Mens niet van invloed op "dood' water in Zwarte Zee

De Zwarte Zee is het grootste bekken ter wereld dat voornamelijk zuurstofloos water bevat.

De zee is gemiddeld 1200 meter diep, maar alleen de bovenste 80 tot 100 meter bestaat uit zoet, zuurstofrijk water. Het diepere, zoute water bevat veel zwavelwaterstof en wordt daarom "dood' water genoemd. Omdat op 100 meter diepte nog wat licht doordringt, hebben zich hier groene zwavelbacteriën kunnen ontwikkelen. Dat zijn bacteriën die veel chlorofyl bezitten, waardoor zij met weinig licht toch fotosynthese kunnen bedrijven. Tijdens dit proces zetten zij zwavelwaterstof om in sulfaat.

Aan het einde van de jaren zestig lag de grens tussen het zuurstofrijke en het zwavelwaterstofrijke water in de Zwarte Zee, de chemocline, 20 tot 50 meter dieper. Hierdoor is het "dode' water dus wat dichter bij het oppervlak gekomen en kon de bacterie-populatie zich enorm ontwikkelen. Sinds enkele jaren wordt gespeculeerd dat deze verandering zou zijn veroorzaakt door toedoen van de mens. Door onder andere meer rivierwater te gebruiken voor irrigatie, zou er minder water in de Zwarte Zee stromen. Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter aangetoond dat deze interpretatie niet juist is (Nature 362, p. 827).

De zwavelbacteriën bevatten behalve chlorofyl ook carotenode, een stof die eveneens fotosynthetisch actief is. Biogeochemici van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en van de TU Delft hebben nu samen met hun Amerikaanse collega's de sporen van deze stof bestudeerd in afzettingen op de bodem van de Zwarte Zee. De leeftijd van deze afzettingen loopt uiteen van bijna nul tot 6200 jaar. Aan de hand van de concentraties van carotenoden werd de diepte van de chemocline in de afgelopen zes millenia gereconstrueerd.

Uit dit onderzoek blijkt nu dat de huidige situatie in de Zwarte Zee niet ongewoon is en zeker niet alarmerend. De diepte van de chemocline is in de afgelopen een à twee eeuwen sterk afgenomen, maar daarvóór was hij juist aan het toenemen. Zo'n duizend jaar geleden zaten de zwavelbacteriën wellicht nog wat dichter bij het oppervlak dan nu en ook nog verder terug waren deze bacteriën gedurende lange perioden flink actief. Een menselijke invloed op het ondieper worden van de zoetwaterlaag is daardoor hoogst onwaarschijnlijk.