijgen vaak het verwijt dat ze hun kinderen opjutten en forceren. Dat een vierjarige zichzelf leert lezen, wordt niet geloofd. Men stoort zich aan de moeilijke woorden die deze kinderen gebruiken en men vindt ze snel betweterig. ""En waarom'', zo klaagde de meester van de zevenjarige Paul, ""moet hij nou weer zonodig een wereldbol mee naar school nemen?''

Het is in de ogen van veel leerkrachten geen wonder dat zich op school problemen voordoen. ""Je wordt als ouder compleet onderuit gehaald'', is de ervaring van mevrouw de Groot. ""Niet alleen op school, ook door de mensen in je omgeving.'' Om vol te kunnen houden dat de slechte cijfers van je kind een gevolg zijn van zijn hoogbegaafdheid, moet je stevig in je schoenen staan. Ongeloof en irritatie zijn het gevolg: Ach ja, elke ouder vindt zijn kind een wonderkind.

Als actief lid van Pharos, de vereniging van ouders van hoogbegaafde kinderen, krijgt mevrouw de Groot deze verhalen nog regelmatig te horen - al moet ze erkennen dat er zeker in het basisonderwijs de laatste jaren het nodige is veranderd. Drie keer in de week doet ze voor de vereniging telefoondienst. Een stukje in de Libelle over de problemen van hoogbegaafde kinderen leverde ruim 150 gesprekken op. In Pharos heeft ze de werkgroep "onderpresteerders' opgericht die studiedagen belegt en ouders de gelegenheid biedt ervaringen uit te wisselen. ""Het kan lang duren voordat een onderpresteerder normaal gaat werken'', weet mevrouw de Groot. ""Ze zijn niet gewend om zich echt in te spannen, ze weten niet wat het is om te trainen en iets onder de knie te krijgen. Het is een ingesleten proces. Daarom gaat het in het voortgezet onderwijs vaak fout.''

Haar jongste kind heeft mevrouw de Groot uit voorzorg veel thuis gehouden van de basisschool. Ze wilde voorkomen dat ook zij zich zou gaan "terugschroeven' en al haar spontaniteit zou verliezen. ""Als ik toen had geweten wat ik nu weet, had ik het heel anders aangepakt'', zegt ze. ""Ik was net zo lang gaan zoeken tot ik een school had gevonden waar ze de problemen van hoogbegaafde kinderen begrepen en ik had er meer met de kinderen over gepraat. Ik ben er in het algemeen voor dat hoogbegaafde kinderen een klas overslaan, maar dan het liefst zo vroeg mogelijk op de basisschool. Dat kan voorkomen dat ze van het begin af aan onder hun niveau moeten presteren en alle interesse voor school verliezen.''