Parc Andre Citroen: volmaakt stadspark onder de rook van Parijs; Een futuristisch Hof van Eden

In het mooiste stadspark van Frankrijk, het vorig jaar geopende Parc André Citroën, beleef je meer dan in Euro Disney of een ander pretpark. Futuristische hangkassen, labyrinten, nymfen, "witte' en "zwarte' tuinen, klaterende watervallen, vreemdsoortige planten en trossen rijpe kersen bedelen om aandacht. Op het 14 hectare grote, oude fabrieksterrein, is de natuur vervolmaakt, al is de wildernis gebleven.

Waar nog maar 20 jaar geleden de Citroën-fabrieken op volle toeren draaiden en beroemde auto's als de "Trèfle" en de "DS" van de banden rolden, ligt nu het mooiste stadspark van Frankrijk, het Parc André Citroën. Het futuristische park is, samen met het veel minder overdachte en onvoldoende aan de omgeving aangepaste Parc de la Villette (1991) in het noordoosten van Parijs, het grootste park dat na het Second Empire in de Franse metropool werd aangelegd: veertien hectaren in het hartje van een nieuwe buurt van het Vijftiende Arrondissement, pal naast de Seine, op nog geen tien minuten afstand van de Eifeltoren. Tweeëndertig tuinmannen en vier werklieden zorgen voor het dagelijks onderhoud van de tweeduizend bomen, veertigduizend planten en struiken, twee hectaren gras, anderhalve hectare water en acht kassen. Alles bij elkaar kostte het park, dat afgelopen herfst is geopend, 388 miljoen Franse francs.

Volgens Jacques Chirac, de burgemeester van Parijs, is het park zo aangelegd dat het zich "harmonieus in de opeenvolging van vermaarde tuinen langs de Seine, zoals de Tuileries, de Esplanade des Invalides en de Champs-de-Mars, invoegt'. Chirac had al in 1985 een grote internationale prijsvraag uitgeschreven voor de bebouwing van het oude terrein van de autofabriek, die door twee baanbrekende Franse architectenteams ex-aequo werd gewonnen. Enerzijds was er de groep van landschapsarchitect Clément en architect Berger, anderzijds die van de landschapsarchitect Provost en de architecten Vignier en Jodry (van het Franse paviljoen in Sevilla). De twee teams verrichtten wonderen.

Twee grote principes domineren volgens de "auteurs' het park. Natuur en Beweging (gedaanteverwisselingen), en Architectuur en Raffinement. Zodoende is het ene deel van het park zorgvuldig opgebouwd, bewerkt en gebetonneerd. Het andere deel is ongetemd en uitgelaten. Naar gelang de richting van de wandeling geniet men van stilistische kunstgrepen of verwerft men een zekere kennis van de natuur.

Twee schitterende, monumentale, geheel doorzichtige kassen van vijftien meter hoog en vijfenveertig meter lang, vormen het hart van het park. De ene kas herbergt een orangerie, de andere een zuidelijke mediterrane tuin. Maar hun inhoud is niet echt interessant. Veel spectaculairder zijn de kassen zelf en wat daartussen ligt. De péristyle d'eau bijvoorbeeld, een hellend, betegeld plein met honderdze-

venentwintig, soms ingetogen, dan weer hoge, uitbundige, zuilvormige waterstralen. Dit vooral in zonlicht magische waterballet veroorzaakt bij kinderen en hun ouders die zich tussen de waterzuilen wagen, grote hilariteit. In geen Euro Disney of ander zogenaamd pretpark zag ik kinderen zo veel lol hebben. Aan de buitenzijde van de kassen zullen de vierennegentig, kolomvormig gesnoeide "Magnolia grandiflora" van de péristyles végétaux half juni volop in bloei staan.

Aan de voet van de "waterstraat', vanwaar je een weidse blik over stad en park hebt, strekt zich een voor publiek toegankelijk, 450 meter lang grasveld uit, waar geen klaver of onkruid te bespeuren valt. Eind 1994, als het viaduct voor de nu nog storende spoorlijn klaar is, zal het grasperk tot aan de Seine doorlopen.

Water klatert, glinstert en stroomt overal in het park. Niet alleen in de péristyle, maar ook in de grote en kleine kanalen met fonteinen, en in de zogenaamde coursiers, zes smalle watervalletjes die de zes Jardins Sériels flankeren. De zes rechthoekige serres bovenaan de tuinen zijn door bruggen met elkaar verbonden en vormen het spiegelbeeldige antwoord op zes nymfen die langs het grote kanaal aan de overkant van het grasveld.

De Jardins Sériels, zes evenwijdige, symbolische tuintjes, zijn meesterwerken van fantasie en vindingrijkheid. Ze roepen elk, door de kleur van hun gewassen, de gedachte aan een metaal op (goud, zilver, koper, tin, kwik en ijzer) en een van de vijf en niet te vergeten het zesde zintuig. Zo groeien bijvoorbeeld in de rode tuin (die overeenkomt met geoxydeerd ijzer en de smaak) kersenbomen, treur-moerbeibomen, thee uit Canada en papavers uit het Oosten, terwijl in de groene tuin (tin en gehoor) onder andere esdoorns met slangehuid, rabarber uit Tibet, engelwortel en schildvormige saxisraga bijeen zijn gebracht.

Iets verder Seine-waarts, in het zuidoosten van het park, liggen twee tuinen die sterk contrasteren met het raffinement van de voorgaanden. De jardin en mouvement of wilde tuin, waar honderden planten en struiken werden gezaaid en niet geplant, wordt aan de grillen van de natuur overgelaten. De tuinman grijpt hier alleen in om over het voortbestaan of het verwijderen van een soort te beslissen. De bloeitijden zijn over het hele jaar gespreid. In dit paradijs van herbes folles groeien varens, bamboe-riet, slingerrozen en allerlei soorten mos. Vlak hierna, in de jardin d'ombre, de schaduwtuin, vind je azalea's, rhododendrons en reuzenpapavers onder de nog wat verlegen schaduw van de jonge esdoorns.

Rechts en links achter de grote kassen, richting stadscentrum, liggen de Jardin Blanc en de Jardin Noir. De witte is een uitgebreid speelterrein met, in het midden, een prachtig hoog ommuurd tuintje met witbloeiende planten zoals Eremurus, Lamium, Helleborus, Salvia en Gaura lindheimeri, die het hele jaar door afwisselend in bloei staan. De tweede, veel grotere zwarte tuin, is een ommuurd labyrint met terrassen rond een centrale binnenplaats. De tuin is ingeplant met veel donkere en ondoordringbare gewassen.

Wat het meest opvalt bij een speurtocht door het park, is de verrukte blik van de bezoekers. Orde en netheid worden gerespecteerd. Ondanks de afwezigheid van prullemanden, zag ik geen papiersnipper of Cola-flesje rondslingeren. En toen ik vorige week bij grote hitte in de schaduw van een kerseboom lag te lezen, zag ik tot mijn stomme verbazing dat binnen handbereik nog talloze rijpe vruchten hingen.

Het succes van het park is niet alleen te danken aan zijn originele vormgeving, maar ook aan zijn veelzijdigheid. Je kunt het "à la carte' doen: er is voor ieder wat wils. Voor rustzoekenden en verliefde stelletjes zijn er vredige en geheimzinnige plekken; voor de botanist een oneindig aantal zeldzame gewassen uit Chili, Zuid-Afrika, Azië en Nieuw-Zeeland; voor zonnebaders en balspelers het grote grasveld; voor architecten de futuristische kassen, waarvan het glas niet op de grond staat maar volledig aan de bovenkroon is opgehangen; voor sportievelingen vijf kilometer paden om op te joggen, en voor kinderen de witte tuin, het labyrint van de zwarte tuin en het waterspel. Parc André Citroën is een volmaakt stadspark.

Parijs, Parc André Citroën. Hoofdingang: hoek Rue Balard/Rue Montagne-de-la-Fage. Metro: Balard, dagelijks van 8u30-22u (t/m 31 augustus, daarna gaat het vroeger dicht). Rondleidingen: elke zaterdag om 14u30, ontmoetingspunt op de hoek van de Rue Balard/Rue Saint-Charles. Inl over rondleidingen: 09-33140717523.

Franse tuinen en parken in juni

Voor de tuinliefhebber is er in juni bijzonder veel te doen in Frankrijk. Voor het zesde opeenvolgende jaar wordt er de actie "Visitez un jardin en France' georganiseerd. In honderden beroemde of onbekende tuinen en parken, waarvan enkele gewoonlijk voor publiek gesloten zijn, worden tijdens deze maand - met als hoogtepunt het weekeinde van 5 en 6 juni - rondleidingen, exposities, demonstraties, plantenverkoop en concerten georganiseerd. Gedetailleerde programma's (per streek) en een aparte wegenkaart met een overzicht van de 160 opmerkelijkste tuinen van Frankrijk zijn gratis verkrijgbaar bij alle Offices de Tourisme en Syndicats d'Initiatives. Inlichtingen (alleen op werkdagen) 09-33140158335 of 09-33140158242.