Ook in Duitsland blijkt ammoniak boosdoener bij "Waldsterben'

Duitse onderzoekers maken de balans op van tien jaar Waldsterben. Hun voornaamste conclusie luidt dat er verscheidene oorzaken voor de bossterfte zijn. Verreweg de grootste boosdoener is ammoniak.

Dat de Duitse bossen er over het algemeen zeer slecht aan toe zijn werd onlangs opnieuw bevestigd bij de presentatie van een studie van tien jaar bossterfte-onderzoek op een conferentie in Bonn.

Begin jaren tachtig werden meer dan 60 verschillende hypothesen gelanceerd om het plotselinge sterven van de bossen te verklaren. Zo werden extreme klimaatsveranderingen, ziekten en plagen, slecht beheer en radioactieve vervuiling als mogelijke oorzaken genoemd. Uiteindelijk is komen vast te staan dat er meer dan een oorzaak in het spel moet zijn. Of het kwaad nu aan menselijk ingrijpen dan wel aan natuurlijke oorzaken moet worden toegeschreven zal van plaats tot plaats verschillen. In elk geval is de luchtvervuiling de belangrijkste factor.

Bossterfte blijkt niet rechtstreeks te ontstaan door de inwerking van giftige gassen zoals zwaveldioxide of ozon. Ondanks veel onderzoek is nooit een rechtstreeks effect van ozon op naaldbomen aangetoond. Wel blijkt er een duidelijk lange-termijn-effect aanwezig. Bomen die het ene jaar aan hoge concentraties ozon worden blootgesteld, blijken daar het volgende jaar hypergevoelig voor.

Recent is vooral stikstof in de belangstelling komen te staan als vooraanstaande oorzaak van bossterfte. Een overdosis stikstof in de vorm van nitraat (NO-) leidt in aanwezigheid van sulfaat tot bodemverzuring. Daardoor gaan giftige zware metalen en aluminiumionen in oplossing. Hierdoor worden de plantewortels vergiftigd. Beschadigde wortels nemen minder water en voedingszouten op. Dat maakt de bomen vatbaarder voor droogten en gebreksziekten.

Tot voor kort werden vooral stikstofoxiden, met name uit het wegverkeer, verantwoordelijk gesteld. Tegenwoordig echter richten de Duitse onderzoekers hun aandacht in de eerste plaats op ammoniak. De depositie van ammoniakstikstof is in de Duitse bossen 50 procent hoger dan die van nitraat. In zulke hoeveelheden kan het een catastrofale uitwerking hebben. Het verstoort de voedingshuishouding. Weliswaar gaan de bomen sneller groeien, maar daarbij zien ze geen kans om tot een evenwichtige opname van de andere benodigde voedingsstoffen te komen. Ammoniak wordt door de bomen gemakkelijker opgenomen dan nitraat (dat eerst nog in ammoniak moet worden omgezet, hetgeen meer energie vraagt). Daarbij komt echter de opname van andere kationen (zoals calcium, kali en magnesium) in het gedrang.

De overmaat aan stikstofvervuiling in het milieu leidt bovendien tot denitrificatie, waarbij schadelijke verbindingen als N0 en NO vrijkomen in de atmosfeer. De eerste tast de ozonlaag aan en draagt bij aan het broeikaseffect, de tweede zorgt voor "zomersmog'. Als de gezondheidstoestand van de bossen niet snel verbetert, zal men op grote schaal met bestrijdingsmiddelen moeten gaan werken om ziekten en plagen in te dammen.

Onlangs constateerde ook de Nijmeegse bioloog drs. H. van Dijk in zijn promotieonderzoek dat ammoniak uit de drijfmest de belangrijkste oorzaak is van vitaliteitsvermindering van de Nederlandse bossen. Alleen door het ammoniakprobleem op te lossen, zegt de promovendus, kan het bos als soortenrijk ecosysteem voortbestaan.