RUSLAND, AMERIKA, JAPAN EN WIJ

Na de steen-, brons- en ijzertijd beleven wij thans het siliciumtijdperk. Ons dagelijks leven wordt benvloed door een klein schilfertje silicium, de chip, die geestdodende arbeid overneemt en nieuwe banen schept. De micro-elektronica, de snelst groeiende bedrijfstak die thans al zo groot is als de auto-industrie, zal straks de chemie naar de kroon steken.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn Amerikaanse fysici buitengewoon effectief geweest met het ontwikkelen van de eerste kernwapens in het Manhattenproject. Dit heeft de politici het gevoel gegeven dat het loonde om de fysici bij elkaar en tevreden te houden. Zo ontstonden grote defensie-budgetten voor onderzoek, waarmee de onderzoekers nieuwe wapens ontwikkelden, maar ook zuiver wetenschappelijk werk konden doen. Zij deden dit zo succesvol dat zij de militairen telkens weer konden overtuigen van de noodzaak om nog weer grotere budgetten voor nog weer grotere research en ontwikkelingsprojecten ter beschikking te stellen. Het meest recente programma is SDI, het geldverslindende ruimteschild dat Amerika moest beschermen tegen aanvallen met intercontinentale raketten. Met deze belofte is het geavanceerde onderzoek van de laatste tien jaar gefinancierd. Door zijn eigen succes is de natuurkunde in Amerika, op de universiteiten, de nationale research centra en de industrie, afhankelijk geworden van defensiegeld.

Dit heeft de Amerikaanse natuurkundigen vervreemd van de maatschappij. Men doet vooral onderzoek aan onderwerpen die uit de wetenschap zelf zijn voortgekomen en die aan de militairen verkocht kunnen worden als relevant voor het toekomstig "electronic battlefield". Zo is er gewerkt aan supercomputers en geavanceerde netwerken, in plaats van "personal computers" en micro-elektronica voor consumentenprodukten. Men heeft super-intense lasersystemen ontwikkeld voor de militairen in plaats van kleine lasers voor cd-spelers. Men heeft nieuwe deeltjesversnellers ontwikkeld die satellieten van een dodende straal moesten voorzien, maar die alleen bruikbaar zijn in fundamenteel onderzoek.

De koude oorlog werd gewonnen en ongetwijfeld heeft de nauwe samenwerking tussen wetenschap en defensie daaraan een bijdrage geleverd. Maar de Amerikaanse natuurkunde is in een crisis terecht gekomen. Door het verlies van de grote vijand en vanwege het enorme tekort op de begroting van de overheid, wordt er bezuinigd op de defensiebudgetten. Nu zitten de universitaire hoogleraren zonder researchgeld. De nationale laboratoria hebben geen reden meer van bestaan. En de industrie was gewend risico-volle research en ontwikkelingsprojecten af te schrijven op defensiecontracten, zogenaamd ten behoeve van de nationale veiligheid. Overheidssteun voor industriële produkten is immers in Amerika taboe, het wordt gezien als concurrentievervalsing en strijdig met het vrije ondernemerschap. Het gevolg is dat enerzijds vele onderzoekers werkloos worden, anderzijds Amerika zijn leidende positie in de micro-elektronica is kwijtgeraakt aan Japan.

Op de lijst van consumentenelektronica staan Matsushita en Sony bovenaan, dan volgen Philips en het Franse Thomson en dan Hitachi, Pioneer, Toshiba en andere Japanse bedrijven. Bij de eerste tien staat geen Amerikaan. De micro-elektronica, inclusief computers, telecommunicatie- en informatietechnologie, is qua omzet al zo groot als de auto-industrie en stijgt sneller dan elke andere bedrijfstak. Dit vereist gigantische investeringen. Er wordt in de micro-elektronica meer genvesteerd in Japan dan in Amerika en veel meer dan in Europa. In Japan wordt een deel van de investeringen betaald door het ministerie voor internationale handel en industrie, MITI. De overige investeringen moeten worden gefinancierd uit de winstmarges. Wij consumenten zijn niet bereid om grote bedragen te betalen en dus zijn de marges in de consumentenelektronica klein. Er is in Japan geen of vrijwel geen defensiebudget, waaruit ontwikkelingen betaald kunnen worden. Daarom gaat al het geld dat door de industrie verdiend wordt naar ontwikkeling van nieuwe produkten en blijft er geen geld over voor onderzoek. Fundamenteel, grensverleggend onderzoek van enige betekenis vindt men in Japan nauwelijks, daarvoor is geen geld en daarin heeft men ook geen enkele traditie. Dit verklaart waarom de Japanse natuurkunde zo middelmatig is, hoewel Japan marktleider is in de consumentenelektronica. Toch zal er niet veel nieuws uit dit land tevoorschijn komen zolang er geen grensverleggend onderzoek wordt gedaan.

In Europa is Nederland nog het enige land dat voor het maken van chips niet volledig afhankelijk is van het buitenland. ASMIuit Bilthoven maakt de apparaten waarmee chips geproduceerd worden en levert deze over de hele wereld, inclusief Amerika en Japan. En Philips is nog steeds een gigant in alle sectoren van de micro-elektronica. Dit is alleen mogelijk dankzij het grote aantal goed opgeleide mensen waaruit deze bedrijven kunnen putten. Mensen die aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn opgeleid in de elektrotechniek, halfgeleiderfysica of informatica. Veel Nederlandse studenten zijn zich bewust dat zij in het siliciumtijdperk leven. Zowel in het fundamenteel als in het toegepast onderzoek voor, met en in computers genieten Nederlandse ontdekkingen internationale bekendheid. Ook kwantitatief is de Nederlandse bijdrage aan het siliciumonderzoek groot.

In ons land trekt de informatie-technologie veel geld en talent aan, veel meer dan in andere sectoren. Maar onze maatschappij heeft ook nog hele andere belangen. Om te kunnen overleven in de metaalsector zijn produkten met een hogere toegevoegde waarde nu al noodzakelijk. Dat betekent veel meer research en ontwikkeling, bijvoorbeeld in de micro-mechanica. In ons land zijn multinationale ondernemingen gevestigd op het gebied van de chemie. Het zou toch gewenst zijn dat deze industrieën net zo innovatief waren als de micro-elektronica. Maar de chemie zit in de verdomhoek van onze maatschappij. Van de micro-elektronica zou men kunnen leren hoe in ons land geld en talent zijn te mobiliceren voor radicale vernieuwingen. Of kan men dat van de traditionele chemie niet meer verwachten en moet onze hoop gevestigd zijn op de ontwikkelingen in de moleculaire biologie en de groei van bio-technologie bedrijven? Er zijn nog andere maatschappelijke belangen zoals energie en milieu, waarin aanzienlijk meer innovaties gestimuleerd zouden kunnen en moeten worden.

De economische situatie maakt het voor het Nederlandse bedrijfsleven noodzakelijk zich te concentreren op de kernactiviteiten. Bij de industrie worden de laboratoria voor onderzoek en ontwikkeling gefocusseerd op problemen van vandaag en nieuwe produkten voor morgen. Het onderzoek- en ontwikkelwerk wordt financieel steeds meer afhankelijk gemaakt en ten dienste gesteld van de bedrijfsresultaten. Het gevolg is dat nog maar weinig industriële researchlaboratoria zich fundamenteel onderzoek kunnen veroorloven en ontwikkelingen voor de lange termijn verwaarloosd dreigen te worden.

Er is nu de neiging om de industrie te helpen door aan de universiteit onderzoek en ontwikkelwerk te gaan doen voor de markt, maar dat kunnen de industrieën veel beter zelf. Het is de taak van de overheid de voorwaarden te scheppen waarmee ons land in het fundamenteel onderzoek zijn vooraanstaande plaats behoudt. Een plaats waarin de beste onderzoekers en technici hun opleiding krijgen en daarna doorstromen naar de maatschappij. Juist nu is het stimuleren van grensverleggend onderzoek noodzakelijk opdat ons land een goede positie zal innemen, ook na het siliciumtijdperk.