Oud-topman GMD ontkent grootschalig afkeuren

DEN HAAG, 3 JUNI. Voormalig directievoorzitter W. Boersma van de Gemeenschappelijke Medische Dienst ontkent dat de GMD op grote schaal mensen te snel heeft afgekeurd. Van opdrachten dat alle cliënten boven 45 jaar zelfs geheel zonder keuring in de WAO terecht moesten komen is hij niet op de hoogte.

Dit bleek vanmorgen toen Boersma, die sinds de GMD in juli 1992 werd ondergebracht bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) lid is van de GAK-hoofddirectie, als getuige optrad voor de parlementaire enquêtecommissie die de uitvoering van de WAO, de WW en de Ziektewet onderzoekt.

Anders dan GAK-topman prof. E.P. de Jong, die alle ruimte kreeg van de commissie, werd Boersma wèl stevig ondervraagd. Het commissielid V.A.M. van den Burg (CDA) legde hem een brief voor van de GMD-directeur van de regio Alkmaar, gedateerd 14 februari 1986, waarin deze de opdracht gaf aan de bedrijfsvereniging te adviseren om alle zieke werknemers ouder dan 45 jaar zonder keuring een volledige WAO-uitkering te geven.

Boersma kende deze brief niet. “De GMD is een grote, territoriaal gespreide organisatie,” zei hij verontschuldigend. Waarop Van den Burg riposteerde: “Maar dit is toch geen detail!”

Boersma erkende vervolgens wel dat, in de tijd dat de werkloosheid hoog opliep, het een “dodelijke combinatie” was als je een handicap was en ook nog ouder dan 45, 50 jaar. De kans dat een gedeeltelijk arbeidsongeschikte in die tijd en van die leeftijd nog een deeltijdbaan zou vinden was bijna nihil. Boersma: “Het is ongetwijfeld tegen die achtergrond dat die maatregel in Alkmaar is genomen.”

Toen hem werd gevraagd of bedrijven bij economisch zwaar weer op grote schaal mensen "met een vlekje' in de WAO hadden kunnen dumpen, zodat ze niet wie de WW in de bijstand terecht zouden komen, zei Boersma dat hij daarvan “geen bevestiging” kon geven. Boersma: “Mensen werden gewoon beoordeeld en heel vaak arbeidsgeschikt verklaard.”

Boersma hield vol dat de GMD-artsen, via een sturend "protocol', sterk gebonden waren in hun keuringsbeleid. “Als ik kwade trouw moet veronderstellen bij deze professionals dan kan ik mijn bedrijf niet leiden”, verklaarde hij.

Het "verdisconteren' van werkloosheid tot arbeidsongeschiktheid werd in de jaren zeventig volgens Boersma politiek en maatschappelijk acceptabel gevonden. Dat GMD-medewerker Hibbeln in 1974 in een notitie waarschuwde dat deze praktijk, waartoe de Federatie van Bedrijfsverenigingen had besloten, in strijd met de wet was, deed volgens Boersma niet ter zake. “Hibbeln kreeg geen gelijk, ook niet van de toenmalige kabinetten,” zei hij. In 1987 werd de mogelijkheid om te "verdisconteren' bij de wet verboden.