Meer coördinatie politie in Europa

KOPENHAGEN, 3 JUNI. Gelukkig was er gisteren in Kopenhagen tijdens de bijeenkomst van Europese politieministers ook nog een enkel licht moment. Na een ochtendje vergaderen kwam de Deense justitieminister Erling Olsen vertellen dat Europa zich zorgen maakt over criminele motorbendes die zich in een aantal landen tegelijk ontplooien. Het Europese antwoord luidt: enquêteformulieren. Denemarken gaat dus Motordevils en Hells Angels met vragenlijsten te lijf.

Toch werkt de Europese politie in de praktijk zo samen: door samen analyses te maken, informatie uit te wisselen en dan gecoördineerd in te grijpen. Dat gebeurt wel altijd op nationale schaal; aan een Europese federale politie met bevoegdheden "over de grens' denkt niemand in de EG.

De politieke samenwerking op het terrein van justitie speelt zich geheel in de nevelen van de diplomatie af. Maar achter de schermen groeit en bloeit de samenwerking van de uitvoerende diensten. In Kopenhagen werd gisteren officieel Europol opgericht, dat als een politie-informatiebeurs voor drugsdelicten en zwartgeldpraktijken zal fungeren. De drugsbrigades van de EG-lidstaten zullen elkaar via dat adres inlichten over internationale drugsbendes. Uit alle lidstaten zullen liaison-officieren bij Europol worden gestationeerd - zij moeten zich beperken tot bilaterale samenwerking en individuele zaken. Er zal geen centraal archief met persoonsgegevens worden aangelegd, zo is afgesproken. Wel mag Europol zich bezighouden met misdaadanalyses, op basis van "niet persoonsgebonden informatie'. Alle nationale competenties dienen ongemoeid te worden gelaten.

Ook op andere terreinen is de politiesamenwerking gisteren uitgebreid. Er komt een onderzoek naar racistisch geweld in Europa. Volgens voorzitter Olsen is het niet uitgesloten dat achter de aanvallen op buitenlanders in Europa georganiseerde groepen steken. Harde bewijzen zijn er niet, hooguit aanwijzingen, zo gaf hij toe. “Maar we willen niet het risico lopen dat die straks waar blijken te zijn.” Nieuw is ook een Europese aanpak van milieucriminaliteit (vooral afvaldumping), vrouwenhandel en kinderporno.

Bij de bestrijding van illegale immigratie gaan de Europese landen het verst. Via het net begonnen Europese informatiecentrum voor asielzaken, ook wel Clearinghouse genaamd, zullen de lidstaten afspreken uit welke landen nog asielzoekers worden geaccepteerd. De "gezamenlijke beoordelingen' van veilige landen zullen regelmatig in Brussel worden opgesteld door diplomaten van de lidstaten. Dat zal in het kader van de Europese Politieke Samenwerking (EPS) gebeuren, een club topdiplomaten uit de hoofdsteden met een secretariaat in Brussel. Al jaren vormt deze EPS de ambtelijke ruggegraat van het gezamenlijke Europese buitenlands beleid. Formeel staat deze club nog buiten de EG, in afwachting van de uitvoering van het Verdrag van Maastricht. In de praktijk komen die gezamenlijke beoordelingen neer op een Europees uitzettingsbeleid.

In Brussel wordt straks vastgesteld welke landen van herkomst "veilig' zijn - daar zouden straks àlle EG-landen asielzoekers met een gerust hart naar terug kunnen sturen. Veel meer dan bij "Europol' zijn hier al de trekken herkenbaar van een federale instelling: een Europees hoofdkantoor voor vreemdelingenbeleid, waar de ambassades van de lidstaten informatie bij aanbieden. De eerste evaluatierapporten zijn in Brussel al geschreven, over Roemenië, Ethiopië en Sri Lanka, zodat binnenkort de eerste Europees goedgekeurde uitwijzing van een Tamil kan worden verwacht.

Vooral bij de mensenrechtenorganisaties is men bevreesd voor deze ontwikkeling. Moeten nu echt dezelfde diplomaten die met Roemenië over markttoegang onderhandelen ook beoordelen of asielzoekers dat land terecht verlaten, zo vraagt men zich bijvoorbeeld bij Amnesty International af. De risico's dat dit Europese Clearinghouse niet-humanitaire belangen meeweegt, selectief bronnen raadpleegt, parlementaire of rechterlijke controle ontwijkt en in het geheim zal werken, zouden aanmerkelijk zijn. Tegelijk wordt door ieder erkend dat een Europa zonder controle aan de binnengrenzen zonder een gezamenlijk asielbeleid onmogelijk is.